Categoriearchief: Nieuws

Wat doet u bij reizigers met koorts?

Praktische tips vindt u op de website https://www.huisarts-migrant.nl/koorts-bij-reizigers/

De meest relevante punten

  • De meeste reizigers met koorts hebben geen tropenziekte, maar het is wel belangrijk om hieraan te denken.
  • Meeste ziekten openbaren zich na 2 dagen tot 3 weken; langere incubatietijd is mogelijk bij: antrax, buiktyphus, hepatitis, HIV, TBC, malaria, Q-koorts, tekenencephalitis, schistosomiasis en andere parasieten (zie tabel 1).
  • Koorts bij een reiziger die in een malariagebied geweest is, is malaria tot het tegendeel bewezen is.
    Maar: koorts binnen een week na aankomst in een malariagebied is geen malaria.
  • Koorts na een bezoek aan de tropen vergt een systemische aanpak.

Pharos: blog Patricia Heijdenrijk

De zorg voor oudere migranten moet en kan beter

Nederland heeft een achterstand in de zorg voor oudere migranten. Die achterstand wordt steeds prangender, want de groep oudere migranten die zorg nodig heeft groeit hard. We moeten, en kunnen, die kloof gezamenlijk dichten. Bron

‘Gelukszoekers’ zouden ze nu worden genoemd door critici: jongemannen die uit een ander land naar Nederland komen voor werk en een inkomen. Maar in de jaren zestig werden ze actief geworven door het Nederlandse bedrijfsleven en met steun van de Nederlandse overheid van Turkije en Marokko naar Nederland gehaald. Hier werkten ze hard voor weinig geld. Als de arbeidsmarkt was aangetrokken en zij genoeg hadden verdiend, zouden ze terugkeren naar hun land. Er werd nagenoeg niets gedaan om ze te betrekken bij de Nederlandse samenleving. De taal leren hoefde niet. Ze waren hier immers tijdelijk, ze waren ‘te gast’. Zou jij je kinderen en kleinkinderen achterlaten om terug te keren naar een land dat al jaren niet meer je thuis is? Het liep anders. De gastarbeiders bleven hier langer werken. Vrouwen en kinderen kwamen over. Een deel van hun kinderen werd in Nederland geboren. En die kinderen wortelden hier, leerden wel de taal, kregen zelf kinderen. Zou jij je kinderen en kleinkinderen achterlaten om terug te keren naar een land dat al jaren niet meer je thuis is? Is het land van je jeugd waarnaar je misschien verlangt, nu het land waar je zonder je familie oud kunt worden? De meeste gastarbeiders en hun vrouwen worden hier oud. De meesten sterven hier en gaan alleen nog terug naar hun geboortegrond om er begraven te worden. Nederland heeft 312.000 ouderen met een migratie-achtergrond. Dat aantal zal de komende 10 tot 15 jaar verdubbelen.

Unieke mensen met een gedeeld probleem

Door allerlei factoren zoals ongunstigere woonomstandigheden, slechtere inkomensposities (waaronder gekorte AOW-uitkeringen), migratiestress en lagere opleidingen hebben deze ouderen een grotere kans op een slechte gezondheid. Ze hebben bovendien meer kans op chronische ziekten: de prevalentie van diabetes is onder mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond bijvoorbeeld twee tot drie keer zo hoog dan bij Nederlanders. Ook stijgt het aantal migrantenouderen met dementie in Nederland sneller dan het aantal autochtone ouderen met dementie. Laat ik duidelijk zijn: het gaat hier niet om een homogene groep. Het gaat om individuele mensen, met hun eigen mooie, schrijnende, vrolijke en verdrietige verhalen. Maar zij delen met elkaar wel een probleem: de zorg bereikt hen nu niet of niet voldoende en is onvoldoende op hen afgestemd. De overheid ziet en erkent dat. Zorgverleners zien dat. De wens om dat te veranderen is er. De ideale oplossing lijkt: persoonsgerichte zorg.

Verantwoordelijkheid persoonsgerichte zorg ligt niet bij patiënt

Ieder mens is uniek en dient als zodanig behandeld te worden in de zorg. De verantwoordelijkheid van die persoonsgerichte zorg ligt niet bij een patiënt of cliënt en zijn of haar sociale netwerk. Een zorgverlener moet zichzelf, zijn handelswijze en oplossing aanpassen aan de persoon tegenover hem of haar, zich gelijkwaardig opstellen. Of dat nu een gepensioneerde Turkse gastarbeider is of een jonge Nederlandse stratenmaker. Zo kom je samen met een patiënt en zijn of haar familie tot zorg die het beste aansluit. In theorie klinkt persoonsgerichte zorg prachtig. Daarom houden veel zorgverleners zich daar ook al jaren mee bezig. Uit die praktijk blijkt dat er nog veel drempels zijn in de persoonsgerichte zorg voor migrantenouderen.

Hoe vraag je om hulp en aan wie?

Dat begint bij de informatievoorziening aan oudere migranten. In Nederland zijn zorg en andere vormen van hulp vraaggericht. Veel ouderen, zeker ook oudere migranten, zijn niet gewend om om hulp te vragen. Daarnaast wordt informatie over ziekten en het zorg- en welzijnsaanbod zeer talig aangeboden. Dat is voor mensen die wel zijn opgegroeid met de Nederlandse taal al een uitdaging. Dit maakt het heel moeilijk voor oudere migranten om een zorgvraag te verwoorden. Wat moet je vragen als je niet weet wat er nodig is of wat er beschikbaar is? De ouders van een Turks-Nederlandse vrouw kregen beiden de diagnose dementie, maar ze hoorden pas jaren later dat er casemanagers bestaan. Nog een stap terug: bij wie kun je terecht met een vraag? Daar is onder zowel autochtonen als mensen met een migratieachtergrond veel onwetendheid over. Zo vertelde een Turks-Nederlandse vrouw uit Zwolle dat haar beide ouders de diagnose dementie kregen, maar ze wisten niet van het bestaan van casemanagers. Daar kwamen ze pas jaren later achter. Al die tijd hebben ze hun vragen niet altijd aan de juiste zorgverlener kunnen stellen. Ook aan de zorgkant gaat dit weleens mis. We weten dat veel casemanagers nog zoekend zijn in hoe ze migranten kunnen helpen. Bovendien worden professionals met een Marokkaanse achtergrond weleens gevraagd mee te denken bij Turks-Nederlandse ouderen, ondanks de significante culturele en taalverschillen. Het komt vaak voor dat oudere migranten bij de verkeerde zorgprofessional terecht komen. Omgekeerd zijn er veel zorgprofessionals die deze mensen nooit zien, terwijl zij juist nodig zijn om een oudere migrant te helpen. Persoonsgerichte zorg wordt erg lastig als een zorgvraag niet de juiste zorgverlener bereikt.

Diversiteitsbeleid moet zorgverlener steunen

Een andere drempel is het huidige zorgaanbod. Dat sluit nog te beperkt aan bij de behoeften van oudere migranten en is niet toegerust op het omgaan met nieuwe dilemma’s en cultuursensitieve vraagstukken. Persoonsgerichte zorg met cultuursensitieve aandacht vereist een duidelijk en sterk beleid vanuit de organisatie waar de zorgverlener werkt. Beleid dat gestimuleerd moet worden vanuit lokaal en landelijk bestuur. Zo is het goed als zorgverleners gesteund worden om echt het gesprek aan te gaan met een oudere migrant en zijn familie. De gesprekslijst Zorgen doe je Samen helpt daarbij. Verpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers die het gesprek aangaan en van de lijst gebruik maken, geven aan dat ze hun cliënt beter begrijpen en ze zorg beter kunnen laten aansluiten. “Eerder vroeg ik me af hoe ik met haar om moest gaan”, zegt een verpleegkundige. “Ik dacht: mevrouw, waarom doet u zo?! Nu begrijp ik haar beter.”

Samenwerking met familie en mantelzorgers

Dit verbetert bovendien de samenwerking met de familie en het geeft mantelzorgers vertrouwen. Zo legt een mantelzorger uit: “Mijn vader eet geen schaaldieren. Als hij dan aan het dementeren is en hij vraagt er ineens wel een keer om, zou je het hem dan moeten geven? Ook al hij vraagt hij het, het is voor hem belangrijk dat je het hem niet geeft. Het is goed om daar rekening mee te houden en dat soort zaken te bespreken.” Deze gesprekken moeten worden aangemoedigd en gefaciliteerd vanuit de organisatie. Nu voelen zorgprofessionals zich geregeld onthand in de zorg aan oudere migranten. Ze ervaren bijvoorbeeld schroom om vragen te stellen over de gewoonten, of om door te vragen na een sociaal wenselijk antwoord van de cliënt en betrokken familieleden. Want op enkele uitzonderingen na heeft het gros van de Nederlandse organisaties nog geen duidelijk diversiteitsbeleid. Hierdoor moeten zorgprofessionals in voor hen onbekende of lastige situaties zelf beslissingen nemen waar zij niet op zijn voorbereid en waarin ze wellicht niet worden gesteund.

Meer scholing voor zorgverleners

Dat brengt me bij de derde drempel voor goede persoonsgerichte zorg aan oudere migranten: de toerusting van de zorgverlener zelf om de juiste persoonsgerichte zorg te geven. Hiervoor is meer nodig dan een open houding en het loslaten van aannames – voor ieder mens al een uitdaging. Je moet oprechte interesse kunnen tonen in een ander, vragen durven stellen, je kunnen aanpassen aan de (gezondheids)vaardigheden van patiënten. Dat vraagt veel van de communicatievaardigheden van een zorgverlener. Het zijn vaardigheden die ze meestal niet of beperkt meekrijgen in hun opleiding. Laat staan dat ze zonder hulp van beleidsmakers en de organisaties waarvoor zij werken voldoende tijd, ruimte en middelen hebben om die vaardigheden in praktijk te brengen. Anders blijft persoonsgerichte zorg een illusie. Zeker als het gaat om de groeiende groep oudere migranten die zorg nodig heeft. Als zorgverleners niet de juiste ondersteuning en de juiste (na)scholing krijgen; als bij zorginstellingen en -organisaties geen duidelijk en sterk beleid is voor de inrichting van cultuursensitieve zorg; als beleidsmakers niet van een breed gedragen wens een concreet actiepunt maken, blijft echt persoonsgerichte zorg een illusie. Zeker als het gaat om de groeiende groep oudere migranten die zorg nodig heeft.

Zo nemen we drempels voor persoonsgerichte zorg weg

Neem actie. Geef aandacht aan persoonsgericht en cultuursensitief werken in zowel het medisch onderwijs als in de weerbarstige praktijk. Stel middelen, ruimte en tijd beschikbaar voor de ontwikkeling en het doorvoeren van een beleid op diversiteit onder cliënten zorg bij zorgorganisaties. Wacht niet op een zorgvraag, maar ga proactief en zonder aannames achter de wensen en behoeften van patiënten en cliënten aan. Maak gebruik van beschikbare (migranten)netwerken. Draag bij aan het broodnodige eenvoudige voorlichtingsmateriaal voor professionals, vrijwilligers en de mensen om wie het gaat. Laten we samen de bestaande drempels wegnemen en de weg vrij maken voor effectieve persoonsgerichte zorg. Zodat straks iedereen in Nederland, ongeacht achtergrond, zijn of haar oude dag op een waardige manier beleeft.

Vacature in Denemarken

Professor(s) in the field of General Practice, Biostatistics, Nursing, Public Health or Sport Biological Research

The Department of Public Health, Faculty of Health at Aarhus University, Denmark invites applications for one or more positions as professor in the fields of General Practice, Biostatistics, Nursing, Public Health and Sport Biological Research. Employment will be from January 1, 2020 or as soon as possible after this date. The position(s) are permanent and full-time, but part-time employment is negotiable.

The Department of Public Health
As professor at Department of Public Health, you will be part of an ambitious and internationally recognised department, where we work together to promote public health through research into areas that can prevent, treat and alleviate disease. We are involved in broad collaboration both internally and externally. We share our knowledge with citizens, decision-makers, business and industry, practitioners and other researchers – in municipalities, in the regions and both nationally and internationally.

Read more http://health.au.dk/om-health/ledige-stillinger/job/professors-in-the-field-of-general-practice-biostatistics-nursing-public-health-or-sport-biolog/

Pharos: nieuw: handboek voor COPD-patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden

Het nieuwe handboek ‘Ik heb COPD, wat kan ik doen?’ is speciaal ontwikkeld voor COPD-patiënten die moeite hebben met het vinden, begrijpen en toepassen van informatie over hun ziekte en gezondheid. In Nederland zijn er ruim 600.000 COPD-patiënten. Maar liefst 46 procent van hen heeft beperkte gezondheidsvaardigheden. Zelfmanagement is belangrijk voor longpatiënten, maar juist voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden is dat een probleem.
Het handboek ‘Ik heb COPD, wat kan ik doen?‘ kan deze patiënten helpen. Het boek ondersteunt het consult van de huisarts en bevat informatie en tips voor goede zelfzorg. Het boek is volledig geschreven in eenvoudig Nederlands https://www.pharos.nl/kennisbank/ik-heb-copd-wat-kan-ik-doen/

SANO bestaat 50 jaar

SANO (stichting artsen naar ontwikkelingslanden) bestaat 50 jaar. Op 14 mei 1969 werd de stichting opgericht door KNMG en NVTG. Het doel was-en is- om Nederlandse artsen te ondersteunen, die werken in lage lonen landen. In die 50 jaar zijn honderden artsen door SANO ondersteund. Giften en legaten komen vooral uit de eigen beroepsgroep, dus voor, door en van artsen. Nog steeds is deze steun noodzakelijk.

Nog steeds is er een groot verschil in toegankelijkheid tot medische zorg en is de patiënt-arts ratio minstens 100x gunstiger in ons deel van de wereld vergeleken met landen in sub Sahara Afrika. SANO probeert op haar bescheiden manier een steentje bij te dragen aan een rechtvaardiger wereld, met betere toegang tot medische zorg.

In het najaar van ons jubileumjaar gaan we ons 50-jarig jubileum vieren met een symposium. Nadere berichtgeving volgt.

Boekrecensie: De derde wereld op je cv

Geen enkel excuus meer 

Het boek ‘De derde wereld op je CV’van Judith van de Kamp had wat mij betreft decennia eerder geschreven mogen worden. Het zou mij en wellicht mijn collega-tropengangers zonder meer hebben behoed voor blunders die me af en toe nog steeds het schaamrood naar de kaken doen stijgen. 

Aan de hand van fragmenten uit blogs van stagiaires en hun thuisfront, haar eigen ervaringen en vele interviews legt medische antropologe van de Kamp messcherp de opstelling van de gemiddelde westerling bloot jegens mensen uit een laag inkomensland. De gesprekken die zij heeft met Afrikanen laten vervolgens zien hoe die daar tegenaan kijken. 

Het knappe van de schrijfster is dat ze haar observaties weergeeft zonder te oordelen. Toch proefde ik onder de plezierige, niet-belerende toon die in het boek wordt gehanteerd wel degelijk hoe ze er zelf over denkt. Met toenemend ongeloof las ik voorbeelden van blogs die een aan onnozelheid grenzende naïviteit van sommige tropengangers in spe laten zien. Uitspraken die hilarisch zouden kunnen zijn, ware het niet dat het allemaal zo bedroevend is.

Tegelijkertijd voelde ik me betrapt. Dacht en deed ik ook zulke dingen tijdens mijn beginjaren in de tropen? Liep ik ook zaalvisite op sandalen of met gymschoenen? Stapte ik ook in een spijkerbroek het kantoor van de Regional Medical Officer binnen, of zelfs dat van ambtenaren op het ministerie? Had ik ook te weinig oog voor de positie van afdelingshoofden en mijn Tanzaniaanse collega’s? Kwam ik ook met tweedehandsspullen of met prullaria aanzetten als cadeautje voor deze en gene?  

Uitgebreid komen in het boek de verschillende soorten stages aan de orde, van de eerste voorbereidingen tot en met de periode na terugkeer. Daarnaast is er o.a. aandacht voor het bijna gewetenloze gedrag van sommige organisaties die werkvakanties voor jongeren mogelijk maken, medisch toerisme en missies van specialisten. En in vrijwel alles klinkt door hoe ongelijkwaardig er aan deze kant van de evenaar wordt gedacht over mensen ten zuiden ervan, ook als missies met de beste intenties worden ondernomen. Neem alleen al het onder westerlingen veelvuldige gebruik van het woord ‘locals’, een benaming met een voor mij uiterst denigrerende klank, omdat het de plaatselijke bevolking wegzet als individuen die niet helemaal serieus genomen behoeven te worden. 

Aan het slot van ieder hoofdstuk geeft de schrijfster een aantal tips en suggesties hoe het anders kan. Geweldig dus, dit boek! En tegelijkertijd een beetje spijtig voor de huidige en toekomstige generatie tropengangers. Terugkijkend naar mijn eigen stommiteiten destijds in Tanzania kan ik tenminste nog zeggen dat ik niet beter wist. Na het verschijnen van ‘De derde wereld op je CV’ kan niemand zich meer achter dat lafhartig excuus verschuilen.  

Adriaan Groen, oud tropenarts

www.adriaangroen.nl

Filmdocumentaire Stichting Vriende Sengerema Hospital: Ieder kind verdient een naam

In november 2018 reisden crossmediaal journalist Denise Eigenbrood en physician assistant Milou van Ingen, werkzaam in het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis, naar het Tanzaniaanse Sengerema voor de opnamen van de documentaire ‘Ieder kind verdient een naam’. In deze expliciete en integere film, opgenomen op een intensive care voor baby’s, worden de gedreven Milou en haar lokale collega’s in Sengerema gevolgd. In woord en beeld krijgt de kijker zicht op hoe het dagelijks leven op een Neonatale Intensive Care Unit (NICU) in een ontwikkelingsland eraan toe gaat. Daarnaast wordt zichtbaar welke uitdagingen er zijn op weg naar een zelfredzame en duurzame afdeling en welke impact babysterfte heeft op medici, die zich met hart en ziel inzetten voor de allerkleinste- en kwetsbare patiënten.

In het Tanzaniaanse Sengerema worden jaarlijks zo’n 10.000 baby’s geboren. De babysterfte in dit Afrikaanse land is maar liefst tienmaal hoger dan in Nederland. Om de zorg voor baby’s te verbeteren en daarmee het sterftecijfer te laten dalen is vanuit Stichting Vrienden Sengerema Hospital in 2015 ‘Project NICU’ opgezet. Via dit project is het ziekenhuis van Sengerema ondersteund bij het opzetten van een couveuseafdeling voor ernstig zieke en te vroeg geboren baby’s. Inmiddels biedt de afdeling zorg aan meer dan 1300 baby’s per jaar en is het sterftecijfer met 40% gedaald. 

Ieder kind verdient een naam

De titel ‘Ieder kind verdient een naam’ is gebaseerd op het feit dat ouders in Tanzania vanwege het hoge risico op overlijden rondom de geboorte, baby’s vaak niet direct na de geboorte de vooraf bedachte naam durven te geven. Project NICU heeft als doel dat de babysterfte zodanig daalt, dat ouders vertrouwen krijgen in een toekomst voor hun baby en ze direct na de geboorte een naam durven te geven. De erkenning die elk kind verdient.

De documentaire is geproduceerd door crossmediaal journalist Denise Eigenbrood in samenwerking met Stichting Vrienden Sengerema Hospital. Met slechts een handycam, twee microfoons en een statief, verbleef de gepassioneerde journalist twee weken lange bijna 24/7 op de intensive care voor baby’s in Sengerema. “Het waren twee intensieve en indrukwekkende weken, waarbij thema’s als verlies, liefde, machteloosheid, hoop, verdriet en troost zich constant afwisselden en vaak naast elkaar stonden. Voor mij is het zowel als filmmaker als persoonlijk een hele bijzondere, mooie en ontroerende ervaring geweest, om zo dicht bij mensen en hun ervaringen en emoties te mogen komen”, aldus Denise.

Via onderstaande link is de trailer van de documentaire te bekijken:https://www.youtube.com/watch?v=sGhH-GY4Mp0


De prèmiere van de documentaire ‘Ieder kind verdient een naam’ vond plaats op 17 februari 2019 in bioscoop LUX Nijmegen. De online release van de documentaire is op 1 juni 2019 via www.iederkindverdienteennaam.nl
————————————————————————————————————————–

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Denise Eigenbrood (+31651128916 / denise@deniseigenbrood.nl) en Milou van Ingen (+31615961550 / milou.vaningen@radboudumc.nl