Categorie archief: Nieuws

6 accreditatiepunten voor Tropenartsen Carriere Dag 2016

6 accreditatiepunten voor Tropenartsen Carriere Dag 2016

Op zaterdag 19 november wordt weer de jaarlijkse tropenartsen carriere dag georganiseerd in het LUMC. Dit jaar zijn er voor het eerst 6 accreditatiepunten te verdienen!

Het thema dit jaar is “Op de vlucht… ” waarbij het thema vluchten in een breed perspectief zal worden geplaatst: van vluchten voor natuurgeweld en oorlog, tot vluchten voor jezelf of het Nederlands zorgsysteem.

Met als sprekers oa Drs. Menno de Bree (docent medische ethiek en filosofie Rijksuniversiteit Groningen), Drs. Ellen Bosnak (over Global Mental health) en Jetske Duncker namens Artsen Zonder Grenzen, zullen aan het woord komen.

Kijk voor ons volledig programma op onze website: https://tropenartsencarrieredag.wordpress.com/

Of bezoek onze facebookpagina https://www.facebook.com/TCD2016/?fref=ts

Aanmelden kan door een mail te sturen naar aanmeldenTCD2016@gmail.com, de kosten van een kaartje bedragen 25,- euro (inclusief heerlijke Surinaamse lunch).

We hopen u allen de 19de november te verwelkomen.

Met vriendelijke groet,

De TCD commissie 2016:
Sanne Leenders, Jan-Henk Dubbink, Marieke Simmelink, Leontien van Ravesteyn
Perijne Vellekoop, Lam Trang, Valerie Harskamp, Erik Wehrens

 

 

WHIG nieuwsbrief 2016-03

De WHIG nieuwsbrief is er weer!

Deze nieuwsbrief komt 4x per jaar en bevat rubrieken als:

  • nieuws uit de WHIG
  • nieuws van andere gremia (DIGH, Pharos, WES LOVAH, NVTG, Stichting Bootvluchteling)
  • Tropen- en andere ervaringsverhalen
  • Leuk om te lezen
  • Agenda

Kijk op onze website  of http://whig.nl/whig-nieuwsbrief-2016-03/

of stuur een mail naar info@whig.nl om je aan te melden!

 

Stichting bootvluchteling zoekt tijdelijke waarneming!

Wil jij ook een unieke (werk)ervaring als (huis)arts? 

Meld je dan aan om minimaal 10 dagen als huisarts (in opleiding) te werken 

met Stichting Bootvluchteling voor de vluchtelingen op Lesbos! 

Waar: Lesbos, Griekenland. Zowel in het vluchtelingenkamp Moria (verblijfplaats van ruim 3000 vluchtelingen) als in het Silverbay Hotel (verblijfplaats van ruim 200 kwetsbare vluchtelingen) worden dagelijks spreekuren gedraaid door artsen en verpleegkundigen van Stichting Bootvluchteling.

Wanneer: Minimaal 10 dagen in de maanden juli of augustus 2016 (met name vanaf 8 juli)

Wat: Stichting Bootvluchteling biedt momenteel (semi)acute huisarts- geneeskundige zorg aan de meest kwetsbare vluchtelingen op Lesbos. Denk hierbij aan astma-exacerbaties, epileptische insulten en angina pectoris, maar ook aan kinderen met koorts, verkoudheden en paniekaanvallen. Bij vraag naar chronische zorg wordt (met een goede verwijsbrief) verwezen naar samenwerkende hulporganisaties (zoals Médecins du Monde en Caritas Hellas).

Waarom: De zorgvraag van de vluchtelingen op Lesbos is de laatste maanden verschoven van spoedeisende zorg bij bootlandingen (vluchtelingen verbleven slechts een aantal dagen op Lesbos) naar acute en chronische zorg in kampen en andere accommodaties (vluchtelingen verblijven nu vaak al weken- tot maandenlang op Lesbos). Om deze zorgvraag te kunnen beantwoorden is de nood voor huisartsen op Lesbos groot.

Onkosten: Stichting Bootvluchteling werkt met vrijwilligers. Zij financieren hun eigen onkosten, waarbij Stichting Bootvluchteling zorgdraagt voor goedkope accommodatie en maaltijden op Lesbos.

Wat krijg je er voor terug?

–       Een unieke werkervaring!

–       Werken in een inspirerend team van medici en niet-medici

–       De kans medische hulp te bieden aan de slachtoffers van de grootste vluchtelingencrisis van deze tijd

–       Werken op een prachtig eiland met heerlijk weer

Ben je enthousiast geworden?

Neem voor meer praktische informatie of persoonlijke ervaringen contact op met Reina Timmer, huisarts en ervaren vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling op Lesbos.

Mail naar reinatimmer@hotmail.com of bel naar 0031-642268707.

Opening WONCA 2016

Opening WONCA 2016:

Michale Kidd benadrukt het belang van de huisarts in de sustainable development goals, en met name in het leveren van comprehensive, continuous health care for all and all ages.wonca 2016

De WONCa vindt dit jaar plaats van 15-18 juni in Kopenhagen.

Professor Michael Kidd is the president of the World Organization of Family Doctors (WONCA).  Michael is an Australian family doctor, primary care researcher, medical educator and author. He is the Dean of the Faculty of Medicine, Nursing and Health Sciences at Flinders University.  He is a past president of the Royal Australian College of General Practitioners and was previously Professor of General Practice at The University of Sydney. He is a council member of the Australian Government’s National Health and Medical Research Council, and is a member of the board of Australia’s national mental health initiative, beyondblue.

Kijk hier voor het abstract

WES: Nieuwe hosts gezocht voor de Hippokrates exchange

Een uitwisseling is de gelegenheid voor u als huisarts en de buitenlandse haio/jonge huisarts om van elkaars visie te leren en om inzicht te krijgen hoe de eerstelijns gezondheidszorg in andere Europese landen is georganiseerd. Via de Werkgroep Europese Samenwerking, onderdeel van de LOVAH, worden deze uitwisselingen geregeld. Als host ontvangt de huisarts de buitenlandse HAIO in de praktijk voor een meeloop stage, het is niet de bedoeling dat ze zelf patiënten zien of ingrepen doen.  De begeleiding mag samen worden gedaan met andere collegae of een derde jaars HAIO. De duur van de stage varieert tussen de 1 en maximaal 4 weken (meestal gaat het om een stage van 2 weken), u kan zelf uw voorkeur aangeven. Tevens is er geen verplichting aan hoe vaak u mee doet, dat verschilt per huisarts. Nu kunnen wij deze uitwisselingen alleen realiseren door huisartsen die het leuk zouden vinden om host te zijn voor een buitenlandse HAIO. We zijn hard opzoek naar nieuwe hosts. Lijkt het u leuk om deel te nemen aan de uitwisselingen van de Hippokrates exchange, meldt u dan nu aan! Meer informatie over de Hippokrates exchange kunt u ook vinden op http://vdgm.woncaeurope.org/content/about-hippokrates. Voor vragen en/of aanmelden kunt u mailen naar hippokratesnl@lovah.nl

 

 

 

 

Collaborating family physicians ensuring that the future ‘Rwanda health work force’ is competent in community medicine concepts

Dr. Namatovu Jane Frances HoD Family Medicine Makerere University (Uganda) and Assoc. Prof. Mieke Visser (University of Rwanda)

Many medical schools on the African continent are offering the shortest time possible, five years, to medical students to grasp the vast amount of knowledge, varied clinical skills and the acceptable attitudes needed to function competently in a primary care setting following their graduation. The reality is that this is very little time and therefore many concepts are merely introduced hoping that the students in their future professional lives as lifelong learners, will expound on them. The additional desired skills and attitudes related to these important concepts are hoped to be acquired through apprenticeship with professional mentors and continuous professional development (CPD) that the Rwandan Ministry of Health is starting to emphasize lately. The University of Rwanda (UR) is not an exception to this scenario.

However the Discipline of Primary Health Care (PHC), College of Medicine and Health Sciences, University of Rwanda (UR), has been committed to deliver a social and community medicine training (SOCOMED) for 5th year medical students that exposes students to the community health needs of the Rwandan community by eg visiting community health workers, social home visits, attending NCD clinics and practicing health education within communities. This training gives students the ability to understand the impact of social determinants of health, community factors that influence health, and the prevalence and severity of disease that their patients present with at the clinical setting, as well as vice versa, how disease influences the social situation of the patient. The 4 weeks training is given throughout the year to the medical students in groups of 10 -12 students, since 2012 with support of the NGO Partners in Health (PIH) and since 2015 with the fulltime – logistic, financial and human resources – support of PIH at their training site of Rwinkwavu and in Kigali.

To prepare the students to this training, there is in the curriculum of the Rwandan medical students, who are presently in their fourth year of studies, a two weeks course, Community Medicine. This course is taught mainly by family physicians at the UR under the responsibility of the Discipline of PHC. The overall objective of this course is to lay the foundation of knowledge and attitudes regarding population based medical care at the community level. The teaching methods that are used to deliver the course depend on the innovativeness of the faculty. The University of Rwanda like many other tertiary institutions on the African continent, is grappling with the issues of human resources. The coordinating honorary faculty of this course, Associate Professor Mieke Visser, Discipline of PHC, UR, who herself is part-time sponsored by Partners in Health, had to therefore think out of the box in order to attract colleagues in the field of primary care to assist in the effective delivery of the course to the young medical students who are the future health workforce of Rwanda.

The East African Inter-University Council, Partners in Health and the private Dutch Peter Manschot fund were found to be supportive to this course and provided tickets, transport costs and a small stipend for the lecturers.

This allowed that this year in March (11th to 24th) 2016 there were five family physicians lecturers with a vast wealth of experience in primary care in East Africa, from the Netherlands, honorary Associate Professor Mieke Visser, honorary Associate Professor Maaike Flinkenflogel, HoD Discipline PHC, UR and Dr. Marian Holtland, Lecturer FM Moi University, Kenya, Rwanda: Dr. Vincent Cubaka, honorary Lecturer and PhD student at UR, Sweden: Dr. Eva Arvidsson, honorary Associate Professor, UR and Uganda: Dr. Jane Frances Namatovu, HoD FM Makerere University, Uganda. The course coordinator also ensured that local content experts participated so that the course is contextual and these included: Dr. Claude Uwamungu, Dr. Vincent Karamuka and Mr. Edouard Munyamaliza who lectured and emphasized the country’s issues on non-communicable disease management, palliative care and domestic violence respectively.

During the planning sessions for the course the following teaching methods were agreed to be used: lectures, group discussions, self-directed learning, roleplays, and eLearning. The eLearning complemented the self-directed learning very well because the faculty were able to share important literature and useful sites with the learners.

The team of family physicians delivered sessions in the following areas; primary health care (PHC), health systems, community oriented primary care (COPC), community health development, basic concepts in clinical epidemiology, depression in the community, how to read a scientific article, social determinants of health, communication techniques and consultation skills, health promotion and disease prevention, behavioral change and health education, occupational and environmental health, palliative care and last but not least ‘The desired Rwandan doctor’.

 

Every day was crowned by two student group presentations on scheduled topics that had been given to them earlier on in the week to prepare. This allowed them to practice in a safe learning environment what they had learnt in the session on communication techniques. Each group received constructive feedback from both the peers and the faculty. According to the valuation of the two weeks long sessions, the students were very impressed by this innovation.

The statutory University assessment format is both continuous (progressive) and summative. The continuous assessment was done on a daily basis from both their attendance and group presentations, the summative assessment comprised of a written exam that was set by all the above faculty.

Thanks to the Inter-University collaboration it was possible to give in a short period of 2 weeks the students an high standard course in a wide range of community health topics, in which they participated actively. Moreover, this collaboration of the family physicians was very informative for the members involved, it allowed them to share their strengths and weaknesses in their own parent institutions. 2 members from Kenya and Uganda had also a chance to visit the PIH Rwinkwavu training site.

Therefore the constructive way forwards for the different parties is to continue to proactively tap into each other’s strengths so that the discipline of Family Medicine/ Primary Care parse is moved forward especially on the African continent. For instance, an exchange program for the different institutions during the students’ elective period would increase the community of practice in the area of primary care and hence mentorship. Also the primary care research agenda can be strengthened through continued collaboration in order to increase the visibility of family medicine/primary care through publications of the research work in peer reviewed journals. Mentorship in research through a PhD program in family medicine/primary care is a glaring weakness that needs attention from all fronts i.e. competent supervisors or PhD mentors, funding and protected time from the potential eligible faculty.

Adopting Family Medicine in Primary Care in Palestine

De WHO adviseert wereldwijd om Family Medicine principes in de eerstelijn in te voeren. Die principes gaan over integrale, continue, persoonsgerichte, brede, kosteneffectieve zorg. In Palestina (West Bank en Gaza) is al een huisartsenopleiding gestart in Al Najah University en de eerste 10 FMS’s (Family Medicine Specialist) zijn werkzaam. De opleiding wordt ondersteund door de International Development of Family Medicine in Palestine (IDFMP). Zij steunen in Palestina ‘the implementation of high quality Family Practice’. Samen Medical Aid for Palestinians (MAP) willen zij academische ondersteuning bieden bij de training van alle staf in de Eerstelijn naast de FMS-training. Echter de organisatie van de gezondheidszorg en zeker van de eerstelijn bleek helemaal niet ingericht op Family Medicine. Zo zouden die FMS nooit effectief kunnen worden. Er was een sterke public health oriëntatie met goede resultaten op het gebied van vaccinatie (100%), MCH (Mother & Child Health). Het probleem is de ‘gewone zorg’ De MO’s (basisartsen) bieden matige zorg in de ‘clinics’ en verwijzen alles, zodat de specialisten klagen dat ze allemaal patiënten zien met dagelijkse klachten. De MO’s werken (vaak alleen in de ochtend) soms wel 90 patiënten af, als patiënt kun je geen afspraak maken en als de medicijnen op zijn moeten ze zelf kopen in de privé apotheek. Om 14.00 is de clinic leeg en zijn gaan de MO’s hun privé praktijk doen. Toch zou iedereen willen dat je zo privé behandeld werd in de clinic. Kortom weinig ideaal. De WHO stelde dus voor om i.s.m. het MoH een consultant te vragen en die consultant (Jarl Chabot, public health) vroeg of ik meeging. We moesten een 10-jaars strategisch plan maken met een 3-jaars projectvoorstel om de eerstelijnsorganisatie FM-georiënteerd te herstructureren. Mensen zouden in de toekomst niet meer naar de privépraktijk hoeven de zorg moest zinniger (werken volgens richtlijnen) en zuiniger worden met meer kwaliteit van het aanbod aan zorg. (Triple aim). Dat viel niet mee, want verandering wordt met argwaan bekeken en er zijn altijd potentiele verliezers. Opvallend was dat juist in Gaza, wat armer en meer beperkt is en feitelijk gewoon een gevangenis is, dat juist daar mede door een gedreven huisarts, die hoofd van het department Primary Health Care is en die al een geweldige stap had gemaakt richting FM. Hij leidt zelf op en er zijn daar al meer huisartsen dan op de West Bank, maar zonder erkenning. Maar voor mij was het een bewijs dat medisch leiderschap en commitment van een FMS cruciaal zijn. In september moet het rapport klaar zijn en is er een conferentie. Spannend. Wordt vervolgd. Pieter van den Hombergh

Suikerdokter in Suriname

Suikerdokter in Suriname. Willemijn Leeuwen

Na het eerste jaar van mijn tropenopleiding in Friesland te hebben doorgebracht kreeg ik last van tropenkriebels en kon ik een aanvullend onderdeel in Suriname regelen. Een half jaar als SEH-arts aan het werk in het streekziekenhuis van Nieuw Nickerie, met zo’n 14.000 inwoners een van de grotere steden van Suriname. De Tropen: wat zag ik ernaar uit maar spannend vond ik het ook wel. Denkend aan mijn coschap in Tanzania zag ik voor mij hoe ik smeuïge wonden waar de maden uit kropen zou ontsmetten, onderwijl met kinine strooiend om de malariagevallen te behandelen. Mijn omgeving drukte me op het hart geen TB of hiv op te lopen. De Tropen. Wellicht zou ik nog wormen en parasieten tegenkomen waar ik zelfs nog nooit van gehoord had. Het Oxford Handbook of Tropical Medicine en mijn aantekeningen van de onderwijsdagen over tropengeneeskunde mochten in mijn bagage zeker niet ontbreken. Op de tropenpoli in het AMC kwam de eerste deceptie: malariaprofylaxe was niet nodig werd mij verzekerd. Gelukkig was er nog dengue en chikungungya om toch een exotisch tintje aan mijn bestemming te geven. En een spannend nieuw virus, zika. Zouden de ziekenhuisgangen daar bezaaid liggen met zika-gevallen? Eenmaal in Nickerie blijken de bedden zich te vullen met patiënten met torenhoge bloedsuikers, tensies en creatinines. Vergeet de kinine: insuline en Lasix wordt hier uitgedeeld. In plaats van thoraxfoto’s op TB-haarden te screenen speur ik naar ST-elevaties op ECG’s. Af en toe meldt een patiënt met zika-symptomen zich en wordt dan met paracetamol naar huis gestuurd. De cowboyverhalen die ik naar het thuisfront dacht te mailen moet ik dus enigszins bijstellen. De doorsnee Nickeriaan loopt voor het vijftigste levensjaar rond met diabetes en hypertensie en niet zelden vindt voor het zestigste een eerste CVA of myocard infarct plaats. Waarom? Zoals in veel landen is de incidentie van obesitas in Suriname de afgelopen decennia enorm gestegen. Uit het STEPS onderzoek, een onderzoek in de vorm van vragenlijst, metingen en bloedonderzoek waaraan 5700 Surinamers uit alle districten meewerkten blijkt dat gemiddeld 11% van de Surinamers diabetes heeft. In Nickerie is dat 16.3%. De verschillende culturele stromingen van de smakelijke Surinaamse keuken hebben een ding gemeen: veel zoet, zout en vet. Een maaltijd is niet compleet zonder een handvol Maggiblokjes. Een flesje ‘sap’ bevat algauw 40 gram suiker en de verrukkelijke baka bana’s zijn uitermate bevorderlijk voor de lichaamsrondingen. Suriname is een middeninkomensland en ondanks de devaluering van de SRD kan klaarblijkelijk elke Surinamer zich nog steeds een auto veroorloven. Lichaamsbeweging doe je hier niet voor je plezier. De overheid doet haar best om de mensen in beweging te krijgen, sport wordt gesubsidieerd, in de kranten staan zo nu en dan voedingsadviezen en in Nickerie wordt eens per week de weg rondom het centrale plein afgesloten voor de vrijdagavondloop. In Nickerie speelt nog mee dat het merendeel van de populatie van Hindoestaanse afkomst is, een bekende risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes op jonge leeftijd. Volgens het STEPS onderzoek heeft 18.7% van de Surinamers van Hindoestaanse afkomst diabetes. Diabetes wordt traditioneel gezien als een welvaartsziekte maar tegenwoordig komt meer dan 70% van de diabetespatiënten uit laag- en middeninkomenslanden, niet gediagnosticeerde gevallen buiten beschouwing gelaten. De zogenaamde obesitasepidemie speelt hier een grote rol in maar de situatie is complexer dan dat. Meer dan de helft van de diabetespatiënten heeft geen overgewicht. Van kinderen wiens moeder ondervoed was tijdens de zwangerschap is bekend dat zij een grotere kans op diabetes en hartvaatziekten hebben later in hun leven, zeker als zij in een omgeving zonder schaarste opgroeien. Mensen van etnisch Hindoestaanse afkomst hebben zoals gezegd een genetische predispositie op diabetes. Wereldwijd ziet men dat diabetes op steeds jongere leeftijd voorkomt. Veel factoren blijven nog onopgehelderd. Die Tropen waar ik over fantaseerde veranderen: non communicable diseases vormen een steeds groter deel van de burden of disease.

slushies Diabetes prevalentie

Ook de rol van de tropenarts verandert dus: mijn cowboyverhalen gaan nu over reanimatie bij hartinfarcten, knalbenauwde astma cardiales en hypo- en hyperglycemieën bij mensen die hun insuline niet of verkeerd gebruiken. Integratie van non communicable diseases in de tropenopleiding is onontbeerlijk en gebeurt deels al. Maar laten we vooral zoveel mogelijk voorkomen dat deze patiënten naar het ziekenhuis moeten komen. Het belang van een gedegen eerstelijnszorg is evident. Huisartsenpraktijken zijn er wel maar de openingsuren van de praktijken zijn vaak beperkt, er zijn veel patiënten per praktijk en een huisartsenopleiding is er (nog) niet dus de kwaliteit van geboden eerstelijnszorg loopt sterk uiteen. Dus tropenartsen en huisartsen van Suriname én daarbuiten: verenigt u! Bron: Nationaal STEPS onderzoek Suriname, resultaten januari 2014

http://www.who.int/chp/steps/Suriname_2013_STEPS_Report.pdf

plaatje broodje kip

 

 

Een co-schap huisartsgeneeskunde in Diani, Kenia

Ervaringen van Nathan Beijneveld, zesdejaars geneeskundestudent aan het VUmc.

Niet lang geleden stapte ik de warme, zwoele avondlucht van Mombasa in. De tweede stad van Kenia ligt aan de kust, diep in het zuiden. Het stadje wat voor een kleine twee maanden mijn thuis zou worden, Diani, ligt nog iets verder zuidelijk, vrijwel aan de grens bij Tanzania. Voordat ik naar Kenia kwam, liep ik de co-schappen kindergeneeskunde en gynaecologie in Pretoria, Zuid-Afrika. Ik dacht daarom wel redelijk gewend te zijn aan de chaos van het Afrikaanse continent, maar Kenia bleek toch wel wat achter te lopen op Zuid-Afrika. De wegen zijn regelmatig onverhard en vol met gaten. Op weg naar Diani ontweek de taxichauffeur ‘potholes’ terwijl hij hevig kauwde op een bundel bladeren. Dit bleek ‘mirra’ te heten, ook wel bekend als ‘khat’, een amfetamine-achtige inheemse plant waar je lekker wakker van blijft. “Better than coffee”, zei hij terwijl hij strak voor zich uit keek. Aan zijn pupillen te zien, leek het inderdaad prima te werken. Om in Diani te komen, moesten we met een oude – mogelijk vooroorlogse – pond de baai over steken naar de provincie ‘South Coast’. Het meest toeristische kustgebied van Kenia en tevens de plek waar ik mijn huisartsgeneeskunde co-schap zou gaan lopen.

Na een paar dagen te acclimatiseren in dit idyllische kustplaatsje begon ik mijn co-schap in het Ukunda Medical Centre, een privékliniek in Ukunda, een dorp iets landinwaarts van Diani. Dagelijks nam ik de tuk-tuk op en neer, die rijden hier in grote getalen rond en zijn hartstikke goedkoop en erg leuk. Mensen worden overal opgepikt en afgezet, waardoor ik soms met vier andere schoolkinderen op een tweepersoonsbankje gepropt zat.
Mijn begeleidend arts, Kenneth, draaide deze privékliniek met behulp van ondersteunend medisch personeel. Hij is opgeleid als clinical officer, wat inhoudt dat je een verkorte geneeskunde opleiding van 3 jaar hebt gedaan. Hier zijn er veel van in Afrikaanse landen, simpelweg omdat er te weinig artsen zijn voor de hoeveelheid patiënten. Ik merkte niks van zijn verkorte opleiding, want hij is ongelooflijk vaardig en misschien wel de beste clinicus die ik ooit heb meegemaakt. Er is een laboratorium waar basaal bloedonderzoek gedaan kan worden, een apotheek, een operatiekamer en een zaal voor maximaal 10 patiënten. Er konden geen röntgenfoto’s gemaakt worden. Voor echo’s kan je naar de overkant van de straat waar een mannetje zit die dat goed kan. Voor CT-scans en MRI’s moet je naar Mombasa, anderhalf uur hier vandaan. De eerste dag heb ik bij hem in zijn spreekkamer gezeten terwijl hij patiënten zag, vanaf de tweede dag zag ik patiënten zelfstandig en overlegde ik het beleid met hem terwijl ik zelf aanvullend onderzoek aanvroeg bij het lab.

De ziektebeelden in Kenia zijn behoorlijk anders dan die in de Nederlandse huisartspraktijk. Malaria komt hier veel voor en iedereen die koorts heeft, wordt hier voor getest. Wormen zijn ook niet zeldzaam, van velen werd een beetje ontlasting onder de microscoop gelegd om te kijken of er wat bewoog wat daar niet hoorde te bewegen. Kinderen moeten tot hun 5e jaar sowieso elk half jaar ontwormd worden middels een kuurtje anti-worm medicatie. Hiv en tuberculose zie je hier ook regelmatig. Voor deze laatste twee ziektes wordt de behandeling volledig gefinancierd door de regering, die op haar beurt weer gefinancierd wordt door met name Amerikaanse hulporganisaties. Bacteriële tonsillitis/faryngitis zag ik meerdere keren per dag. De behandeling bestaat daar uit een kuur antibiotica. Er wordt meestal gestart met Cefuroxim, hetgeen in Nederland ondenkbaar is om te geven voor een keelontsteking. Er wordt hier überhaupt vrijwel nooit antibiotica voorgeschreven voor keelontstekingen. In Kenia mogen apotheken antibiotica en veel andere medicijnen zonder recept verkopen, dit is een van de redenen dat er enorm veel resistentie bestaat.

Zo’n 500 meter van de zee af staat een compound – Oasis Diani Villas – met vijf huisjes erop, een van deze huisjes was voor mij bestemd. Tot de inboedel van dit complex behoorden onder andere: een pooltafel, drie gezellige honden, een enorm zwembad, een grote familie bavianen, een grote papajaboom en een bewaker die de boel in de gaten hield met een pijl en boog. Er worden in dit toeristische kustgebied nogal veel mensen beroofd, met name de ‘Mzungus’, wat een Oost-Afrikaanse term is voor blanken. Oorspronkelijk werd dit alleen voor Engelsen gebruikt, maar dit weten alleen de oudere generaties nog zodat er nu geen onderscheid wordt gemaakt tussen nationaliteiten. De reden dat hier veel criminaliteit heerst (en er bewakers met pijl en boog nodig zijn), ligt iets verder in het noordoosten van dit land. Vanuit Somalië pleegt Al Shabaab terroristische aanslagen in heel Kenia. Met name in het noorden en in Nairobi. Minder dan een jaar geleden werden in Garissa tientallen jongeren neergeschoten op een universiteit. Twee jaar terug is hier in Diani door Al Shabaab een bom een disco ingegooid. Niemand overleed, maar toch heeft dit wel veel toeristen weggejaagd. Omdat de toeristische sector een van de grootste werkgevers is van Kenia, met name in het kustgebied, zijn veel mensen werkeloos en hebben ze geen cent om te makken. Dan is voor velen mensen beroven de enige uitweg. De meeste gekkigheid is te voorkomen door in het donker niet over straat te lopen. Overdag liep ik gewoon overal op straat en voelde ik me veilig. Wel staan er hierdoor overal bewakers op de uitkijk. Vaak zijn dit Masai krijgers. De mensen van deze stam uit Kenia en Tanzania kan je herkennen aan de meestal rode geblokte doeken, brandmerk onder de ogen, uitgelubberde oorlellen en een flinke verzameling kralen die ze om hun nek en armen dragen. Gewapend met een speer, lang mes of houten stok met een enorme knobbel boezemen ze menig dief angst in. Ik vond dit vrij bizar in het begin, maar ze zijn dus blijkbaar enorm goede strijders.

Het zorgsysteem in Kenia is erg anders dan in Nederland. Er is een publieke sector en een private sector. Voor de eerste betaal je een klein bedrag, voor privé een stuk meer. Sommige gelukkigen hebben een zorgverzekering (misschien 10-15%) en kunnen daarmee terecht in bij de privéklinieken. Werken in loondienst als specialist in een overheidsziekenhuis betekent zeker niet dat je al je tijd daar spendeert. Over het algemeen zijn de specialisten zo’n twee dagen per week in het ziekenhuis te vinden, de rest van de tijd wordt er bijverdiend in privéklinieken. Specialisten zijn er overigens niet in grote getalen. In de regio waar ik me bevond met zo’n 500.000 inwoners was er bijvoorbeeld maar één uroloog, één kinderarts en waren er twee chirurgen. Het tekort aan artsen zorgt ervoor dat jonge artsen en clinical officers of zelfs studenten de eindverantwoordelijkheid dragen voor de behandeling van hele zieke patiënten. De cultuur van overleggen met de supervisor waar we in Nederland gewend aan zijn, is hier non existent. Er zijn simpelweg te weinig supervisoren.

Graag breng ik jullie op de hoogte van een traditionele manier om koortsstuipen te behandelen. Dit is een aandoening waarbij je als kind met epileptische aanvallen reageert op koorts. Vaak onschuldig maar als het persisteert levensgevaarlijk. Met een zetpilletje diazepam meestal goed te behandelen. De lokale bevolking denkt daar echter anders over. Kenneth bracht me op de hoogte van het traditionele behandelprincipe:

  1. Je legt het kind buiten op de grond
  2. Je neemt een paar vrouwen
  3. Je laat de vrouwen over het kind urineren
  4. Je stookt een vuurtje van natte bladeren
  5. Je zorgt dat dit vuurtje goed rookt
  6. Je legt het kind in de dikke rook
  7. Voilà, de boze geesten zijn verdwenen

Vaak zijn de kinderen al gestikt als ze aankomen in het ziekenhuis. Een ander probleem in dit land is de alom aanwezige corruptie. In de internationale ranglijsten is Kenia altijd ergens bovenaan te vinden. Volgens sommigen is de politie zelfs de meest corrupte in de wereld. In elke sector in de samenleving geldt de regel: om iets gedaan te krijgen, is een ‘bribe’ nodig. Als je als schoonmaakster in een goed hotel wilt werken, moet je eerst sparen om degene bij wie je solliciteert, om te kopen om jou aan te nemen. Als je als basisarts zeker wilt zijn van een opleidingsplek, dan koop je de opleider om. Als je een rechtszaak dreigt te verliezen, dan koop je de rechter om. Als je snel geopereerd wilt worden en niet maanden wilt wachten, dan koop je de dokter om. Tuurlijk doet niet iedereen hier aan mee, maar het zit zo ongelooflijk diep in de cultuur dat het lastig is hier iets aan te doen.

Ondanks de nare dingen die ik gezien heb en de moeilijkheden die het werken in een ontwikkelingsland met zich meebrengt, zou ik gelijk weer tekenen voor een co-schap in Diani. Juist door te zien hoe de zorgverleners met mindere middelen zich weten te handhaven en toch heel veel mensen weten te helpen, heb ik enorm veel geleerd over de zorg in de tropen en ben ik enorm geïnspireerd geraakt om terug te komen naar dit arme maar vooral prachtige continent.