Categoriearchief: Nieuws

Wat het werken met een multiculturele populatie leuk maakt..

Door een andere bril bekeken, een ervaringsverhaal van Ilse Mattheij

Ik roep P, een jongen van een jaar of 20 , een nieuwe patiënt in de praktijk. Hij heeft een grote donkere zonnebril op die zijn gezicht bedekt. Boven zijn spijkerbroek draagt hij een wit hemd, op zijn gespierde armen zitten flink wat tatoeages. Breed lopend komt hij de spreekkamer binnen. Is onze praktijk weer een nieuwe antisociale patiënt rijker? Onze patiënt gaat zitten, zet zijn zonnebril af en begint te spreken. Verlegen vertelt hij over zijn zware OCD, waar hij erg onder lijdt. Aan het einde van het gesprek lijk ik zijn vertrouwen gewonnen te hebben.  Hij zit nog ergens mee.  Het ging een tijd erg goed met zijn OCD. Maar enkele weken geleden heeft hij een aantal keer LSD gebruikt. De eerste keer beviel fantastisch, de tweede ervaring was een ramp. P. zat op het toilet en het viel hem op dat de toiletrol nat leek. Hij fantaseerde dat de toiletrol in de wc was gevallen. Op dat moment kreeg hij een paniekaanval en kwam zijn OCD om de hoek kijken. De rest van de dag bestond uit douchen en de WC schoonmaken. Na een goede periode weer terug bij af. Hoe kon hij zo stom zijn? Stiekem zie ik de humor van de situatie in maar hoe zorg ik ervoor dat P. zich minder slecht gaat voelen?  Ik transformeer mijn rol van dokter naar boze moeder en vergever. Ik vertel hem duidelijk met een strenge blik dat dit ook echt superstom is, hij zit als een klein jongetje met een schuldig gezicht voor me. Even later vertel ik dat veel jongens van zijn leeftijd  weleens LSD proberen. Ik vergeef hem dat hij hier net als veel anderen een keertje mee heeft geëxperimenteerd. Hij kijkt me opgelucht aan, bedankt me en geeft een hand. Vervolgens zet hij zijn grote zonnebril weer op en loopt met een machogang de spreekkamer weer uit, terug in zijn stoere rol.

Wat is het toch fantastisch om te werken met een diverse populatie. En wat ben ik blij dat in onze praktijk iedereen als een normaal mens verwelkomd wordt. We ontvangen daklozen, illegalen, chronische psychiatrische patiënten, statushouders, zwakbegaafden, enzovoorts. Ik merk dat sommige collega’s elders geïrriteerd raken als een patiënt bijvoorbeeld slecht Nederlands spreekt. Door deze irritatie en vooroordelen komen zij vaak nooit het echte verhaal te weten. 

Waarom zou je zuchten, kreunen en steunen alleen al bij de aanblik van patiënten die tussen wal en schip vallen? Deze patiënten bieden afwisseling. Ze dagen je uit om te groeien, flexibel en creatief te zijn. Je leert dat je als arts bij iedere patiënt een andere rol mag aannemen. Deze patiënten laten je de echte maatschappij zien met zijn ongemakken en onrechtvaardigheden. Dit geeft mij inspiratie over hoe het landelijke gezondheidsbeleid anders kan. Op patiëntniveau zet het me aan het denken voor wie je wat kan betekenen en wanneer je aan een dood paard trekt.  

Geen enkele dag is hetzelfde, elke dag wordt ik weer opnieuw uitgedaagd en daar wordt ik blij van, mijn werk wordt zo nooit saai. Openstaan voor diversiteit in de spreekkamer is wat mij betreft de sleutel tot een leven lang leren en geïnspireerd blijven.   

Een wereld van verschil

Een wereld van verschil

Aanvullende financiering voor de opleiding tot arts internationale gezondheidszorg!

In de Tweede Kamer is deze week de motie van Carla Dik-Faber (CU) voor aanvullende financiering van de opleiding tot Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (arts IGT) aangenomen. 

Deze volledig erkende medische vervolgopleiding met een lange en invloedrijke geschiedenis had tot nu toe nauwelijks financiering. Al jaren wordt er door vele betrokkenen en actieve stakeholders gelobbyd om de opleiding te behouden. In de huidige tijd van globalisering is ook een internationale blik op de gezondheidszorg van essentieel belang. Mede dankzij hulp van velen is dit nu dus gelukt en daar zijn we zeer trots op.

Nog even een kleine terugblik op hoe dat is gegaan: Eind 2016 werd vastgesteld dat de opleiding op korte termijn dreigde te verdwijnen zonder aanvullende overheidsfinanciering. Een groep artsen nam het initiatief voor de campagne ‘Into The World’, inclusief het maken van een gelijknamig boek over de opleiding en het werk van deze veelzijdige artsen. ‘Into the World’ startte met een social mediacampagne op facebook, instagram en twitter en publicatie van ruim veertig interviews met (voormalig) ‘tropenartsen’ die hun ervaringen in de global health nu toepassen in andere werkgebieden (bijv. als medisch specialist of beleidsmaker) en interviews met artsen IGT die werkzaam zijn in de internationale gezondheidszorg. Een voorlopig hoogtepunt van de campagne was het ‘Into the World’ event in december 2017 waar in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam honderden gasten en stakeholders de presentatie van het boek ‘Into the World’ meemaakten. 

Het aantal steunbetuigingen groeide en steeds meer organisaties, ziekenhuizen en bekende actoren uit de global health spraken zich uit voor het belang van financiering. De campagne nam een vlucht in januari 2018 met de publicatie van enkele kritische artikelen in landelijke dagbladen en aandacht voor de opleiding in ‘De Wereld Draait Door’ en ‘Jinek’. Beleid vanuit de overheid bleef uit terwijl de kwaliteit en de positie van de opleiding door steun van vele stakeholders sterk bleef. Maar het was onzeker of dit voor de toekomst genoeg zou zijn. Tot 5 november 2019 toen de motie van Carla-Dik Faber met het verzoek om aanvullende overheidsfinanciering werd aangenomen. 

Wij profiteren in Nederland van een van de beste gezondheidszorgsystemen ter wereld. Het verschil met het grootste deel van de wereldbevolking, dat in laag- en middeninkomenslanden leeft, is vaak schrijnend. Die enorme verschillen tussen armere en rijkere landen vormen een probleem voor ons allemaal. Sterke bevolkingsgroei in combinatie met slechte gezondheidszorg en armoede versterken elkaar en zijn een bedreiging voor de gehele wereldbevolking.

De Nederlandse artsen IGT vormen een brug tussen de Nederlandse gezondheidszorg en internationale gezondheidsgerelateerde vraagstukken. Het zijn artsen die aan het begin van hun carrière enkele jaren in een laag-/middeninkomenland werken samen met lokale professionals in patiënten zorg en/of onderwijs en opleiding en (soms letterlijk) met hun poten in de modder hebben gestaan. Vaak vervolgen artsen IGT hun carrière in Nederland waar ze in verschillende (deel)gebieden terecht komen. Ze worden medisch specialisten, huisartsen, beleidsmakers, onderzoekers of epidemiologen, die met hun pragmatische, flexibele blik en uitgebreide praktijkervaring verder kijken dan de spreekkamer. 

Van geen financiering in 2017 tot de aanname van de Motie tot aanvullende financiering in de Tweede Kamer. Ook dat is een wereld van verschil voor de opleiding van de Nederlandse artsen IGT. Nederland laat hiermee eindelijk zien dat het op het gebied van internationale gezondheidszorg mee wil blijven doen en een voortrekkersrol wil spelen.

En wat zijn we daar blij mee!

Nogmaals dank aan iedereen die deze campagne op welke manier dan ook heeft gesteund. Zonder jullie was het nooit gelukt. 

Namens de werkgroep ‘Into The World’

Jan de Maeseneer: In my view… Family Medicine, PHC and UHC

Bron: https://www.globalfamilydoctor.com/News/InmyviewJandeMaeseneer.aspx

After the Astana-Declaration on Primary Health Care (PHC) in October 2018, the time for implementation of the principles has come, putting the Memorandum Of Understanding (MOU) between WONCA and WHO into practice.

The first goal WONCA can contribute to is documenting the evidence that PHC, integrating Family Physicians, really can make a difference in terms of access to and quality of health care. Reports from USA (Robert Graham Centre, Washington, USA[1] ), from OECD[2] (Paris, France), the EU QUALICOPC-study[3] (Nivel, the Netherlands), and research in Africa (South-Africa[4], North-Sudan[5] , all document better results for access and outcome in settings where Family Physicians contribute to PHC. Thanks to the WONCA leadership in recent years, WONCA engages in both the global and the local debate on the role of Family Medicine.

In August 2019, a delegation of WONCA Africa region and Primafamed met with WHO Africa region in Brazzaville. There was a positive and proactive atmosphere, which resulted in a joint document. While the document is a strong demonstration of intent, there were no concrete commitments for action and no specifically identified resource commitments to strengthen the development of Family Medicine. That is a pity, because there are resources available: in June 2019 the European Union gave a donation to WHO of €102 million for action towards Universal Health Coverage (UHC).

What can we learn from this experience? First of all, WONCA should continue to interact with WHO, not only at the global level in Geneva but also at the level of the seven WHO regions. Secondly, national WONCA Member Organisations (MOs) should be encouraged and supported to build contact and engagement with WHO Country Representatives (WRs), where there is a WHO country office, to explain the role of Family Medicine in PHC. These meetings should be reported to WONCA Executive, to reflect on the momentum building on the WHO-WONCA MOU. 

Finally, WONCA should continue its engagement at WHO Geneva level to motivate WHO not only to distribute finances through the national health ministries, but also to financially support the contribution to UHC by multilateral agencies and NGOs such as WONCA, Primafamed (in Africa), African Forum for Primary Care, the newly formed and enthusiastic AfroPHC, and European Forum for Primary Care. The power of multilateral agencies lies in their capacity to overcome local “sensitivities”.

Moreover, WONCA can play an important role in the creation and expansion of inter-professional Primary Care Teams (see WONCA News‘In my view’, September 2019). Family Physicians are the clinical medical experts in the PHC team and work with nurses, social workers, community health workers and others, with each of these team members contributing to improved health outcomes. 

Therefore, it was very appropriate that WONCA reacted immediately to a recent BMJ-editorial authored by Agnes Binagwaho (Rwanda) and the WHO-Director General, that suggested that “…community health workers (CHWs) serve as the first point of contact for people needing healthcare; they are the functional link between communities and health facilities, such as hospitals[6].” (BMJ 2019; 365 doi: https://doi.org/10.1136/bmj.l2391). 

The WONCA President, Donald Li, was very clear in his rapid response: “We urge you to champion the contribution of ALL health care workers in PHC, including professionals like nurses/midwives, clinicians/physician assistants, and family doctors. If we want to truly re-invent PHC to provide accessible, affordable, cost-effective, comprehensive, quality primary health care then we need teamwork including family doctors, especially in Africa and especially considering the resources of the whole health system. UHC built around hospitals will be disastrous for Africa. We urge you to actively support our efforts in Africa to achieve UHC and leave no one behind.” 

However, on 29 August a blog in BMJ, written by Paul Kagame, President of Rwanda, repeated the same analysis: ‘In Rwanda, a combination of community based health insurance, community health workers, and good external partnerships together led to the steepest reductions in child and maternal mortality ever recorded’[7].

This position needs to be challenged, using the evidence which already exists and evidence which is being built, in Africa, in real time. It is obvious that big donors are emphasising the focus of their investments on CHWs and not on nurses and family physicians in their rationing strategy, aimed at reduction of their support for human resources for health.

Finally, WONCA can take a strategic role in capacity-building, advocating that at least 40% of all students who graduate in medicine, should engage in a post-graduate training in Family Medicine[8]. By doing so, WONCA clearly illustrates its social accountability in this important process of societal change for Universal Health Coverage.

30 november SANO symposium in Amsterdam

page1image1066832

Verleden, heden en toekomst van SANO
Symposium ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van SANO

Zaterdag, 30 november 2019, 15.30-17.30 Koninklijk Instituut voor de Tropen,

Mauritskade 63, Amsterdam

In 1969, 50 jaar geleden, werd de SANO opgericht door KNMG en NVTG.

Artsen, die naar de tropen gingen om daar te helpen in de gezondheidszorg, werden financieel ondersteund. Zonder die financiële hulp was het vaak niet mogelijk geweest. Nu, 50 jaar later in 2019, is er nog steeds een noodzaak om artsen te ondersteunen, die onder vaak moeilijke omstandigheden hun werk moeten uitoefenen.

In een twee uur durend symposium willen we verleden, heden en toekomst van de AIGT-en dus SANO- de revue laten passeren.

Programma

15.30. Opening symposium, door voorzitter SANO, Wim Heres

15.40. 1e medeoprichter KNMG: voorzitter René Heman

15.50. 2e medeoprichter NVTG: voorzitter Joop Raams

16.00. Ervaringen AIGT SANO- begunstigde: Irene de Vries

16.15. Ervaringen AIGT SANO-begunstigde: Daan Kremer

16.30. Beleid van minister in relatie tot medische ontwikkelingssamenwerking en AIGT in het bijzonder: afgevaardigde van minister Kaag

16.50. Discussie met de zaal aan de hand van stellingen. Discussieleider: Remko Schats, bestuurslid 17.20. Samenvatting van de discussie en slotopmerkingen.
17.30. Einde Symposium SANO, uitnodiging voor aangeklede borrel.

SANO bestaat dankzij donaties, legaten en erfstellingen. Het bestuur wil zo weinig mogelijk geld aan de bekende strijkstok laten. Het symposium is de eenmalige uitzondering. Om de kosten te beperken vragen wij u -volledig vrijwillig- een eenmalige donatie van bv 20 euro. U kunt dit doen door middel van een bankoverschrijving (NL36ABNA0622389645 t.n.v. SANO), maar u kunt ook doneren via onze website: www. Stichtingsano.nl

Let op: nog t/m 6 okt vroegboekkorting voor het NVTG congres

CLIMATE EMERGENCY. Understanding the impact of climate change on health

De gevolgen van klimaatverandering zijn duidelijk zichtbaar in tekort aan schone lucht, veilig onderkomen, onvoldoende voedsel. Extreme hitte draagt bij aan mortaliteit als gevolg van cardiovasculaire en respiratoire ziekten. Wereldwijd is het aantal aan weer gerelateerde rampen meer dan verdrievoudigd sinds de 1960s. De gezondheidseffecten van een klimaatverandering zijn merkbaar zoals het feit dat door vectoren overgebrachte ziekten zoals malaria, dengue, schistosomiasis en lymeziekte zich in toenemende mate zullen uitbreiden naar andere delen van de wereld dan nu. 

Het jaarlijkse NVTG symposium van 6 november (in Rode Hoed, Amsterdam) getiteld ‘Climate emergency. Understanding the impact of climate change on global health’ staat in het teken van klimaatverandering en de gevolgen ervan voor onze gezondheid en welzijn. Het programma is veelzijdig met in de ochtend lezingen van vooraanstaande wetenschappers en professionals zie aandacht zullen besteden aan de gevolgen van klimaatverandering voor de gezondheid, feiten zullen presenteren en met ons in discussie gaan over mogelijke oplossingen om de negatieve gevolgen tegen te gaan. In het plenaire ochtend deel spreken: 

  • Prof Sir Andy Haines (London School of Tropical Medicine and Hygiene), 
  • Dr Maarten van Aalst (Red Cross Red Crescent Climate Centre), 
  • Dr Marzella Wüstefeld (World Health Organization), 
  • Dr Pim Martens (Maastricht University). 

De middag sessies bieden een gevarieerd programma met abstract presentaties (Uniting Streams);  een sessie over SRHR en klimaatverandering (Share-Net Nederland); twee sessies zullen worden georganiseerd door het Nederlandse Rode kruis (een van de mede-organisatoren); een sessie over de Nederlandse onderzoeksagenda ‘Klimaat en Gezondheid’ (Dr Maud Huynen, Maastricht University); een sessie over de rol van technologie bij klimaat-gerelateerde rampen (Dr Md. Nadiruzzaman, International Centre for Climate Change and Development, Bangladesh); en een sessie over manieren om afval in de klinische setting te verminderen (Troie). 

Wees er op tijd bij, het aantal aanmeldingen is beperkt! 

Details over het programma en de aanmelding voor het symposium vindt u in de symposium flyer en op de symposiumpagina.   

Helaas is er op dit moment (26 juli) een storing in het betaalsysteem. Zodra dit is opgelost vermeld ik het hier.

U kunt zich hier aanmelden.

Pharos: Nieuwe wachtkamervideo’s over dementie bij migrantenouderen

We ontwikkelden video’s, of geanimeerde beeldverhalen, die eenvoudig uitleggen wat dementie is. Ze zijn gericht op migrantenouderen met dementie en hun familie en mantelzorgers. Ideaal om te tonen in wachtkamers waar deze mensen komen, bijvoorbeeld bij de huisarts, apotheker of in ziekenhuizen.

Nu een grote groep migranten vergrijst, neemt het aantal migrantenouderen met dementie snel toe. In 2030 is één op de drie mensen met dementie in de vier grote steden migrant. Voor vele migranten en mantelzorgers van bijvoorbeeld Turkse, Chinese of Marokkaanse afkomst is dementie een relatief onbekend verschijnsel.

Niet de juiste zorg

Symptomen zoals vergeetachtigheid, gedragsveranderingen en oriëntatieproblemen worden door mensen met een migratieachtergrond nogal eens gezien als een bijverschijnsel van het ouder worden. Ze weten niet altijd dat dementie een ziekte is. En soms zien ze dementie als ‘gekte’ en rust er een taboe op deze ziekte. Daardoor zoeken ze niet altijd zorg als er mogelijk sprake is van dementie.

Bovendien weten veel migrantenouderen en hun naasten niet hoe het Nederlandse zorgaanbod eruit ziet, en hoe ze daar een beroep op kunnen doen. Hierdoor komen migrantenouderen niet altijd bij de (juiste) zorgverlener terecht. Of klachten worden niet herkend als symptomen van een ziekte. Vaak wordt dementie dan niet of niet tijdig gediagnosticeerd.

Voorlichting over dementie

Daarom is het belangrijk deze groep goed voor te lichten over dementie. Alleen dan kunnenouderen met een migrantenachtergrond, hun naasten en hun mantelzorgers de juiste hulp en ondersteuning krijgen.

Wij ontwikkelen voorlichtingsmateriaal en andere hulpmiddelen voor deze groep ouderen, hun mantelzorgers en betrokken zorgprofessionals. Zoals deze nieuwe animaties waarin we op eenvoudige wijze uitleggen wat dementie is. De beeldverhalen zijn geschikt  voor patiënten en zijn of haar familie of mantelzorgers. Als zij naar jouw praktijk, poli of apotheek komen, is dat een mooi moment om informatie te delen.

Het verhaal van Emina

De animaties vertellen het verhaal van Emina. Emina is 75. De laatste tijd gaat het niet zo goed met haar; ze doet weinig en vergeet veel. Het gaat niet goed in en rondom het huis. Emina gaat naar de huisarts, die dementie bij haar diagnosticeert. De animatie is beschikbaar in vier talen; Nederlands, Engels, Turks en Arabisch.

Het verhaal van Emina is toegankelijk en herkenbaar, in het bijzonder voor mensen met een migratie-achtergrond. Het filmpje creëert bewustwording over dementie als ziekte, en vertelt patiënten en hun naasten in hun eigen taal waar zij terecht kunnen met vragen.

Je kan de animaties hier bekijken en downloaden. Meer producten over dementie zijn hier te vinden. Bij vragen kun je contact opnemen met Jennifer van den Broeke door te mailen naar j.vandenbroeke@pharos.nl, of te bellen naar 06-11731522.

Deze animatie ontwikkelden we samen in een Dementiezorg voor Elkaar-traject met het OLVG en de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra, gefinancierd door het AOF. Pharos is onderdeel van Dementiezorg voor Elkaar. Samen zorgen we voor toegankelijke zorg voor iedereen.

Wat doet u bij reizigers met koorts?

Praktische tips vindt u op de website https://www.huisarts-migrant.nl/koorts-bij-reizigers/

De meest relevante punten

  • De meeste reizigers met koorts hebben geen tropenziekte, maar het is wel belangrijk om hieraan te denken.
  • Meeste ziekten openbaren zich na 2 dagen tot 3 weken; langere incubatietijd is mogelijk bij: antrax, buiktyphus, hepatitis, HIV, TBC, malaria, Q-koorts, tekenencephalitis, schistosomiasis en andere parasieten (zie tabel 1).
  • Koorts bij een reiziger die in een malariagebied geweest is, is malaria tot het tegendeel bewezen is.
    Maar: koorts binnen een week na aankomst in een malariagebied is geen malaria.
  • Koorts na een bezoek aan de tropen vergt een systemische aanpak.

Pharos: blog Patricia Heijdenrijk

De zorg voor oudere migranten moet en kan beter

Nederland heeft een achterstand in de zorg voor oudere migranten. Die achterstand wordt steeds prangender, want de groep oudere migranten die zorg nodig heeft groeit hard. We moeten, en kunnen, die kloof gezamenlijk dichten. Bron

‘Gelukszoekers’ zouden ze nu worden genoemd door critici: jongemannen die uit een ander land naar Nederland komen voor werk en een inkomen. Maar in de jaren zestig werden ze actief geworven door het Nederlandse bedrijfsleven en met steun van de Nederlandse overheid van Turkije en Marokko naar Nederland gehaald. Hier werkten ze hard voor weinig geld. Als de arbeidsmarkt was aangetrokken en zij genoeg hadden verdiend, zouden ze terugkeren naar hun land. Er werd nagenoeg niets gedaan om ze te betrekken bij de Nederlandse samenleving. De taal leren hoefde niet. Ze waren hier immers tijdelijk, ze waren ‘te gast’. Zou jij je kinderen en kleinkinderen achterlaten om terug te keren naar een land dat al jaren niet meer je thuis is? Het liep anders. De gastarbeiders bleven hier langer werken. Vrouwen en kinderen kwamen over. Een deel van hun kinderen werd in Nederland geboren. En die kinderen wortelden hier, leerden wel de taal, kregen zelf kinderen. Zou jij je kinderen en kleinkinderen achterlaten om terug te keren naar een land dat al jaren niet meer je thuis is? Is het land van je jeugd waarnaar je misschien verlangt, nu het land waar je zonder je familie oud kunt worden? De meeste gastarbeiders en hun vrouwen worden hier oud. De meesten sterven hier en gaan alleen nog terug naar hun geboortegrond om er begraven te worden. Nederland heeft 312.000 ouderen met een migratie-achtergrond. Dat aantal zal de komende 10 tot 15 jaar verdubbelen.

Unieke mensen met een gedeeld probleem

Door allerlei factoren zoals ongunstigere woonomstandigheden, slechtere inkomensposities (waaronder gekorte AOW-uitkeringen), migratiestress en lagere opleidingen hebben deze ouderen een grotere kans op een slechte gezondheid. Ze hebben bovendien meer kans op chronische ziekten: de prevalentie van diabetes is onder mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond bijvoorbeeld twee tot drie keer zo hoog dan bij Nederlanders. Ook stijgt het aantal migrantenouderen met dementie in Nederland sneller dan het aantal autochtone ouderen met dementie. Laat ik duidelijk zijn: het gaat hier niet om een homogene groep. Het gaat om individuele mensen, met hun eigen mooie, schrijnende, vrolijke en verdrietige verhalen. Maar zij delen met elkaar wel een probleem: de zorg bereikt hen nu niet of niet voldoende en is onvoldoende op hen afgestemd. De overheid ziet en erkent dat. Zorgverleners zien dat. De wens om dat te veranderen is er. De ideale oplossing lijkt: persoonsgerichte zorg.

Verantwoordelijkheid persoonsgerichte zorg ligt niet bij patiënt

Ieder mens is uniek en dient als zodanig behandeld te worden in de zorg. De verantwoordelijkheid van die persoonsgerichte zorg ligt niet bij een patiënt of cliënt en zijn of haar sociale netwerk. Een zorgverlener moet zichzelf, zijn handelswijze en oplossing aanpassen aan de persoon tegenover hem of haar, zich gelijkwaardig opstellen. Of dat nu een gepensioneerde Turkse gastarbeider is of een jonge Nederlandse stratenmaker. Zo kom je samen met een patiënt en zijn of haar familie tot zorg die het beste aansluit. In theorie klinkt persoonsgerichte zorg prachtig. Daarom houden veel zorgverleners zich daar ook al jaren mee bezig. Uit die praktijk blijkt dat er nog veel drempels zijn in de persoonsgerichte zorg voor migrantenouderen.

Hoe vraag je om hulp en aan wie?

Dat begint bij de informatievoorziening aan oudere migranten. In Nederland zijn zorg en andere vormen van hulp vraaggericht. Veel ouderen, zeker ook oudere migranten, zijn niet gewend om om hulp te vragen. Daarnaast wordt informatie over ziekten en het zorg- en welzijnsaanbod zeer talig aangeboden. Dat is voor mensen die wel zijn opgegroeid met de Nederlandse taal al een uitdaging. Dit maakt het heel moeilijk voor oudere migranten om een zorgvraag te verwoorden. Wat moet je vragen als je niet weet wat er nodig is of wat er beschikbaar is? De ouders van een Turks-Nederlandse vrouw kregen beiden de diagnose dementie, maar ze hoorden pas jaren later dat er casemanagers bestaan. Nog een stap terug: bij wie kun je terecht met een vraag? Daar is onder zowel autochtonen als mensen met een migratieachtergrond veel onwetendheid over. Zo vertelde een Turks-Nederlandse vrouw uit Zwolle dat haar beide ouders de diagnose dementie kregen, maar ze wisten niet van het bestaan van casemanagers. Daar kwamen ze pas jaren later achter. Al die tijd hebben ze hun vragen niet altijd aan de juiste zorgverlener kunnen stellen. Ook aan de zorgkant gaat dit weleens mis. We weten dat veel casemanagers nog zoekend zijn in hoe ze migranten kunnen helpen. Bovendien worden professionals met een Marokkaanse achtergrond weleens gevraagd mee te denken bij Turks-Nederlandse ouderen, ondanks de significante culturele en taalverschillen. Het komt vaak voor dat oudere migranten bij de verkeerde zorgprofessional terecht komen. Omgekeerd zijn er veel zorgprofessionals die deze mensen nooit zien, terwijl zij juist nodig zijn om een oudere migrant te helpen. Persoonsgerichte zorg wordt erg lastig als een zorgvraag niet de juiste zorgverlener bereikt.

Diversiteitsbeleid moet zorgverlener steunen

Een andere drempel is het huidige zorgaanbod. Dat sluit nog te beperkt aan bij de behoeften van oudere migranten en is niet toegerust op het omgaan met nieuwe dilemma’s en cultuursensitieve vraagstukken. Persoonsgerichte zorg met cultuursensitieve aandacht vereist een duidelijk en sterk beleid vanuit de organisatie waar de zorgverlener werkt. Beleid dat gestimuleerd moet worden vanuit lokaal en landelijk bestuur. Zo is het goed als zorgverleners gesteund worden om echt het gesprek aan te gaan met een oudere migrant en zijn familie. De gesprekslijst Zorgen doe je Samen helpt daarbij. Verpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers die het gesprek aangaan en van de lijst gebruik maken, geven aan dat ze hun cliënt beter begrijpen en ze zorg beter kunnen laten aansluiten. “Eerder vroeg ik me af hoe ik met haar om moest gaan”, zegt een verpleegkundige. “Ik dacht: mevrouw, waarom doet u zo?! Nu begrijp ik haar beter.”

Samenwerking met familie en mantelzorgers

Dit verbetert bovendien de samenwerking met de familie en het geeft mantelzorgers vertrouwen. Zo legt een mantelzorger uit: “Mijn vader eet geen schaaldieren. Als hij dan aan het dementeren is en hij vraagt er ineens wel een keer om, zou je het hem dan moeten geven? Ook al hij vraagt hij het, het is voor hem belangrijk dat je het hem niet geeft. Het is goed om daar rekening mee te houden en dat soort zaken te bespreken.” Deze gesprekken moeten worden aangemoedigd en gefaciliteerd vanuit de organisatie. Nu voelen zorgprofessionals zich geregeld onthand in de zorg aan oudere migranten. Ze ervaren bijvoorbeeld schroom om vragen te stellen over de gewoonten, of om door te vragen na een sociaal wenselijk antwoord van de cliënt en betrokken familieleden. Want op enkele uitzonderingen na heeft het gros van de Nederlandse organisaties nog geen duidelijk diversiteitsbeleid. Hierdoor moeten zorgprofessionals in voor hen onbekende of lastige situaties zelf beslissingen nemen waar zij niet op zijn voorbereid en waarin ze wellicht niet worden gesteund.

Meer scholing voor zorgverleners

Dat brengt me bij de derde drempel voor goede persoonsgerichte zorg aan oudere migranten: de toerusting van de zorgverlener zelf om de juiste persoonsgerichte zorg te geven. Hiervoor is meer nodig dan een open houding en het loslaten van aannames – voor ieder mens al een uitdaging. Je moet oprechte interesse kunnen tonen in een ander, vragen durven stellen, je kunnen aanpassen aan de (gezondheids)vaardigheden van patiënten. Dat vraagt veel van de communicatievaardigheden van een zorgverlener. Het zijn vaardigheden die ze meestal niet of beperkt meekrijgen in hun opleiding. Laat staan dat ze zonder hulp van beleidsmakers en de organisaties waarvoor zij werken voldoende tijd, ruimte en middelen hebben om die vaardigheden in praktijk te brengen. Anders blijft persoonsgerichte zorg een illusie. Zeker als het gaat om de groeiende groep oudere migranten die zorg nodig heeft. Als zorgverleners niet de juiste ondersteuning en de juiste (na)scholing krijgen; als bij zorginstellingen en -organisaties geen duidelijk en sterk beleid is voor de inrichting van cultuursensitieve zorg; als beleidsmakers niet van een breed gedragen wens een concreet actiepunt maken, blijft echt persoonsgerichte zorg een illusie. Zeker als het gaat om de groeiende groep oudere migranten die zorg nodig heeft.

Zo nemen we drempels voor persoonsgerichte zorg weg

Neem actie. Geef aandacht aan persoonsgericht en cultuursensitief werken in zowel het medisch onderwijs als in de weerbarstige praktijk. Stel middelen, ruimte en tijd beschikbaar voor de ontwikkeling en het doorvoeren van een beleid op diversiteit onder cliënten zorg bij zorgorganisaties. Wacht niet op een zorgvraag, maar ga proactief en zonder aannames achter de wensen en behoeften van patiënten en cliënten aan. Maak gebruik van beschikbare (migranten)netwerken. Draag bij aan het broodnodige eenvoudige voorlichtingsmateriaal voor professionals, vrijwilligers en de mensen om wie het gaat. Laten we samen de bestaande drempels wegnemen en de weg vrij maken voor effectieve persoonsgerichte zorg. Zodat straks iedereen in Nederland, ongeacht achtergrond, zijn of haar oude dag op een waardige manier beleeft.