Auteursarchief: Tessa Versteegde

NHG lanceert pilot met een Engelstalige versie van thuisarts.nl

Met gepaste trots lanceert het NHG vandaag GPinfo.nl, de Engelstalige versie van Thuisarts.nl. Het is een experiment (pilot) waarbij aan het einde van deze week ongeveer 35 medische en niet-medische onderwerpen worden aangeboden in het Engels. Het doel van deze pilot is vooral het opdoen van kennis en ervaring wat de impact is van het meertalig aanbieden van informatie die nu te vinden is op Thuisarts.nl. Daarbij kijken we vooral wat de meerwaarde is zowel voor de patiënt als de zorgaanbieder. Maar ook wat de effecten zijn voor het proces van de Thuisarts-redactie. Het NHG voert deze pilot uit in nauwe samenwerking met ‘Healthcare for internationals’. De pilot is gefinancierd door het ministerie van VWS en loopt tot en met december 2020.

Waarom GPinfo.nl
GPinfo.nl is vooralsnog gericht op buitenlanders die in Nederland wonen, werken of studeren (hierna: internationals). Omdat zij de Nederlandse taal vaak onvoldoende machtig zijn, maken zij geen gebruik van Thuisarts.nl. Uit onderzoek blijkt dat internationals behoefte hebben aan informatie over gezondheid en ziekte in de context van het Nederlandse systeem. Huisartsen die vaak gebruik maken van Thuisarts.nl tijdens hun consulten geven ook aan dat bij de zorg aan internationals te missen. Het NHG kreeg vaak de vraag of Thuisarts.nl vertaald kon worden naar het Engels of andere talen. Binnen deze pilot is gekozen voor de Engelse taal, aangezien het merendeel van de internationals deze taal ook (als tweede taal) beheerst. 
U kunt meehelpen!
Hoe meer internationals gebruikmaken van GPinfo.nl, hoe meer we leren over de toegevoegde waarde en waar we verder kunnen verbeteren. U helpt mee door:waar dat mogelijk en zinvol is tijdens uw (online) consult met een international gebruik te maken van GPinfo.nl en/of de patiënt hiernaar te verwijzen voor latere raadpleging (bijvoorbeeld via een link naar GPinfo.nl in een e-consult);mee te doen aan de evaluatie onder huisartsen. In november ontvangt u een online vragenlijst waarin we u vragen wat GPinfo.nl voor u betekent. Wilt u hieraan bijdragen? Stuur kort uw contactgegevens naar GPinfo@nhg.org. Ook als u vóór november al opmerkingen met ons wilt delen, maakt u gebruik van dit e-mailadres.Met de ervaringen in uw praktijk én daarnaast onderzoek (surfgedrag/online survey/interviews) onder internationals over hun ervaring met GPinfo.nl, kunnen we richting geven aan de verdere doorontwikkeling van Thuisarts.nl en GPinfo.nl!

Om uw Engelstalige patiënten te wijzen op het bestaan van GPinfo.nl, is er een praktische toolkit beschikbaar met materialen en voorbeeldteksten. Zo vindt u hier onder andere posters, banners, telefoonscripts en nieuwsbriefteksten. Zet deze in op uw website, het portaal van de praktijk, bij het maken van een afspraak of in uw wachtkamer
Tweede pilot: Chatbot op Thuisarts.nl
In een andere pilot onderzoeken we op dit moment de toegevoegde waarde van een chatbot (‘digitale Thuisarts-assistent’) op Thuisarts.nl. De chatbot is toegankelijk op twee pagina’s op Thuisarts.nl, te weten ‘wratten’ en ‘pil vergeten’. Via een chatvenster kunnen bezoekers hun vraag stellen, waarbij de chatbot hen zo goed mogelijk naar de passende informatie op Thuisarts.nl leidt. Het doel van deze pilot is om na te gaan wat de meerwaarde is van interactie op Thuisarts.nl; we doen ervaring op met het schrijven van dialogen en leren over het gebruik door en waardering van bezoekers.

Reizigersadvisering, een waardevolle verdieping van het huisartsenvak.

Naar aanleiding van het themanummer “Over de grens” van H&W heeft de WHIG het NHG een brief geschreven met de vraag om reizigersadvisering op te nemen in het basiscurriculum van de huisarts. 

Reizigersadvisering, een waardevolle verdieping van het huisartsenvak

Cees Sluimer, Maarten Dekker, Rick van Uum en Wim Heres

Geachte redactie,

In het recente H&W themanummer ‘Over de grens’ werd eens temeer duidelijk dat de (huisarts)geneeskunde niet stopt bij onze landsgrenzen. Als Werkgroep Huisartsgeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (WHIG)* waren wij blij verrast met het mooie overzichtsartikel over reizigersadvies door Elfrink cs[1]. Doordat de nadruk ligt op de beperkingen van reizigersadvisering in de huisartspraktijk vrezen wij echter dat het artikel collega huisartsen afschrikt om zich hier verder in te bekwamen.

Op dit moment zijn er in Nederland rond de 900 huisartsen gekwalificeerd als reizigersgeneeskundige en geregistreerd bij het LCR (Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering) en/of het CHBB (College voor Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden)[2][3]

Nog altijd gaat 35% van de intercontinentale reizigers zonder enige vorm van reizigersadvisering op pad[4]. Huisartsen hebben een belangrijke rol om dit percentage te verminderen. Omdat de huisarts laagdrempelig is en continu en persoonsgericht werkt, is hij daar buitengewoon geschikt voor. De huisarts kent als geen ander de medische voorgeschiedenis van de reizigers, onder wie steeds vaker chronisch zieken. Hij/zij kan door de opgebouwde vertrouwensband het gezondheidsgedrag goed inschatten en beïnvloeden. En mocht de reiziger onverhoopt met klachten na de reis terugkeren, dan is er continuïteit van zorg door diezelfde huisarts. Uiteraard kan de huisarts bij ingewikkelde casuïstiek overleggen met of doorverwijzen naar GGD of Travel Clinic.

Reizigersadvisering is een waardevolle verdieping van ons vak. Geïnteresseerde collega’s kunnen zich als reizigersgeneeskundige kwalificeren door de basiscursus te volgen**. De kennis kan worden onderhouden en verdiept tijdens de halfjaarlijkse RATO’s (Reizigers Advies Toets Overleg), een interactieve vorm van nascholing die door de WHIG is opgezet.

Tot slot wil de WHIG pleiten voor opname van reizigersgeneeskunde in het basiscurriculum huisartsgeneeskunde. Door de toenemende reislustigheid van de Nederlander zijn reis-gerelateerde vragen en problemen niet meer zeldzaam of bijzonder te noemen. Graag leveren wij binnen het NHG hieraan onze bijdrage.

*De WHIG is de huisartsen werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG) en bestaat grotendeels uit ex-tropenartsen.

**De Basiscursus Reizigersgeneeskunde wordt georganiseerd door PAO-H UMC Utrecht, Health Education, TravelAlert (2 dagen) en NSPOH (6 dagen).


[1] Elfrink F, Baaten GG, Belderok SM. Over de grenzen van het reizigersadvies. Huisarts Wet 2020;63(7): 23-5.

[2] Jaarverslag 2018, bureau LCR

[3] Jaarverslag 2017-2018, CHBB

[4] Trends in Knowledge, Attitudes, and Practices of Travel Risk Groups Toward Prevention of Hepatitis A: Results From the Dutch Schiphol Airport Survey 2002 to 2009. Journal of Travel Medicine 2012; 19: 35-43.

NVTG: Brandbrief zorgprofessionals: Zorg voor Moria!

Brandbrief zorgprofessionals: ‘Oproep tot onmiddellijke evacuatie van ontheemden kamp Moria op Lesbos’.

Vanmorgen is er een tweede brandbrief gestuurd naar minister De Jonge en staatssecretaris Broekers-Knol met een oproep aan het kabinet: ‘Oproep tot onmiddellijke evacuatie van ontheemden kamp Moria op Lesbos’.

De eerste brandbrief was een oproep van kinder- en jeugdartsen om de veiligheid en gezondheid van kinderen in Griekse vluchtelingenkampen te verbeteren.

Deze brandbrief is breder geformuleerd en betreft een oproep van zorgprofessionals om te stoppen met het schenden van de mensenrechten in de vluchtelingenkampen.

Lees hier de brandbrief

Lees hier het persbericht

Artsen: ‘Moria is tragedie die niet had mogen gebeuren’

Lees hier het artikel in Medisch Contact

Brandbrief kinderartsen en jeugdartsen: “Veiligheid en gezondheid van kinderen in Griekse vluchtelingenkampen moet worden verbeterd.”

Lees hier de brandbrief 

Lees hier het persbericht

AIGT-er Steven van de Vijver Radio 1 – De Nieuws BV

Waar hulpverleners en artsen al lang voor vreesden werd deze week werkelijkheid: de eerste coronabesmetting in het overvolle vluchtelingenkamp Moria op Lesbos. Wat hier de gevolgen van zijn en hoe we hiermee omgaan bespreekt Patrick Lodiers in De Nieuws BV met Steven van de Vijver, als arts werkzaam geweest in kamp Moria en met Ingeborg Beugel, correspondent vanuit Griekenland. Luister hier het gehele fragment.

Bekijk ook #SOSMoria

Lezing Jamilah Sherally – How to prevent a medical disaster?

Europe should act now if it wants to prevent a potential medical disaster in overcrowded Greek refugee camps, argues MD Global Health and Tropical Medicine Jamilah Sherally.

The Moria refugee camp on the Greeks island of Lesbos is notoriously overpopulated. It’s not a matter ‘if’ but ‘when’ the coronavirus will strike. In order to draw attention to a possible outbreak of COVID-19 in the camp and the consequent humanitarian crisis which would follow, Sherally has joined the SOSMoria campaign, an emergency appeal signed by more than 40.000 doctors and civilians. Calling on the EU to bring the refugees in Moria to safety to prevent a medical disaster on European territory.

Bekijk hier haar lezing.

Moria, 20,000 refugees waiting for a disaster to happen

Lees hier het volledige interview met Steven van de Vijver.

In kamp Moria ontloopt Europa zijn verplichtingen

Lees hier het Artikel in het NRC van16 maart 2020 

Noodoproep! Zorg voor de vluchtelingen van Moria!

Bron: NVTG

Oproep kinderartsen en jeugdartsen aan kabinet:
Verbeter de veiligheid en gezondheid van kinderen in Griekse vluchtelingenkampen

UTRECHT, 11 september 2020 – De omstandigheden van alle minderjarigen in de Griekse vluchtelingenkampen moeten zo snel mogelijk worden verbeterd. Die oproep doen kinderartsen en jeugdartsen in een brandbrief aan minister Hugo de Jonge van VWS en staatssecretaris Broekers-Knol van J&V. De artsen waarschuwen voor de langdurige schadelijke gevolgen die deze kinderen ondervinden door te lang te moeten leven in erbarmelijke omstandigheden en onveiligheid.

De kinder- en jeugdartsen stuurden in april al een brandbrief aan het kabinet. ‘Recente gebeurtenissen waaronder de COVID-19 besmettingen, de daaropvolgende maatregelen in de kampen en de grootschalige brand in kamp Moria maken duidelijk dat de omstandigheden sindsdien alleen maar zijn verslechterd,’ zegt kinderarts Wilma van Veen- Rolink. Reden waarom de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), de vereniging van jeugdartsen (AJN), de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG) en de Expertisegroep Global Child Health hun oproep opnieuw kracht bij zetten.

De artsen stellen dat het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind (IVRK) niet wordt nageleefd in de Egeïsche vluchtelingenkampen. Van Veen: ‘Ondanks de jarenlange noodkreten van lokale hulpverleners wordt de veiligheid van kinderen in deze vluchtelingenkampen onvoldoende gewaarborgd. Vooral de geschonden rechten op het gebied van gezondheid, een niet-toereikende levensstandaard en het ontbreken van bescherming tegen geweld, hebben dramatische en blijvende gevolgen voor deze kinderen.’

Minimale voorwaarden

Als medische hulpverleners en inwoners van een EU-lidstaat voelen kinder- en jeugdartsen zich medeverantwoordelijk voor het gevoerde beleid in Griekenland. Ze roepen minister De Jonge en staatssecretaris Broekers-Knol daarom op in te grijpen en de kinderen zo snel mogelijk in een situatie te brengen waar minimaal kan worden voldaan aan:

  • –  Een toereikende levensstandaard: voor de mentale en fysieke gezondheid: sufficiënt onderdak en geschikte kleding in alle weersomstandigheden, voldoende adequate voeding, adequate hygiënemaatregelen, schoon drinkwater, toegang tot onderwijs en speelmogelijkheden.
  • –  Altijd toegang tot gezondheidszorg: benodigde basiszorg voor kinderen en passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor hun moeders. Waaronder somatische zorg, psychiatrische zorg en ook preventieve gezondheidszorg.
  • –  Begeleiding van minderjarige kinderen: ter voorkoming van blootstelling aan alle vormen van lichamelijk en geestelijk geweld of verwaarlozing.Voor de pers:Brandbrief
    In de bijlage bij dit persbericht vindt u de volledige brandbrief van de NVK en de AJN, NVTG en de Expertisegroep Global Child Health.ContactVoor meer informatie kunt u contact opnemen met Wilma van Veen- Rolink, 06 -26 96 91 54.

H&W: “Ik weet niet wat lock-down betekent”

Moeite met lezen en schrijven in tijden van corona

Maria van den Muijsenbergh, Dicky Gingnagel, Thea Duijnhoven, Marianne Dees

Meer dan twee miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen en schrijven. Zij hebben stress omdat ze informatie niet altijd begrijpen. Zeker nu, in corona-tijd. Huisartsen vinden het moeilijk om begrijpelijke uitleg te geven. Daar- om hebben we dit artikel geschreven. Zodat huisartsen zien hoe ze over corona kunnen praten met makkelijke woorden. Huisartsen kunnen de terugvraag-methode gebruiken.Zo weten ze of de patiënt de informatie begrepen heeft. Het artikel zelf schreven we in makkelijke taal. Met korte zinnen, zonder moeilijke woorden en met koppel-tekens. Als voorbeeld dat het goed kan om makkelijke woorden te gebruiken.

Lees hier het volledige artikel

Waarnemen op Bonaire

Auteur: Alexa ter Horst

Het afgelopen jaar heb ik waargenomen op Bonaire. We besloten als gezin een jaar weg te gaan, het kwam precies uit qua timing: Jongste 2, middelste al 5 en zou nog niet naar groep 3 en de oudste in groep 4. Alhoewel het avontuur trok (oud tropenarts…) leek huisartsenwerk toch makkelijker ivm registratie en taal. Ik legde verschillende contacten in de Caribbean en ging op zoek naar mogelijkheden. De reacties en planningen bleken niet zo heel vlot maar uiteindelijk vroeg een Bonairiaanse me voor twee vaste dagen in de week en konden we van start om school, huis, papieren en vlucht in orde te maken.

Het eiland bleek een kinderparadijs en als huisarts echt een feest om te mogen werken: heel gezellig, interessante context en de mensen zijn altijd aardig. Ik was terecht gekomen in een van de armste wijken van Bonaire waar de praktijkhouder en assistentes het merendeel van de patiënten persoonlijk kennen. Heel veel gaat per whatsapp en zelfs via de persoonlijke whatsapps van de assistentes. Zo bereikt belangrijk nieuws ons vaak eerder via social media dan via de officiële brieven van HAP en SEH/ziekenhuis.

Bonairianen zijn uitzonderlijk vrolijke mensen en doen graag rustig aan (poko poko). Ze laten zich zelden opfokken en zijn gewend dat niet alles in een keer lukt (papieren, bankrekening, labuitslagen; overal moet je voor in de rij en uren wachten waarna je weggestuurd wordt omdat er iets mist of nog niet klaar is bijv…). Op de werkvloer is pleziermaken en lachen soms nog belangrijker dan alles maar proberen af te krijgen en perfect te doen. Ik hoor assistenten dagelijks keihard met elkaar of met patiënten lachen, voor mij een belangrijke eye-opener ter stress-reductie. Een van de leukste ervaringen vond ik mijn verjaardag: ik moest werken maar ik had er niemand over verteld. Via facebook hadden ze er toch lucht van gekregen en mijn hele spreekkamer vol met ballonnen gehangen. De praktijkhoudster zelf kwam van huis om met het volledige team voor me te zingen en ze hadden een enorme taart voor me gekocht. Bovendien werden al mijn afspraken van de middag direct afgebeld zodat ik een middag vrij had op mijn verjaardag. Zoo hartelijk en gul, dan voel je je echt gewaardeerd. Een ander mooi moment was dat de praktijkhoudster me een handgeschreven briefje zien dat op haar bureau lag: het kwam van een patiënt en was een A4 vol met aardige woorden. Aan het einde van het briefje vroeg deze persoon of de dokter haar misschien wilde helpen met een tuintafel en stoelen, die had ze echt nodig. Mijn reactie was sarcastisch maar dra B’s reactie was doodserieus: die mw had zo veel meegemaakt in haar leven, dat is toch heerlijk als je dan iets voor iemand kan betekenen! Natuurlijk ging ze dat doen voor die mw!

Qua werk lijkt het echt op Nederland behalve de digitalisering en de organisatie dan: geen callcenter, geen ingeplande agenda, geen verplichting om alle lab berichten dezelfde dag gelezen te hebben want die komen toch 3 dgn later binnen, geen chronische bemoeizorg (dat werd afgelopen jaar na jarenlange ímplementatie plotseling helemaal geschrápt door de zorgverzekeraar zonder dat er een alternatief plan klaar lag…). Maar wel overmatig veel bezig om je juiste informatie bij elkaar te vinden, mensen uit te leggen wat ze hebben, mensen gerust te stellen, paracetamol/pijnstilling uit te leggen. De patiënten hebben matig ziekte inzicht en zijn over het algemeen een ramp in therapietrouw: Preventief lab staat iedereen voor in de rij maar zodra er afgevallen moet worden of er pillen geslikt moeten worden voor DM of HT dan komen ze opeens niet meer op controle. Ook pijnstilling wordt vaak niet genomen omdat het niet helpt en dan zie je ze ’s avonds weer op de HAP waar je dan weer hetzelfde advies, namelijk pijnstilling, mee moet geven. Injecties zijn hier nog erg populair en de Zuid-Amerikanen willen nog wel eens erg op veel medicatie gesteld zijn (totdat ze een chronische ziekte hebben lijkt het wel…). Helaas zijn (net als in NL) de goedkoopste interventies (paracetamol, fysiotherapie, goede afvalprogramma’s en voorlichting) níet vergoed waardoor we helaas toch veel teveel diclofenac en verwijzingen voorschrijven.

We hebben een heerlijk jaar gehad met het gezin en ik kan het iedereen aanraden om een tijdje in het buitenland te gaan werken: het veranderd je kijk op onze goed georganiseerde maar vaak kille, efficiëntie-gerichte werkwijze en stelt je open voor verschillende invalshoeken.

Hieronder nog wat beknopte informatie voor wie mogelijk interesse heeft om een tijdje (of tijd!) op Bonaire te wonen.

Mashi Danki en Ayo, Alexa ter Horst

Situatie: Op Bonaire zijn zeven praktijken, vijf met Huisartsen opgeleid in Zuid-Amerika en twee met Nederlandse Huisartsen duo’s die in dienst zijn. Het werk is heel erg vergelijkbaar met Nederland: zelfs het HIS komt uit Nederland, alleen de patiënten, de context en manier van werken zijn anders. Zo is er bijvoorbeeld nog veel papieren post, gebeurt er weinig telefonische triage en moeten mensen met hun recept bij de apotheek in de rij gaan staan. Het ziekenhuis functioneert heel Nederlands maar ook daar gelden digitalisatie issues en niet alle specialisten zijn altijd aanwezig. Soms worden patiënten uitgevlogen naar Colombia, Aruba of Curaçao. Veel voorkomende problematiek op het eiland is hypertensie, diabetes, obesitas en complicaties daarvan natuurlijk maar ook (huiselijk)geweld en verkeersongevallen zijn veel voorkomend.

Waarneming: er is op Bonaire veel behoefte aan waarnemers (liefst minimaal 6 maanden maar als je goed in je talen zit dan kan korter ook). Verschillende praktijken zoeken vaste waarnemers en daarnaast zijn er het komende jaar huisartsen die met pensioen gaan en nog geen opvolging hebben. De HAP heeft eigenlijk ook altijd diensten ter overname (avond en weekend).

Eisen: BIG registratie, BES ontheffing (als je recent in NL gewerkt hebt geen probleem), beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor Bonaire (via VVAA te regelen). Er wordt op Bonaire met name Papiamentu, Spaans en Nederlands gesproken. Als je Papiamentu of Spaans een beetje onder de knie hebt kom je een heel eind. Als je langer dan 3 maanden gaat dan moet je je ook op Bonaire in gaan schrijven, dat kost iets meer papierwerk.

Wonen en sociaal: Bonaire is geen goedkoop eiland maar heeft wel veel te bieden. Het is veilig, klein en je kan er fantastisch windsurfen, duiken, zeilen, snorkelen, fietsen etc. Qua scholen is er een wachtlijst dus mocht je je kinderen naar de ‘nederlandse’ (privé)school willen, dan moet je ze vast zo vroeg mogelijk aanmelden. Voor de kinderen is er een manege BSO, zwemles in de zee, surfles en van alles meer te doen. Financieel is waarnemen op Bonaire niet heel lucratief maar als je HAP diensten doet wel te doen.

Contact: Mocht u interesse hebben dan kan ik u in contact brengen met huisartsen of de huisartsenpost op Bonaire, u kunt mij bereiken via de WHIG.

Huisarts in de tropen

Auteur: Marlieke Bouwmans

Na 4,5 jaar parttime huisarts in opleiding te zijn geweest was ik in maart 2019 eindelijk klaar! Het was tijd voor iets nieuws. Een wens kwam weer naar boven: werken als arts in de tropen. Kan dat als huisarts en zonder AIGT opleiding? Na een uitgebreid sollicitatie proces bleek dat Artsen Zonder Grenzen (AZG) dacht van wel. Aangenomen bij AZG net voor het afronden van mijn opleiding, dat kon niet beter, dacht ik.

Ik kon aangeven hoeveel ‘vertrektijd’ ik nodig had, tijd tussen het vinden van een missie en het daadwerkelijke vertrek en afronden van alle zaken (incl huidige werk) in Nederland. Ik koos voor 4-6 weken, om zo snel mogelijk weg te kunnen. Ik was er mentaal al helemaal klaar voor, bij het boodschappen doen probeerde ik niet teveel in te slaan, en ik plande geen afspraken verder dan 1 maand vooruit. Dat ik 9 maanden later nog niet ‘gematcht’ was, was dan ook een behoorlijke tegenvaller. Mij werd verzekerd dat het niet aan het huisartsenprofiel lag, maar het gebrek aan missies voor ‘first missioners’. Het wachten beu, besloten mijn man en ik het kopen van een huis niet langer uit te stellen; zo’n leuk oud klus huis. In dezelfde week waarin ons bod werd geaccepteerd, kreeg ik een missie aangeboden: voor 6 maanden naar Zuid-Soedan werken in een eerstelijns kliniek. Vertrek: over 2 maanden. Eind januari vertrok ik dan toch, na welgeteld één nacht in mijn nieuwe huis, op een luchtbedje, in een huis zonder verwarming op een kale betonnen vloer. Alvast een voorproefje? Ik liet mijn man, in de puin van ons nieuwe huis achter (sorry!) om aan een heel ander avontuur te beginnen.

Twee weken voor vertrek werd de locatie gewijzigd: het bleef Zuid-Soedan, maar nu in een groot tweedelijnsziekenhuis met een capaciteit van 160 bedden. Het ziekenhuis bevind zich in een vluchtelingenkamp waar 120.000 mensen wonen. Ook de definitieve vertrekdatum bleef tot 2 dagen voor vertrek onzeker. Waarom flexibiliteit een vereiste is om voor AZG te kunnen werken, werd me al voor vertrek duidelijk.

Bij aankomt in Bentiu in Zuid-Soedan, waren er drie dingen die meteen opvielen: de hitte, het zanderige stof en de rijen tenten; mijn thuis’ voor de komende maanden. Het ziekenhuis in Bentiu is gelegen in een VN-vluchtelingen kamp omdat daar een grote concentratie van mensen is met een grote zorgbehoefte. Maar mensen komen van veel grotere omstreken naar het ziekenhuis.

De eerste dag kon ik mijn collega schaduwen, van wie ik de afdelingen over ging nemen: de IPD (In Patient Department), de OPD (Out Patient Department) en de Isolatie afdeling (voor tuberculose, mazelen, hepatitis): met andere woorden: alle volwassenzorg van het ziekenhuis, met uitzondering van de eerste hulp. Mijn collega was een Amerikaanse huisarts, die met groot gemak sprak over ART regimes, tuberculose medicatie, die zonder blikken of blozen een ascitespunctie en lumbaalpunctie zette en zijn hand niet omdraaide voor een aantal echo’s. Ik was onder de indruk. En volledig overweldigd. De eerste week was ik in mijn hoofd voortdurend aan het vloeken: “wie had in hemelsnaam bedacht hier een Nederlandse huisarts naartoe te sturen? Hoe moest ik deze artsenrol gaan vervullen? Dit kan ik niet!” Collega’s bleven maar zeggen dat het wel goed zou komen, maar daar had ik weinig vertrouwen in. Want naast de zorg voor de patiënten op mijn afdeling: eind stadium HIV, ernstige tuberculose en andere ziekten die ik alleen van de boeken kende, was ik in de nachtdienst als achterwacht verantwoordelijk voor het hele ziekenhuis. Als Nederlandse huisarts was ik daarmee ’s nachts het laatste poppetje op de piramide van de regionale gezondheidszorg. Dat had ik me vooraf niet helemaal gerealiseerd. Voornamelijk de zorg voor ernstige zieke kinderen en neonaten, voelde boven mijn pet.

Na zo’n dag of 10 ging ik mijn collega’s gek genoeg geloven: het komt wel goed. In mijn eerste nachtdienst kreeg ik meteen te maken met grootste angst: een pasgeborene van 1,18kg met een slechte start waar reanimatie nodig was. Ondanks de moeizame start begon het jongetje steeds beter zelfstandig te ademen, en kon hij uiteindelijk met een beetje zuurstof ter ondersteuning, door naar de gewone neonaten afdeling. Door meteen met deze situatie geconfronteerd te zijn, durfde ik steeds meer te geloven dat het goed zou komen.

In de weken die volgden zag ik allerlei patiënten voorbijkomen met ziektes die je in Nederland niet of nauwelijks ziet, of niet in die mate: laat stadium HIV, forse ascites bij jongen mensen, tetanus, mastoïditis gecompliceerd met meningitis, Hirschprung, fors ontregelde diabetische ketoacidose bij de type 1 diabeten. En nog veel meer. Zoals die jonge man van 20 die bewusteloos werd opgenomen vanwege een hersenvliesontsteking. Ondanks antibiotica werd zijn coma steeds dieper en kreeg hij er ook insulten bij. Dagenlang had hij 40 graden koorts ondanks onze behandeling. Ik heb vaak over hem gesproken met de lokale staf, zij zien dit soort beelden tenslotte vaker dan ik. Als hij stopt met ademen, moeten we hem dan nog wel reanimeren? Niemand durfde de knoop door te hakken en gelukkig zijn we niet voor die vraag komen te staan. Nadat we de hoop bijna op hadden gegeven krabbelde hij langzaam weer op. De koorts daalde, hij begon zijn arm te bewegen en zijn ogen te openen. Een week later kon hij weer zelf stukjes lopen, ging zijn fijne motoriek steeds beter en kon hij met geluiden aangeven wat hij wilde. Spreken was nog moeizaam. Met onze beste fysiotherapie- en logopedie adviezen is hij uiteindelijk met ontslag gegaan. Een na-traject konden we niet bieden, maar dit resultaat was al meer dan we hadden durven hopen.

Een belangrijk verschil met het werk in Nederland, is dat overlijden meer aan de orde van de dag was. Elke week waren er reanimaties, zowel bij volwassenen als kinderen. Met uitzondering van de neonaten, waren ze allemaal niet succesvol. Moesten we dit wel blijven doen? Continue probeerden we naast de individuele patiëntenzorg ook na te denken over hoe we de zorg in zijn algemeenheid beter vorm konden geven.

En toen was daar ineens Corona. De zorgen rondom Corona werden ook snel voelbaar in Zuid-Soedan. In korte tijd begon het een na het andere Afrikaanse land het luchtruim te sluiten. Daarom kwam ik voor een enorm dilemma te staan: nog snel naar huis voordat het voorlopig niet meer mogelijk is, of blijven maar voor lief nemen dat er – ook in geval van nood – geen optie naar huis is. Weg gaan betekende ook mijn collega’s achterlaten met een al hoge werkload, de patiëntenpopulatie achterlaten ten tijde van een dreigend toekomstscenario.

Uiteindelijk heb ik toch de moeilijke keus gemaakt om naar huis te gaan. Met pijn in mijn hart, maar ook met opluchting, ging ik na 2 maanden Bentiu alweer naar huis, waar alles ook anders was dan voorheen: afstand houden van familie en vrienden maar ook de invulling van het werk in de huisartspraktijk. Nu begint langzaam alles weer te normaliseren. Daarmee komt bij mij nu pas ruimte voor een terug- en vooruitblik. Genoeg om over na te denken!

Brillengoochelaar

Auteur: Klaartje Olde Loohuis

Mijn zoon van 6 wil leren toveren. Van zijn goochelende opa heeft hij veel inspiratie opgedaan. Met enige onhandigheid verstopt hij zijn loep achter zijn rug en tovert een oud gekrast brilletje ervoor terug. En vice versa.

Ik denk aan mijn eigen ‘bril’ van de laatste tijd. De bril van een beginnende wetenschapper, van een epidemioloog in opleiding. Een hele andere bril dan die van een klinisch arts, een huisarts en tropenarts, die ik voorkort nog droeg. Soms, als ik voor examens statistiek studeer en me verdiep in statistische methoden als regressie of zelfs nieuwere methoden als bootstrapping en permutatietesten kan ik nog wel eens verstrikt raken in die focus toestand. ‘wat heeft dit ook alweer te maken met mijn vak, met het behandelen van patiënten? Hoe helpt dit mijn doel om een bijdrage te leveren de zorg voor kwetsbare groepen te verbeteren?’ Op zo’n moment helpt het altijd om weer even mijn bril af te zetten. Vanuit een afstand te relativeren. Dat de statistiek een tool is die me hierin verder helpt en niet (voor mij althans) een doel op zich is.

Brillengoochelen, dat is volgens mij waar een huisarts goed in is. Het constant wisselen van focus. Het extreem inzoomen op een bepaald klinisch probleem, een wond die gehecht moet worden of een medicatiereview van een oudere patiënt. Maar ook de relativering; wat draagt deze behandeling nog bij in het leven van deze vrouw van 78 jaar oud die eigenlijk al lange tijd niet meer echt ‘wil’. Of past dit wel binnen de waarden van een andere patiënt? Zelfs ook buiten de spreekkamer zoomen we uit. We zien public health problemen voorbij komen als we buiten veel te dikke kinderen zien, of als we verdacht veel atypische pneumonieën voorbij zien komen in de praktijk en hiervoor het RIVM contacteren. WHIG- geïnteresseerde huisartsen hebben daarnaast vaak ook nog een speciaal brilletje voor een blik over de grens, of het nou gaat om de reizigers op een goede manier te adviseren of zelf een bijdrage te doen en tijdelijke hulp te bieden in een ander land.

Ikzelf goochel dagelijks, niet alleen tijdens het studeren, maar ook tijdens besprekingen over het onderzoek, het opstellen van onderzoeksvragen, het bepalen van de relevantie voor de praktijk. Ik ben dankbaar voor deze kunst die me helpt steeds in te zoomen of juist relativerend van een afstandje te kijken naar een probleem. Het helpt me een goede wetenschapper te zijn, en de wetenschap te laten aansluiten bij de praktijk, en op die manier kunnen huisartsen ook weer op hun best verder goochelen.

Reizigersadvisering in coronatijd

Het Corona virus heeft in de afgelopen maanden de wereld (en nog steeds) op haar grondvesten doen schudden en ons nog maar eens laten zien dat infectieziekten(en reizigersgeneeskunde) actuelere onderwerpen zijn dan ooit tevoren! Niet alleen hebben dergelijke aandoeningen invloed op de gezondheid van een individu, maar zoals we kunnen zien op de hele maatschappij, de wereldeconomie en mogelijk/waarschijnlijk ook op het geopolitieke vlak. Laten we er het beste van hopen.

Wat de WHIG betreft toont deze crisis nog maar eens aan dat reizigersgeneeskunde nog altijd een erg relevante tak van sport is. Weliswaar wordt er nu minder gereisd dan een half jaar terug, maar de vooruitzichten zijn dat het aantal reisbewegingen toch wel weer zal toenemen. En ook dan is goed voorbereid op reis gaan niet alleen relevant voor uw gezondheid, maar ook voor die van uw medemens-zo is afgelopen maanden maar weer gebleken.


Wie kan er nou beter een op maat gesneden reisadvies mbt gezondheid geven dan de dokter die de patiënt het beste kent? De huisarts natuurlijk.
Gelukkig is er een aantal huisartsen dat zich hier voor inspant maar helaas loopt dat aantal terug; een toenemend aantal commerciele partijen ziet hierdoor een gat in de ‘markt’-een ontwikkeling die de WHIG niet wenselijk vindt aangezien de eigen huisarts toch echt een beter integraal reisadvies kan geven dan welke andere partij dan ook. Ook door de toegenomen werkdruk in de dagpraktijk is er voor praktijkhouders minder tijd voor dergelijke activiteiten. De WHIG betreurt dit en brengt de relevantie van deze zorg bij beleidsmakers aan het voetlicht en tracht op deze wijze de reizigersadvisering tot een kerntaak van de huisarts te maken.


Een van de activiteiten die de WHIG daarnaast promoot is het zogenaamde RATO(reizigers advies toets overleg), waarbij in in toetsgroepen onder leiding van een moderator door reizigersadviserende huisartsen casuïstiek wordt uitgewerkt en besproken. De praktische uitvoering hiervan is uitbesteed aan de organisatie Health Education(www.healtheducation.nl).
Dit betreft een geaccrediteerde vorm van toetsgroepoverleg en een deel van de opbrengsten gaat naar het Peter Manschot Fonds, een fonds dat (financieel)bijdraagt aan de ontwikkeling opleidingsfaciliteiten op gebied van primary health care in ontwikkelingslanden.

Helaas zijn door de recente Corona-crisis de meeste voorjaars-RATO’s geannuleerd en doorgeschoven naar het najaar. Een aantal kon gelukkig nog online plaatsvinden.
Met het besluit van het LCR de herregistratietermijn met een jaar te verlengen is er in ieder geval wat meer ruimte voor herregistratie ontstaan:

“Het LCR heeft namens het KwaliteitsConcilium artsen en KwaliteitsConcilium verpleegkundigen daarom besloten om de (her)registratie termijn voor iedereen per 15 maart 2020 te verlengen met een jaar. Dit betekent dat niemand zich hoeft te herregistreren in de periode van 15 maart 2020 tot en met 14 maart 2021. De registratieperiode waarin u zich nu bevindt, wordt verlengd met een jaar en zal dus 6 jaar bedragen. Dit geldt ook voor de leden die al een uitstelregeling hadden aangevraagd. “

Voor alle details m.b.t. deze regeling verwijzen we u graag door naar de website www.mijnlcr.nl (als u geregistreerd bent bij het LCR kunt u via deze site inloggen).

Voor alle up-to-date informatie m.b.t. reizigersadvies hebben we enkele interessante websites voor u; daarnaast kunt u zich uiteraard wenden tot een kundig collega in uw huisartskring of HAGRO, of nog beter: u gaat uzelf bekwamen in de reizigersadvisering. Voor dit laatste dient u dan eerst een cursus basis reizigersadvisering te volgen(bv zie www.healtheducation.nl of een andere aanbieder).

Relevante websites:
www.lcr.nl

www.ecdc.europe.eu/en/travellers-health/

www.klmhealthservices.com

Heeft u interesse les te geven in Rwanda?

Bent U geïnteresseerd in het programma Community Health & Social Medicine en om les te geven in Rwanda?? De Afdeling ‘Primary Health Care’ van de Faculteit geneeskunde aan de Universiteit van Rwanda verzorgt sinds 2011 een opleiding voor medische, tandheelkunde en farmacie studenten in ‘Social Medicine & Community Health’.
Het curriculum is ontwikkeld en de lessen werden aanvankelijk geïmplementeerd door een groep buitenlandse experts (tropenartsen, huisartsen, public health artsen) in Primary Health Care, die als vrijwilligers aan de universiteit zijn gaan werken. Als Nederlandse artsen werden Maaike Flinkenflogel en Mieke Visser daarbij part-time gesubsidieerd door de NGO Partners in Health (PiH), omdat zij al eerder ook betrokken waren bij de Family Medicine opleiding als ‘Honorary associate Professors’ aan de universiteit van Rwanda. Deze subsidie is inmiddels gestopt en momenteel wordt de cursus voornamelijk door 2 Rwandese artsen gegeven, die voorheen assistent-docenten waren. Het waarnemend hoofd van de afdeling is een van hen. Zij worden door de universiteit betaald.

De cursus is gebaseerd op de participerende onderwijsmethodiek en het Canadese CanMeds Model, om opleiding voor zorgverleners te kwalificeren in termen van competenties: medisch handelen, communicatie, samenwerking, kennis en wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en professionaliteit. Al het lesmateriaal is ontwikkeld en beschikbaar voor de studenten en docenten in Moodle.

De studenten leren de basale principes kennen die zij nodig hebben voor hun eigen praktijk. De module is onderverdeeld in 5 onderdelen: Volksgezondheid, Gezondheidszorg systemen, Sociale geneeskunde, Communicatie vaardigheden en Professionaliteit.
Het doel van de cursus is om artsen en gezondheidswerkers te leren zich te richten op de behoeften van de gemeenschap waarvoor ze werken, patiëntgericht te zijn en hoge kwaliteit continue zorg te leveren, die geïntegreerd is op alle zorgniveaus.

De cursus wordt ieder academisch jaar 3 weken gegeven aan de tandheelkunde en farmacie studenten de eerste 2 jaar van hun opleiding, en aan de medische studenten 4 achtereenvolgende jaren.
Het laatste jaar is een stage jaar waarbij de medische studenten 3 weken stage lopen en werken op het platteland in de eerstelijnsgezondheidszorg o.a. in gezondheidscentra, en 3 weken stage lopen in de palliatieve gezondheidszorg. PiH subsidieert nog steeds deze stage periodes van de studenten.

Meer dan 500 studenten volgen de cursussen per jaar. Het gemis aan voldoende staf, (geld)middelen en logistiek is echter groot. Er zijn 2 door de universiteit betaalde stafleden, de 2 Rwandese artsen. Gelukkig zijn er ook de afgelopen jaren veel vrijwilligers geweest die met grote inzet les hebben gegeven. Pieter van den Hombergh, Fons Mathot, Mariette de Reeper, Marieke Simmelink en Geertruid Kortmann vanuit Nederland. Ook Maaike Flinkenflogel en Mieke Visser gingen nog regelmatig naar Rwanda. Dat is helaas nog te weinig om deze grote groepen studenten les te geven dmv participerend onderwijs, waarbij het ook noodzakelijk is studenten in kleinere groepen te begeleiden. Meer docenten zijn nodig om de dagelijkse lessen voor te bereiden en te organiseren. Om de werkgroepen te begeleiden in hun dagelijkse opdrachten en deze opdrachten te corrigeren en om examens voor te bereiden en te beoordelen.

Mieke Visser, huisarts, en Master Public Health is sinds het begin bij de opleiding betrokken geweest als honorair hoofddocent van de afdeling Primary Health Care. mievis@xs4all.nl
Marieke Simmelink, Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde is de laatste jaren vanuit haar werkzaamheden in Kenia, onder andere als supervisor van de Family Medicine postgraduate studenten, enkele malen overgekomen om les te geven tijdens de cursussen ‘Social Medicine & Community Health’ in Rwanda. amsimmelink@gmail.com

Voor geïnteresseerde vrijwilligers, het liefst met ervaring in onderwijs en werk in (Oost) Afrika zijn beiden bereikbaar op hun e-mail adres. Zie ook website WHIG, Family Medicine Rwanda