Auteursarchief: Tessa Versteegde

Waarnemen op Bonaire

Auteur: Alexa ter Horst

Het afgelopen jaar heb ik waargenomen op Bonaire. We besloten als gezin een jaar weg te gaan, het kwam precies uit qua timing: Jongste 2, middelste al 5 en zou nog niet naar groep 3 en de oudste in groep 4. Alhoewel het avontuur trok (oud tropenarts…) leek huisartsenwerk toch makkelijker ivm registratie en taal. Ik legde verschillende contacten in de Caribbean en ging op zoek naar mogelijkheden. De reacties en planningen bleken niet zo heel vlot maar uiteindelijk vroeg een Bonairiaanse me voor twee vaste dagen in de week en konden we van start om school, huis, papieren en vlucht in orde te maken.

Het eiland bleek een kinderparadijs en als huisarts echt een feest om te mogen werken: heel gezellig, interessante context en de mensen zijn altijd aardig. Ik was terecht gekomen in een van de armste wijken van Bonaire waar de praktijkhouder en assistentes het merendeel van de patiënten persoonlijk kennen. Heel veel gaat per whatsapp en zelfs via de persoonlijke whatsapps van de assistentes. Zo bereikt belangrijk nieuws ons vaak eerder via social media dan via de officiële brieven van HAP en SEH/ziekenhuis.

Bonairianen zijn uitzonderlijk vrolijke mensen en doen graag rustig aan (poko poko). Ze laten zich zelden opfokken en zijn gewend dat niet alles in een keer lukt (papieren, bankrekening, labuitslagen; overal moet je voor in de rij en uren wachten waarna je weggestuurd wordt omdat er iets mist of nog niet klaar is bijv…). Op de werkvloer is pleziermaken en lachen soms nog belangrijker dan alles maar proberen af te krijgen en perfect te doen. Ik hoor assistenten dagelijks keihard met elkaar of met patiënten lachen, voor mij een belangrijke eye-opener ter stress-reductie. Een van de leukste ervaringen vond ik mijn verjaardag: ik moest werken maar ik had er niemand over verteld. Via facebook hadden ze er toch lucht van gekregen en mijn hele spreekkamer vol met ballonnen gehangen. De praktijkhoudster zelf kwam van huis om met het volledige team voor me te zingen en ze hadden een enorme taart voor me gekocht. Bovendien werden al mijn afspraken van de middag direct afgebeld zodat ik een middag vrij had op mijn verjaardag. Zoo hartelijk en gul, dan voel je je echt gewaardeerd. Een ander mooi moment was dat de praktijkhoudster me een handgeschreven briefje zien dat op haar bureau lag: het kwam van een patiënt en was een A4 vol met aardige woorden. Aan het einde van het briefje vroeg deze persoon of de dokter haar misschien wilde helpen met een tuintafel en stoelen, die had ze echt nodig. Mijn reactie was sarcastisch maar dra B’s reactie was doodserieus: die mw had zo veel meegemaakt in haar leven, dat is toch heerlijk als je dan iets voor iemand kan betekenen! Natuurlijk ging ze dat doen voor die mw!

Qua werk lijkt het echt op Nederland behalve de digitalisering en de organisatie dan: geen callcenter, geen ingeplande agenda, geen verplichting om alle lab berichten dezelfde dag gelezen te hebben want die komen toch 3 dgn later binnen, geen chronische bemoeizorg (dat werd afgelopen jaar na jarenlange ímplementatie plotseling helemaal geschrápt door de zorgverzekeraar zonder dat er een alternatief plan klaar lag…). Maar wel overmatig veel bezig om je juiste informatie bij elkaar te vinden, mensen uit te leggen wat ze hebben, mensen gerust te stellen, paracetamol/pijnstilling uit te leggen. De patiënten hebben matig ziekte inzicht en zijn over het algemeen een ramp in therapietrouw: Preventief lab staat iedereen voor in de rij maar zodra er afgevallen moet worden of er pillen geslikt moeten worden voor DM of HT dan komen ze opeens niet meer op controle. Ook pijnstilling wordt vaak niet genomen omdat het niet helpt en dan zie je ze ’s avonds weer op de HAP waar je dan weer hetzelfde advies, namelijk pijnstilling, mee moet geven. Injecties zijn hier nog erg populair en de Zuid-Amerikanen willen nog wel eens erg op veel medicatie gesteld zijn (totdat ze een chronische ziekte hebben lijkt het wel…). Helaas zijn (net als in NL) de goedkoopste interventies (paracetamol, fysiotherapie, goede afvalprogramma’s en voorlichting) níet vergoed waardoor we helaas toch veel teveel diclofenac en verwijzingen voorschrijven.

We hebben een heerlijk jaar gehad met het gezin en ik kan het iedereen aanraden om een tijdje in het buitenland te gaan werken: het veranderd je kijk op onze goed georganiseerde maar vaak kille, efficiëntie-gerichte werkwijze en stelt je open voor verschillende invalshoeken.

Hieronder nog wat beknopte informatie voor wie mogelijk interesse heeft om een tijdje (of tijd!) op Bonaire te wonen.

Mashi Danki en Ayo, Alexa ter Horst

Situatie: Op Bonaire zijn zeven praktijken, vijf met Huisartsen opgeleid in Zuid-Amerika en twee met Nederlandse Huisartsen duo’s die in dienst zijn. Het werk is heel erg vergelijkbaar met Nederland: zelfs het HIS komt uit Nederland, alleen de patiënten, de context en manier van werken zijn anders. Zo is er bijvoorbeeld nog veel papieren post, gebeurt er weinig telefonische triage en moeten mensen met hun recept bij de apotheek in de rij gaan staan. Het ziekenhuis functioneert heel Nederlands maar ook daar gelden digitalisatie issues en niet alle specialisten zijn altijd aanwezig. Soms worden patiënten uitgevlogen naar Colombia, Aruba of Curaçao. Veel voorkomende problematiek op het eiland is hypertensie, diabetes, obesitas en complicaties daarvan natuurlijk maar ook (huiselijk)geweld en verkeersongevallen zijn veel voorkomend.

Waarneming: er is op Bonaire veel behoefte aan waarnemers (liefst minimaal 6 maanden maar als je goed in je talen zit dan kan korter ook). Verschillende praktijken zoeken vaste waarnemers en daarnaast zijn er het komende jaar huisartsen die met pensioen gaan en nog geen opvolging hebben. De HAP heeft eigenlijk ook altijd diensten ter overname (avond en weekend).

Eisen: BIG registratie, BES ontheffing (als je recent in NL gewerkt hebt geen probleem), beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor Bonaire (via VVAA te regelen). Er wordt op Bonaire met name Papiamentu, Spaans en Nederlands gesproken. Als je Papiamentu of Spaans een beetje onder de knie hebt kom je een heel eind. Als je langer dan 3 maanden gaat dan moet je je ook op Bonaire in gaan schrijven, dat kost iets meer papierwerk.

Wonen en sociaal: Bonaire is geen goedkoop eiland maar heeft wel veel te bieden. Het is veilig, klein en je kan er fantastisch windsurfen, duiken, zeilen, snorkelen, fietsen etc. Qua scholen is er een wachtlijst dus mocht je je kinderen naar de ‘nederlandse’ (privé)school willen, dan moet je ze vast zo vroeg mogelijk aanmelden. Voor de kinderen is er een manege BSO, zwemles in de zee, surfles en van alles meer te doen. Financieel is waarnemen op Bonaire niet heel lucratief maar als je HAP diensten doet wel te doen.

Contact: Mocht u interesse hebben dan kan ik u in contact brengen met huisartsen of de huisartsenpost op Bonaire, u kunt mij bereiken via de WHIG.

Huisarts in de tropen

Auteur: Marlieke Bouwmans

Na 4,5 jaar parttime huisarts in opleiding te zijn geweest was ik in maart 2019 eindelijk klaar! Het was tijd voor iets nieuws. Een wens kwam weer naar boven: werken als arts in de tropen. Kan dat als huisarts en zonder AIGT opleiding? Na een uitgebreid sollicitatie proces bleek dat Artsen Zonder Grenzen (AZG) dacht van wel. Aangenomen bij AZG net voor het afronden van mijn opleiding, dat kon niet beter, dacht ik.

Ik kon aangeven hoeveel ‘vertrektijd’ ik nodig had, tijd tussen het vinden van een missie en het daadwerkelijke vertrek en afronden van alle zaken (incl huidige werk) in Nederland. Ik koos voor 4-6 weken, om zo snel mogelijk weg te kunnen. Ik was er mentaal al helemaal klaar voor, bij het boodschappen doen probeerde ik niet teveel in te slaan, en ik plande geen afspraken verder dan 1 maand vooruit. Dat ik 9 maanden later nog niet ‘gematcht’ was, was dan ook een behoorlijke tegenvaller. Mij werd verzekerd dat het niet aan het huisartsenprofiel lag, maar het gebrek aan missies voor ‘first missioners’. Het wachten beu, besloten mijn man en ik het kopen van een huis niet langer uit te stellen; zo’n leuk oud klus huis. In dezelfde week waarin ons bod werd geaccepteerd, kreeg ik een missie aangeboden: voor 6 maanden naar Zuid-Soedan werken in een eerstelijns kliniek. Vertrek: over 2 maanden. Eind januari vertrok ik dan toch, na welgeteld één nacht in mijn nieuwe huis, op een luchtbedje, in een huis zonder verwarming op een kale betonnen vloer. Alvast een voorproefje? Ik liet mijn man, in de puin van ons nieuwe huis achter (sorry!) om aan een heel ander avontuur te beginnen.

Twee weken voor vertrek werd de locatie gewijzigd: het bleef Zuid-Soedan, maar nu in een groot tweedelijnsziekenhuis met een capaciteit van 160 bedden. Het ziekenhuis bevind zich in een vluchtelingenkamp waar 120.000 mensen wonen. Ook de definitieve vertrekdatum bleef tot 2 dagen voor vertrek onzeker. Waarom flexibiliteit een vereiste is om voor AZG te kunnen werken, werd me al voor vertrek duidelijk.

Bij aankomt in Bentiu in Zuid-Soedan, waren er drie dingen die meteen opvielen: de hitte, het zanderige stof en de rijen tenten; mijn thuis’ voor de komende maanden. Het ziekenhuis in Bentiu is gelegen in een VN-vluchtelingen kamp omdat daar een grote concentratie van mensen is met een grote zorgbehoefte. Maar mensen komen van veel grotere omstreken naar het ziekenhuis.

De eerste dag kon ik mijn collega schaduwen, van wie ik de afdelingen over ging nemen: de IPD (In Patient Department), de OPD (Out Patient Department) en de Isolatie afdeling (voor tuberculose, mazelen, hepatitis): met andere woorden: alle volwassenzorg van het ziekenhuis, met uitzondering van de eerste hulp. Mijn collega was een Amerikaanse huisarts, die met groot gemak sprak over ART regimes, tuberculose medicatie, die zonder blikken of blozen een ascitespunctie en lumbaalpunctie zette en zijn hand niet omdraaide voor een aantal echo’s. Ik was onder de indruk. En volledig overweldigd. De eerste week was ik in mijn hoofd voortdurend aan het vloeken: “wie had in hemelsnaam bedacht hier een Nederlandse huisarts naartoe te sturen? Hoe moest ik deze artsenrol gaan vervullen? Dit kan ik niet!” Collega’s bleven maar zeggen dat het wel goed zou komen, maar daar had ik weinig vertrouwen in. Want naast de zorg voor de patiënten op mijn afdeling: eind stadium HIV, ernstige tuberculose en andere ziekten die ik alleen van de boeken kende, was ik in de nachtdienst als achterwacht verantwoordelijk voor het hele ziekenhuis. Als Nederlandse huisarts was ik daarmee ’s nachts het laatste poppetje op de piramide van de regionale gezondheidszorg. Dat had ik me vooraf niet helemaal gerealiseerd. Voornamelijk de zorg voor ernstige zieke kinderen en neonaten, voelde boven mijn pet.

Na zo’n dag of 10 ging ik mijn collega’s gek genoeg geloven: het komt wel goed. In mijn eerste nachtdienst kreeg ik meteen te maken met grootste angst: een pasgeborene van 1,18kg met een slechte start waar reanimatie nodig was. Ondanks de moeizame start begon het jongetje steeds beter zelfstandig te ademen, en kon hij uiteindelijk met een beetje zuurstof ter ondersteuning, door naar de gewone neonaten afdeling. Door meteen met deze situatie geconfronteerd te zijn, durfde ik steeds meer te geloven dat het goed zou komen.

In de weken die volgden zag ik allerlei patiënten voorbijkomen met ziektes die je in Nederland niet of nauwelijks ziet, of niet in die mate: laat stadium HIV, forse ascites bij jongen mensen, tetanus, mastoïditis gecompliceerd met meningitis, Hirschprung, fors ontregelde diabetische ketoacidose bij de type 1 diabeten. En nog veel meer. Zoals die jonge man van 20 die bewusteloos werd opgenomen vanwege een hersenvliesontsteking. Ondanks antibiotica werd zijn coma steeds dieper en kreeg hij er ook insulten bij. Dagenlang had hij 40 graden koorts ondanks onze behandeling. Ik heb vaak over hem gesproken met de lokale staf, zij zien dit soort beelden tenslotte vaker dan ik. Als hij stopt met ademen, moeten we hem dan nog wel reanimeren? Niemand durfde de knoop door te hakken en gelukkig zijn we niet voor die vraag komen te staan. Nadat we de hoop bijna op hadden gegeven krabbelde hij langzaam weer op. De koorts daalde, hij begon zijn arm te bewegen en zijn ogen te openen. Een week later kon hij weer zelf stukjes lopen, ging zijn fijne motoriek steeds beter en kon hij met geluiden aangeven wat hij wilde. Spreken was nog moeizaam. Met onze beste fysiotherapie- en logopedie adviezen is hij uiteindelijk met ontslag gegaan. Een na-traject konden we niet bieden, maar dit resultaat was al meer dan we hadden durven hopen.

Een belangrijk verschil met het werk in Nederland, is dat overlijden meer aan de orde van de dag was. Elke week waren er reanimaties, zowel bij volwassenen als kinderen. Met uitzondering van de neonaten, waren ze allemaal niet succesvol. Moesten we dit wel blijven doen? Continue probeerden we naast de individuele patiëntenzorg ook na te denken over hoe we de zorg in zijn algemeenheid beter vorm konden geven.

En toen was daar ineens Corona. De zorgen rondom Corona werden ook snel voelbaar in Zuid-Soedan. In korte tijd begon het een na het andere Afrikaanse land het luchtruim te sluiten. Daarom kwam ik voor een enorm dilemma te staan: nog snel naar huis voordat het voorlopig niet meer mogelijk is, of blijven maar voor lief nemen dat er – ook in geval van nood – geen optie naar huis is. Weg gaan betekende ook mijn collega’s achterlaten met een al hoge werkload, de patiëntenpopulatie achterlaten ten tijde van een dreigend toekomstscenario.

Uiteindelijk heb ik toch de moeilijke keus gemaakt om naar huis te gaan. Met pijn in mijn hart, maar ook met opluchting, ging ik na 2 maanden Bentiu alweer naar huis, waar alles ook anders was dan voorheen: afstand houden van familie en vrienden maar ook de invulling van het werk in de huisartspraktijk. Nu begint langzaam alles weer te normaliseren. Daarmee komt bij mij nu pas ruimte voor een terug- en vooruitblik. Genoeg om over na te denken!

Brillengoochelaar

Auteur: Klaartje Olde Loohuis

Mijn zoon van 6 wil leren toveren. Van zijn goochelende opa heeft hij veel inspiratie opgedaan. Met enige onhandigheid verstopt hij zijn loep achter zijn rug en tovert een oud gekrast brilletje ervoor terug. En vice versa.

Ik denk aan mijn eigen ‘bril’ van de laatste tijd. De bril van een beginnende wetenschapper, van een epidemioloog in opleiding. Een hele andere bril dan die van een klinisch arts, een huisarts en tropenarts, die ik voorkort nog droeg. Soms, als ik voor examens statistiek studeer en me verdiep in statistische methoden als regressie of zelfs nieuwere methoden als bootstrapping en permutatietesten kan ik nog wel eens verstrikt raken in die focus toestand. ‘wat heeft dit ook alweer te maken met mijn vak, met het behandelen van patiënten? Hoe helpt dit mijn doel om een bijdrage te leveren de zorg voor kwetsbare groepen te verbeteren?’ Op zo’n moment helpt het altijd om weer even mijn bril af te zetten. Vanuit een afstand te relativeren. Dat de statistiek een tool is die me hierin verder helpt en niet (voor mij althans) een doel op zich is.

Brillengoochelen, dat is volgens mij waar een huisarts goed in is. Het constant wisselen van focus. Het extreem inzoomen op een bepaald klinisch probleem, een wond die gehecht moet worden of een medicatiereview van een oudere patiënt. Maar ook de relativering; wat draagt deze behandeling nog bij in het leven van deze vrouw van 78 jaar oud die eigenlijk al lange tijd niet meer echt ‘wil’. Of past dit wel binnen de waarden van een andere patiënt? Zelfs ook buiten de spreekkamer zoomen we uit. We zien public health problemen voorbij komen als we buiten veel te dikke kinderen zien, of als we verdacht veel atypische pneumonieën voorbij zien komen in de praktijk en hiervoor het RIVM contacteren. WHIG- geïnteresseerde huisartsen hebben daarnaast vaak ook nog een speciaal brilletje voor een blik over de grens, of het nou gaat om de reizigers op een goede manier te adviseren of zelf een bijdrage te doen en tijdelijke hulp te bieden in een ander land.

Ikzelf goochel dagelijks, niet alleen tijdens het studeren, maar ook tijdens besprekingen over het onderzoek, het opstellen van onderzoeksvragen, het bepalen van de relevantie voor de praktijk. Ik ben dankbaar voor deze kunst die me helpt steeds in te zoomen of juist relativerend van een afstandje te kijken naar een probleem. Het helpt me een goede wetenschapper te zijn, en de wetenschap te laten aansluiten bij de praktijk, en op die manier kunnen huisartsen ook weer op hun best verder goochelen.

Reizigersadvisering in coronatijd

Het Corona virus heeft in de afgelopen maanden de wereld (en nog steeds) op haar grondvesten doen schudden en ons nog maar eens laten zien dat infectieziekten(en reizigersgeneeskunde) actuelere onderwerpen zijn dan ooit tevoren! Niet alleen hebben dergelijke aandoeningen invloed op de gezondheid van een individu, maar zoals we kunnen zien op de hele maatschappij, de wereldeconomie en mogelijk/waarschijnlijk ook op het geopolitieke vlak. Laten we er het beste van hopen.

Wat de WHIG betreft toont deze crisis nog maar eens aan dat reizigersgeneeskunde nog altijd een erg relevante tak van sport is. Weliswaar wordt er nu minder gereisd dan een half jaar terug, maar de vooruitzichten zijn dat het aantal reisbewegingen toch wel weer zal toenemen. En ook dan is goed voorbereid op reis gaan niet alleen relevant voor uw gezondheid, maar ook voor die van uw medemens-zo is afgelopen maanden maar weer gebleken.


Wie kan er nou beter een op maat gesneden reisadvies mbt gezondheid geven dan de dokter die de patiënt het beste kent? De huisarts natuurlijk.
Gelukkig is er een aantal huisartsen dat zich hier voor inspant maar helaas loopt dat aantal terug; een toenemend aantal commerciele partijen ziet hierdoor een gat in de ‘markt’-een ontwikkeling die de WHIG niet wenselijk vindt aangezien de eigen huisarts toch echt een beter integraal reisadvies kan geven dan welke andere partij dan ook. Ook door de toegenomen werkdruk in de dagpraktijk is er voor praktijkhouders minder tijd voor dergelijke activiteiten. De WHIG betreurt dit en brengt de relevantie van deze zorg bij beleidsmakers aan het voetlicht en tracht op deze wijze de reizigersadvisering tot een kerntaak van de huisarts te maken.


Een van de activiteiten die de WHIG daarnaast promoot is het zogenaamde RATO(reizigers advies toets overleg), waarbij in in toetsgroepen onder leiding van een moderator door reizigersadviserende huisartsen casuïstiek wordt uitgewerkt en besproken. De praktische uitvoering hiervan is uitbesteed aan de organisatie Health Education(www.healtheducation.nl).
Dit betreft een geaccrediteerde vorm van toetsgroepoverleg en een deel van de opbrengsten gaat naar het Peter Manschot Fonds, een fonds dat (financieel)bijdraagt aan de ontwikkeling opleidingsfaciliteiten op gebied van primary health care in ontwikkelingslanden.

Helaas zijn door de recente Corona-crisis de meeste voorjaars-RATO’s geannuleerd en doorgeschoven naar het najaar. Een aantal kon gelukkig nog online plaatsvinden.
Met het besluit van het LCR de herregistratietermijn met een jaar te verlengen is er in ieder geval wat meer ruimte voor herregistratie ontstaan:

“Het LCR heeft namens het KwaliteitsConcilium artsen en KwaliteitsConcilium verpleegkundigen daarom besloten om de (her)registratie termijn voor iedereen per 15 maart 2020 te verlengen met een jaar. Dit betekent dat niemand zich hoeft te herregistreren in de periode van 15 maart 2020 tot en met 14 maart 2021. De registratieperiode waarin u zich nu bevindt, wordt verlengd met een jaar en zal dus 6 jaar bedragen. Dit geldt ook voor de leden die al een uitstelregeling hadden aangevraagd. “

Voor alle details m.b.t. deze regeling verwijzen we u graag door naar de website www.mijnlcr.nl (als u geregistreerd bent bij het LCR kunt u via deze site inloggen).

Voor alle up-to-date informatie m.b.t. reizigersadvies hebben we enkele interessante websites voor u; daarnaast kunt u zich uiteraard wenden tot een kundig collega in uw huisartskring of HAGRO, of nog beter: u gaat uzelf bekwamen in de reizigersadvisering. Voor dit laatste dient u dan eerst een cursus basis reizigersadvisering te volgen(bv zie www.healtheducation.nl of een andere aanbieder).

Relevante websites:
www.lcr.nl

www.ecdc.europe.eu/en/travellers-health/

www.klmhealthservices.com

Heeft u interesse les te geven in Rwanda?

Bent U geïnteresseerd in het programma Community Health & Social Medicine en om les te geven in Rwanda?? De Afdeling ‘Primary Health Care’ van de Faculteit geneeskunde aan de Universiteit van Rwanda verzorgt sinds 2011 een opleiding voor medische, tandheelkunde en farmacie studenten in ‘Social Medicine & Community Health’.
Het curriculum is ontwikkeld en de lessen werden aanvankelijk geïmplementeerd door een groep buitenlandse experts (tropenartsen, huisartsen, public health artsen) in Primary Health Care, die als vrijwilligers aan de universiteit zijn gaan werken. Als Nederlandse artsen werden Maaike Flinkenflogel en Mieke Visser daarbij part-time gesubsidieerd door de NGO Partners in Health (PiH), omdat zij al eerder ook betrokken waren bij de Family Medicine opleiding als ‘Honorary associate Professors’ aan de universiteit van Rwanda. Deze subsidie is inmiddels gestopt en momenteel wordt de cursus voornamelijk door 2 Rwandese artsen gegeven, die voorheen assistent-docenten waren. Het waarnemend hoofd van de afdeling is een van hen. Zij worden door de universiteit betaald.

De cursus is gebaseerd op de participerende onderwijsmethodiek en het Canadese CanMeds Model, om opleiding voor zorgverleners te kwalificeren in termen van competenties: medisch handelen, communicatie, samenwerking, kennis en wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en professionaliteit. Al het lesmateriaal is ontwikkeld en beschikbaar voor de studenten en docenten in Moodle.

De studenten leren de basale principes kennen die zij nodig hebben voor hun eigen praktijk. De module is onderverdeeld in 5 onderdelen: Volksgezondheid, Gezondheidszorg systemen, Sociale geneeskunde, Communicatie vaardigheden en Professionaliteit.
Het doel van de cursus is om artsen en gezondheidswerkers te leren zich te richten op de behoeften van de gemeenschap waarvoor ze werken, patiëntgericht te zijn en hoge kwaliteit continue zorg te leveren, die geïntegreerd is op alle zorgniveaus.

De cursus wordt ieder academisch jaar 3 weken gegeven aan de tandheelkunde en farmacie studenten de eerste 2 jaar van hun opleiding, en aan de medische studenten 4 achtereenvolgende jaren.
Het laatste jaar is een stage jaar waarbij de medische studenten 3 weken stage lopen en werken op het platteland in de eerstelijnsgezondheidszorg o.a. in gezondheidscentra, en 3 weken stage lopen in de palliatieve gezondheidszorg. PiH subsidieert nog steeds deze stage periodes van de studenten.

Meer dan 500 studenten volgen de cursussen per jaar. Het gemis aan voldoende staf, (geld)middelen en logistiek is echter groot. Er zijn 2 door de universiteit betaalde stafleden, de 2 Rwandese artsen. Gelukkig zijn er ook de afgelopen jaren veel vrijwilligers geweest die met grote inzet les hebben gegeven. Pieter van den Hombergh, Fons Mathot, Mariette de Reeper, Marieke Simmelink en Geertruid Kortmann vanuit Nederland. Ook Maaike Flinkenflogel en Mieke Visser gingen nog regelmatig naar Rwanda. Dat is helaas nog te weinig om deze grote groepen studenten les te geven dmv participerend onderwijs, waarbij het ook noodzakelijk is studenten in kleinere groepen te begeleiden. Meer docenten zijn nodig om de dagelijkse lessen voor te bereiden en te organiseren. Om de werkgroepen te begeleiden in hun dagelijkse opdrachten en deze opdrachten te corrigeren en om examens voor te bereiden en te beoordelen.

Mieke Visser, huisarts, en Master Public Health is sinds het begin bij de opleiding betrokken geweest als honorair hoofddocent van de afdeling Primary Health Care. mievis@xs4all.nl
Marieke Simmelink, Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde is de laatste jaren vanuit haar werkzaamheden in Kenia, onder andere als supervisor van de Family Medicine postgraduate studenten, enkele malen overgekomen om les te geven tijdens de cursussen ‘Social Medicine & Community Health’ in Rwanda. amsimmelink@gmail.com

Voor geïnteresseerde vrijwilligers, het liefst met ervaring in onderwijs en werk in (Oost) Afrika zijn beiden bereikbaar op hun e-mail adres. Zie ook website WHIG, Family Medicine Rwanda

Pharos: Oog voor diversiteit ten tijde van coronacrisis

De huidige coronacrisis heeft grote impact op mensen met een achtergrond als migrant of vluchteling, die meer dan gemiddeld geraakt worden door de gevolgen van de maatregelen. Hun specifieke achtergrond en sociale positie spelen hierbij een rol.
De handreiking ‘Oog voor diversiteit ten tijde van de coronacrisis’, de videopresentatie ‘Omgaan met coronastress bij vluchtelingen’ en ook de diverse vertalingen van de maatregelen en adviezen van de overheid rond het coronavirus bieden ondersteuning in de zorg voor migranten en vluchtelingen. Lees verder: https://www.huisarts-migrant.nl/oog-voor-diversiteit-ten-tijde-van-coronacrisis/

Pharos: ‘Ik wil zo graag mijn moeder weer naar bed brengen’

Veel oudere migranten met dementie zijn door de coronapandemie verstoken van mantelzorg, zowel thuis als in het verpleeghuis. De bezoekmaatregelen versoepelen beetje bij beetje. Maar ook al mag je als mantelzorger beperkt op bezoek, het blijft anders dan het was. Consequent 1,5 meter afstand houden terwijl je voor iemand zorgt is niet makkelijk, zo niet onmogelijk. Binnen het onderzoek Coronatijden: Impact van sociale isolatie op kwetsbare groepen onderzoeken we effecten op mantelzorgers van migranten met dementie.

Elif gaat elke dag naar haar moeder, Ceren. Ceren woont in een verpleeghuis. Daar brengt haar dochter haar elke avond naar bed. Tot de lockdown. Haar dochter kan haar niet meer bezoeken. Een verzorgende brengt haar nu naar bed. Daar snapt Ceren niets van. Waar blijft haar dochter? Moeder én dochter hebben hier verdriet van. Ook voor de verzorgende is het lastig. Zij moet een onrustige bewoonster in bed leggen, die niet begrijpt waarom haar dochter niet bij haar is. Het coronavirus en de maatregelen en adviezen tijdens de lockdownperiode hebben grote impact op ouderen en hun mantelzorgers: stress, verdriet, extra geregel en onzekerheid. Dit zet de kwaliteit van de zorg onder druk, en vermindert de kwaliteit van leven van ouderen met dementie en hun mantelzorgers.

Persoonsgerichte en cultuursensitieve zorg

Mantelzorgers zijn belangrijk voor de zorg voor ouderen. Zeker als een oudere een andere culturele achtergrond heeft dan de Nederlandse. Mantelzorgers voeren gesprekken met hen in hun eigen taal. Cultuursensitiviteit is belangrijk. Mantelzorgers kunnen vaak goed inschatten waar de oudere waar ze voor zorgen behoefte aan heeft. Als mantelzorgers niet meer bij hun naaste mogen zijn, heeft die soms niemand meer om in de eigen taal mee te praten over voor hem of haar belangrijke onderwerpen.

Delen van zorg

Mantelzorgers zijn een zwaar belaste groep. En zeker als het gaat om oudere migranten met dementie. Vaak komt de zorg in de loop van de tijd steeds meer op de schouders van één mantelzorger. En dat effect wordt tijdens de coronapandemie versterkt. Mantelzorgers vinden het  moeilijk om het delen van mantelzorg te bespreken, Ook al vóór corona. Het is belangrijk dat deze taakverdeling verbetert. Dit thema onderzoeken we ook in ons project “Taking care of Caregivers”.

Mantelzorg in coronatijden

In ons deelonderzoek, specifiek gericht op migranten met dementie, volgen we drie maanden lang mantelzorgers met verschillende culturele achtergronden die in verpleeghuizen, zorgcentra of thuis voor hun naasten zorgen. Een unieke kans om een goede indruk te krijgen van mantelzorgen in coronatijd, en de impact die de maatregelen hebben op het leven van oudere migranten met dementie en hun mantelzorgers.

“Ik ben tevreden met het verpleeghuis. Ondanks alles. Maar ik zorg liever zelf voor mijn moeder. Ik ben voor haar, en voor het verpleeghuis, een onmisbare schakel.”*

De eerste bevindingen

Door de coronamaatregelen vallen veel contacten voor ouderen weg. Niet alleen het contact met hun mantelzorger, maar ook een praatje in de wijk, of activiteiten met vrijwilligers, thuis of in het verpleeghuis. We zien dat veel ouderen en mantelzorgers piekeren of angstig zijn. Een terugkerend dilemma is de afweging tussen kwaliteit van leven en het risico op besmetting. Hoewel veel contact nu via de telefoon en beeldbellen mogelijk is, is er sterke behoefte aan persoonlijk en fysiek contact.

Voor zowel ouderen als mantelzorgers is het van belang dat ze  contact hebben, dat zij betrokken worden en zich betekenisvol kunnen voelen als onderdeel van een sociaal netwerk. Uitwisseling en wederkerigheid staan hierbij centraal. Veel familieleden van ouderen in verpleeghuizen ervaren machteloosheid omdat zij niet bij hun naaste op bezoek kunnen en niet de zorg voor de persoon en diens leefomgeving kunnen bieden zoals zij normaal wel deden.  Ze willen graag dat er met hen overlegd wordt wat wel of niet mogelijk is. Specifiek in het geval van dementie ervaren familieleden de angst dat de persoon achteruit gaat en hen wellicht niet meer zal herkennen wanneer contact weer mogelijk is. De achteruitgang kan nog sneller gaan nu activiteiten in het verpleeghuis en dagbesteding niet doorgaan.

Pharos: begrijpelijke corona informatie voor iedereen

Bron: https://www.pharos.nl/coronavirus/

Advies voor binnen en buiten:

  • Ga niet naar plekken met veel mensen.
  • Vraag niet meer dan 3 mensen op bezoek.
  • Hou 2 meter afstand van andere mensen.
  • Groepen van meer dan 2 mensen zijn nu verboden. De politie kan hoge boetes geven.
    Alleen een gezin met kinderen krijgt geen boete.

Advies over buiten sporten:

  • Kinderen die jonger zijn dan 13 jaar mogen buitenspelen en sporten.
  • Kinderen ouder dan 12 en volwassenen mogen buiten sporten. Ze moeten wel 2 meter afstand houden.

Openbaar vervoer:

  • Ga alleen met de bus, tram, metro of trein als het echt moet. En niet als het druk is.
  • Doe een mondkapje op in de bus, tram, metro of trein.
    Vanaf 1 juni is dit verplicht en kun je een boete krijgen.

Advies voor mensen met klachten:

Als je koorts hebt, meer dan 38 graden, moet je thuisblijven.
Iedereen die bij jou in huis woont moet ook thuisblijven.
Als je 1 of meer van deze klachten hebt:

  • hoesten
  • niezen
  • snot in je neus
  • keelpijn

Dan moet alleen jij thuisblijven en niet dichtbij anderen komen.

Advies voor mensen die ouder zijn, niet zo gezond zijn of een ziekte hebben:

  • Blijf zoveel mogelijk thuis. Als je toch naar buiten gaat, doe dan voorzichtig.

Als je wilt weten of je de huisarts moet bellen:

  1. Kijk op het internet bij Thuisarts.nl
  2. Vul in bij Zoeken: Corona en klik op ‘zoeken’
  3. Kies dan uit de lijst: ‘Ik heb (mogelijk) het nieuwe coronavirus’
  4. Klik bovenaan op  (de voorleesknop) dan kan je de tekst ook horen

Ga niet naar de huisarts, maar bel eerst op

Heb je andere vragen:

Bel dan 0800-1351

Wat kun je nog meer doen

Hier vind je een paar belangrijke tips:

Was je handen een paar keer per dag met zeep. Was ook goed tussen je vingers.

Gebruik papieren zakdoekjes bij het niezen en snuiten. 

Nies en hoest in je elleboog.

Geef geen hand.

Vacature bestuurslid NVTG

De Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG) is een vereniging voor global health professionals. We dragen met ruim 900 leden actief bij aan de verbetering van de gezondheid in lage- en middeninkomenslanden. We zetten ons in voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs op het gebied van global health en tropische geneeskunde. De NVTG is de beroepsvereniging van de artsen Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (AIGT). Het hoogste orgaan van de vereniging is de Algemene Ledenvergadering (ALV). Deze benoemt het bestuur.

Organisatie

De NVTG heeft vele werkgroepen en commissies die actief zijn. Besturen en leden van deze werkgroepen zijn vrijwilligers. De NVTG wordt ondersteund door drie betaalde werknemers.

Beleid

De NVTG maakt elke vijf jaar een beleidsplan. In 2020 wordt het volgende beleidsplan geschreven. Een van de verantwoordelijkheden van de NVTG is het faciliteren van de AIGT om aan de herregistratie-eisen te voldoen. Sinds de erkenning van de opleiding tot Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (AIGT) in 2015 heeft de NVTG hiervoor documenten en structuren ontwikkeld.

Oproep

De NVTG zoekt een nieuw bestuurslid.

Wie

Een arts Internationale Gezondheidszorg & Tropengeneeskunde (AIGT) of een klinisch werkzame arts.

Wat

Je bent namens het bestuur lid van het Concilium Internationale Gezondheidszorg & Tropengeneeskunde (CIGT). Het CIGT is het vaste adviescollege van de NVTG over de opleiding tot arts Internationale Gezondheidszorg & Tropengeneeskunde (AIGT).

Je bent verantwoordelijk voor het faciliteren van de AIGT om te voldoen aan de Herregistratie-eisen van de RGS. Taken zijn o.a. actueel houden Nota Nascholing & Herregistratie AIGT en alle documenten m.b.t. herregistratie-eisen, ondersteunen Erkende Kwaliteits Consulenten, contact met de RGS, vragen beantwoorden van AIGT, lid commissie Nascholing & Herregistratie, contact en overleg Accreditatiecommissie.

Functie-eisen

  • Interesse in en bij voorkeur ervaring met de opleiding tot AIGT.
  • Interesse in en affiniteit met Nascholing & Herregistratie AIGT. Vanuit het eigen specialisme ervaring met nascholing en herregistratie eisen van de RGS.
  • Mee willen denken over plaats van de AIGT in de Nederlandse Gezondheidszorg en de toekomst van de opleiding.
  • Op effectieve en plezierige wijze samenwerken met bestuursleden met een diverse professionele achtergrond.
  • En… enthousiasme en zin om mee te denken over activiteiten en strategie van de NVTG in de komende vijf jaar.

Voor meer informatie: info@nvtg.org

page2image12825728

Noodoproep aan AIGTers

Artsen Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde, meld je aan voor noodhulp in Nederland!

De Covid-19 pandemie slaat hard toe in Nederland en met name in Noord Brabant is de situatie erg precair omdat de druk op de huisartsen- en ziekenhuiszorg dusdanig groot is dat , ondanks inzet van alle beschikbare zorgverleners en middelen, de beheersbaarheid van de zorgverlening de grenzen nadert.

Het is nu dringend zaak om extra beschikbaarheid van professionele hulp in te zetten ten einde de ziekenhuizen en huisartsenposten in Noord Brabant te ondersteunen om de stroom van (mogelijke) patiënten met Covid-19 symptomen te triëren, te geleiden , te adviseren en te behandelen.

Inspectie voor Volksgezondheid Noord Brabant en KNMG hebben NVTG benaderd met de vraag AIGT-ers in te zetten als professionals, m.n. voor triage, coördinatie en mede organisatie van het hulpverlenersproces.
Artsen Zonder Grenzen Nederland , organisatie bij uitstek voor noodhulp en belangrijkste werkgever voor AIGT-ers heeft per direct een noodteam beschikbaar gesteld voor twee ziekenhuizen in Brabant, alwaar de nood het hoogst is.

Artsen Zonder Grenzen is bereid eventuele verdere noodhulp en ondersteuning logistiek te coördineren onder het motto: AZG helpt!

NVTG roept AIGT-ers op zich beschikbaar te stellen voor noodhulp in de Covid-19 crisis.

-Er is behoefte aan ervaren AIGT-ers die in staat zijn hulpverlening te coördineren, mede te organiseren en te evalueren, alsmede zelf te verlenen op basis van triage.
-Er ontstaat tevens behoefte aan basis AIGT-ers of AIGT-ers i/o die ingezet kunnen worden in het hulpverleningsproces als triage, advisering en behandeling.

Juist nu er in Nederland hulp nodig is bij deze ernstige pandemie is onze internationale kennis van medische hulpverlening hard nodig en ik roep iedereen die beschikbaar en betrokken is op om zich aan te melden !

Ben je AIGTer met veel of nog wat minder ervaring, ben je AIGTer i/o aan het einde van je opleiding en ben je beschikbaar, meld je aan op de onderstaand emailadres!
Je bent hard nodig!

Aanmelden via: Azghelpt@amsterdam.msf.org