Auteursarchief: Tessa Versteegde

WHIG Webinar 10 maart “TB or not TB?” – met Prof. dr. Martin Boeree

Beste collega,

Wat hadden we graag een live symposium georganiseerd dit voorjaar maar net als vorig jaar gooit de corona-pandemie nog roet in het eten. Maar we hebben een alternatief bedacht.
Op woensdag 10 maart 2021 willen we jullie een leerzame en interactieve avond bezorgen middels het eerste WHIG webinar: “TB or not TB – that is the question”
Tussen 20:00-21:30 zal Martin Boeree, longarts uit het Radboud UMC jullie langs allerlei interessante aspecten van tuberculose leiden. In het filmpje hierboven stelt hij zich kort voor.

Na het opfrissen van de basiskennis en epidemiologie van TB gaan we het hebben over ‘oude ziekten, nieuwe pillen’ want waar moet je op letten bij de patiënt die bijv. biologicals gebruikt en in het verleden TB heeft doorgemaakt?

En voor degenen die reisadvies geven gaan we ook in op de BCG vaccinatie. We sluiten af met een casuïstiek quiz over de verschillende manifestaties van TB in Nederland.
Accreditatie is aangevraagd. Deelname is gratis.
Om je in te schrijven voor deze avond klik hier

We hopen jullie online te zien op 10 maart!
Groeten namens de WHIG symposiumcommissie,

Maarten Borg, Sylvia Mennink, Eline Dekker

Moderator van deze avond is WHIG-lid & Huisarts Leon van Groenendael 

Programma:

20:00-20:05 Opening 
20:05-20:20 Introductie TB voor huisartsen 
20:20-20:25 Vragen/discussie
20:25-20:40 “Oude ziekten, nieuwe pillen”
20:40-20:45 Vragen/discussie
20:45-20:50 pauze
20:50-21:05 BCG vaccinatie & preventie voor reizende patiënt
21:05-21:10 Vragen/discussie
21:10-21:30 Casuïstiek verschillende manifestaties TB 

Global Migration & Health voor de eerste lijn in Nederland

Interview met Prof. dr. Charles Agyemang, Hoogleraar Migration, Ethnicity and Health from a global perspective (Amsterdam UMC-UvA).

Professor Agyemang Charles is sinds 2018 hoogleraar Migration, Ethnicity and Health aan de faculteit geneeskunde, tevens is hij hoofdonderzoeker aan het Amsterdam UMC-UVA. Hij behaalde zijn doctoraat aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, en zijn master aan de Edinburgh University Medical School. Zijn onderzoek is vooral gericht op epidemiologie en preventie van hart- en vaatziekten en risicofactoren t.a.v. non-communicable diseases onder etnische minderheden en migrantenpopulaties in landen met een hoog inkomen en in populaties in lage- en middeninkomenslanden (LMIC).

De afgelopen jaren werkte hij als projectleider aan het RODAM-project (Research on Obesity and Diabetes among African Migrants) – een door de Europese Commissie gefinancierd project over gen-en omgevingsinteractie op obesitas en diabetes onder Afrikaanse migranten. Hierin wordt de gezondheid van Ghanezen in Nederland vergeleken met die van Ghanezen in Duitsland, Engeland en het thuisland Ghana om de oorzaken te achterhalen van overgewicht en diabetes onder Afrikaanse migranten.

In Afrika doet de professor onderzoek naar de gevolgen van de grote trek van het platteland naar de stad voor de gezondheid van de bevolking in West-Afrikaanse landen, met als doel de centrale en lokale overheid te adviseren over gezondheidsrisico’s en verbeterprogramma’s. In Afrika komen ‘westerse’ welvaartsziekten zoals diabetes en hypertensie steeds vaker voor, mede doordat het aanbod van fastfood snel toeneemt. 1

Toch blijkt uit zijn onderzoek in Nederland dat er in Europa meer overgewicht, diabetes en hypertensie is onder bijv. Ghanezen dan in het land van herkomst. Een mogelijkheid is dat mensen denken dat ze traditioneel eten maar dat de ingrediënten buiten het land van afkomst toch een andere samenstelling kunnen hebben, en dus een andere voedingswaarde. Marokkanen hebben van origine minder risico op hart- en vaatziekten en hypertensie. Prof. Agyemang vertelt dat ook dit nadelig aan het veranderen is met de aanpassingen aan het leven in Nederland.

Een andere factor is dat bepaalde ingrediënten in het thuisland soms relatief schaars zijn waardoor mensen er zuinig mee zijn. In Nederland is er geen schaarste en gebruiken mensen bijv. olie in ruimere mate met een hogere calorie intake tot gevolg en een hoger risico op o.a. overgewicht. Ook mobiliteit is anders in Nederland dan in de meeste landen in Afrika. Waar in veel landen in Afrika veel activiteiten te voet worden gedaan gaan mensen in Amsterdam over het algemeen met de metro of de auto. Dit draagt allemaal bij aan andere gezondheidsrisico’s op de lange termijn. 

Veel richtlijnen die in de spreekkamer gebruikt worden gaan over mensen met een Europese afkomst, vertelt Agyemang. De ervaringen in het project leren dat bijv. de boodschap over risico’s op hart- en vaatziekten veel beter aankomt als mensen weten dat de adviezen gebaseerd zijn op gegevens van mensen met dezelfde afkomst. “ Then the message hits home”, zegt hij. 

Een mooi voorbeeld hiervan is het HIPs-project waar Prof. Agyemang ook bij betrokken is. Hierbij werden de verschillende migrantengemeenschappen in Amsterdam gevraagd mensen voor te stellen die ze vertrouwen. Deze mensen werden getraind om Afrikaanse migrantenorganisaties te adviseren over een gezonde leefstijl en om zo’n breed mogelijk bereik te hebben. 2

Volgens hem komt hier ook een belangrijke component in de gezondheidszorg voor mensen met een andere culturele achtergrond naar voren: vertrouwen. Mensen die migreren, voelen zich vaak kwetsbaar in het nieuwe systeem. Ze willen graag een mogelijkheid om goed te communiceren met mensen. Daarnaast willen ze zich beschermd en gerespecteerd voelen. Hierbij hebben ze behoefte aan mensen die ze volledig kunnen vertrouwen, ook of misschien juist in de gezondheidszorg. 

De mensen hebben vaak bewondering voor de hoge kwaliteit van zorg die er in Nederland bestaat. In een groot deel van de wereld is de dokter een machtig mens en niet makkelijk benaderbaar. De relatieve toegankelijkheid en weinig hiërarchische verhoudingen in Nederland zijn ze niet gewend. Toch bevordert dit het vertrouwen in de dokter niet direct. Als ze in Nederland naar de huisarts gaan hebben ze het idee dat de dokter weinig tijd heeft. Bijv. in Ghana gaan mensen naar de dokter en als ze gaan zitten hebben ze het idee dat de dokter het gaat oplossen, ongeacht de tijd. In Nederland wordt er verwacht dat mensen meer voorbereid zijn als ze naar de huisarts gaan omdat ze weten dat ze maar 10 minuten hebben. De respectvolle Ghanese patiënt zal over het algemeen niet snel meer tijd vragen of met de dokter in discussie zal gaan. Het helpt om hier aandacht voor te hebben.

Ook het ondersteunend personeel speelt een belangrijke rol volgens de professor. Als het team van de huisarts een afspiegeling is van de gemeenschap waarin de praktijk zich bevindt, voelen mensen zich meer op hun gemak en helpt dat in het vertrouwen in de zorg. Een moeizame communicatie met de assistent/triagist helpt hierbij juist niet. Met het oog op een steeds multi-etnischer wordend Nederland, pleit Prof. Agyemang dan ook voor meer aandacht voor cultuursensitiviteit in de opleiding van niet alleen de huisartsen en specialisten maar ook van de doktersassistenten en ander ondersteunend personeel in de huisartsenpraktijk en in het ziekenhuis. Verder geeft hij aan dat het zinvol is migranten goed te informeren over hoe het Nederlandse zorgsysteem werkt en uitleg te geven over het belang van effectief communiceren gezien de beperkte tijd van de arts. Tenslotte benadrukt hij nogmaals het belang van goed communiceren en zo nodig een tolkentelefoon te gebruiken.

Als we het over de Corona pandemie hebben vertelt de professor dat mensen vaak gemengde informatie krijgen: uit het thuisland en uit Nederland. Dat is verwarrend. Als ze dan de huisarts bellen krijgen ze vaak te horen dat ze thuis moeten blijven bij klachten en wordt er niet altijd doorgevraagd of meer informatie gegeven. Het advies over thuis blijven is gebaseerd op de veronderstelling dat dit niet moeilijk is. De woonsituatie van veel migranten is echter vaak niet te vergelijken met de woonsituatie van een ´standaard´ Nederlands gezin . De mensen vragen zich dan nog al eens af waarom ze dan de huisarts bellen. 

Het heeft te maken met  vertrouwen, wat al eerder ter sprake kwam. Mensen willen vaak niet dat andere mensen weten dat ze Corona hebben. In  sommige migrantenpopulaties heerst een stigma op het hebben van een Covid-19 infectie. Nederlandse hulpverleners weten doorgaans niet dat een migrantenhuishouden vaak niet het ‘nucleaire gezin’ is met alleen ouders en kinderen zoals we het vaak in Nederland zien. Vaak wonen mensen uit meerdere families bij elkaar, of huurt er iemand een kamer. Deze mensen gebruiken allemaal dezelfde keuken en badkamer. Er is vaak weinig privacy. De problemen die Corona kunnen veroorzaken o.a. in de huisvesting m.b.t. zelf-isolatie en zelfzorg, zijn een drempel om zich te laten testen. De huisarts kan een veilige gesprekspartner zijn zodat mensen goed advies kunnen krijgen. Mensen moeten dus weten dat het goed is dat ze bellen, en ook de assistenten in de praktijk zijn belangrijk in de bevestiging dat de patiënten erop kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig met hun vragen omgegaan wordt.

Tenslotte vragen we de professor naar hoe hij kijkt naar de rol van de eerste lijn in de  toekomst van migrantenzorg en global health. Volgens hem is een voordeel van goede eerstelijnsgezondheidszorg dichtbij  dat ook minder ernstige aandoeningen eerder behandeld kunnen worden omdat mensen niet kilometers hoeven te reizen om hulp te krijgen zoals nu vaak het geval is in LMIC. Belangrijk hierbij is wel dat het land zelf ‘ownership’ voelt om de eerste lijn goed op poten te zetten.

In Nederland is het naar zijn  mening vooral belangrijk dat met de veranderende demografie van Nederland (Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond stijgt volgens de Kernprognose van het CBS naar 35 procent in 20603) er in de training van (alle) gezondheidswerkers meer aandacht is voor effectieve communicatie, voor kennis van culturele verschillen in gezondheid alsmede het bewust zijn van cultuurgerelateerde verschillen in gedrag. Niet alleen in het opleiden van nieuwe mensen is het belangrijk om deze onderwerpen op te nemen, ook de reeds getrainde mensen (artsen en ondersteuners) in de huisartsenpraktijk zouden ondersteund moeten worden in het kunnen blijven zorgen voor de multi-etnische populatie. “How do you bridge the gap?” De vraag die we ons volgens de professor kunnen stellen is “hoe helpen we elkaar de zorg te leveren die we willen leveren”. Iemand’s culturele identiteit is niet statisch maar verandert in de loop van de tijd. Hoe volg je de veranderingen zodat je kan zorgen dat de zorg aansluit bij wat iemand nodig heeft? Wat hem betreft is onderzoek in de eerste lijn hier ook een belangrijke pijler om de daarin vergaarde informatie te gebruiken om de zorg in de toekomst te voeden. 

We beëindigen dit inspirerende gesprek met het uitwisselen van ideeën over het thema van onze vorige nieuwsbrief ‘twin promotietrajecten voor aiotho’s uit Nederland en van o.a. het Afrikaans continent’  en de hoop dat dit in de toekomst vaker gerealiseerd kan worden. 

  1. AMC Actueel 19-12-2018 https://www.amc.nl/web/nieuws-en-verhalen/actueel/actueel/charles-agyemang-hoogleraar-migration-and-health-.htm
  2. ibid 1
  3. CBS Kernprognose 2019-2060: 19 miljoen inwoners in 2039

South African Academy of Family Physicians: Family physicians strengthen district health services

Executive summary

South Africa has an urgent need to improve the quality of district health services. Following the creation of the new speciality of family medicine in 2007, the introduction of family physicians to the district health services was an important intervention. A body of research now exists on the initial impact of family physicians on the district health services.

Family physicians have had an
impact through their six roles: clinicians, consultants, capacity builders, leaders
of clinical governance, supporters of community-orientated primary care and clinical trainers. Their impact in these roles is seen as substantial, significantly greater than medical officers and similar in both district hospitals and primary care as well

as rural and metropolitan areas. They have improved access to and the comprehensiveness of care at the community level. They have also had an impact on clinical processes for chronic diseases, maternal and child health as well as emergency care. Their impact on district and national health indicators is not yet visible due to the small numbers currently available (0.03 per 10,000 population in public sector).

The health services need to employ family physicians at district hospitals and community health centres or sub-districts. The supply
of family physicians needs to be increased by doubling the number of registrar posts from an average of 5 per year per training programme to 10 per year per training programme.

Read more?

Health Service Research:

A human resources for health analysis ofregistered family medicine specialists in South Africa: 2002–19 Ritika Tiwaria, Robert Mashb,*, , Innocent Karangwac and Usuf Chiktea

Background: In South Africa, there is a need to clarify the human resources for health policy on family physicians (FPs) and to ensure that the educational and health systems are well aligned in terms of the production and employment of FPs.
Objective: To analyse the human resource situation with regard to family medicine in South Africa and evaluate the requirements for the future.

Methods: A retrospective review of the Health Professions Council of South Africa’s (HPCSA) database on registered family medicine practitioners from 2002 until 2019. Additional data were obtained from the South African Academy of Family Physicians and published research.
Results: A total of 1247 family medicine practitioners were registered with the HPCSA in 2019, including 969 specialist FPs and 278 medical practitioners on a discontinued register. Of the 969, 194 were new graduates and 775 from older programmes. The number of FPs increased from 0.04/10 000 population in 2009 to 0.16/10 000 in 2019, with only 29% in the public sector. On average, seven registrars entered each of nine training programmes per year and three graduated. New graduates and registrars reflect a growing diversity and more female FPs.The number of FPs differed significantly in terms of age, gender, provincial location and population groups. Conclusions: South Africa has an inadequate supply of FPs with substantial inequalities. Training programmes need to triple their output over the next 10 years. Human resources for health policy should substantially increase opportunities for training and employment of FPs.

Read more?

AIGT-Gespreksleiders gevraagd

Achtergrond

De NVTG (Nederlandse Vereniging voor Tropengeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg) is de wetenschappelijke vereniging, die de kwaliteit van de Arts International Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (AIGT) borgt. Zij zorgt voor de randvoorwaarden van de opleiding tot AIGT alsook de herregistratie elke 5 jaar. Onderdeel van de herregistratie is de evaluatie van het individueel functioneren (EIF) van de AIGT door ervaren gespreksleiders. Er zijn nu 3 gespreksleiders. Zie ook: https://nvtg.org/wat-we-doen/nascholing-herregistratie-aigt

Wie zoeken wij?

Artsen IGT die ervaring hebben met supervisie en/ of opleiden van aios en die tijd willen vrijmaken om een aantal maal per jaar een EIF herregistratie procedure te doen (± 5 uur incl. voorbereiding). U vindt het boeiend en interessant om deze gesprekken met een AIGT te voeren. Vereist is het volgen van de training tot gespreksleider, die gangbaar is voor huisartsen en specialisten.

Wat houdt de procedure in?

U bereidt het gesprek voor door de ontvangen evaluatieformulieren te scoren. U voert het gesprek met de aios en maakt hiervan een gespreksverslag. Uw tijdsbesteding is  circa 3-5 uur. Richtprijs van de kosten die bij de AIGT gedeclareerd worden: € 250,- . Meer uitgebreide informatie volgt als u geïnteresseerd bent in deze functie.

Reageren?

U kunt reageren door een mail te sturen naar de NVTG (info@nvtg.nl ) of naar de voorzitter van de Commissie: Pieter van den Hombergh (p.hombergh@gmail.com).

Medisch Contact: Keniaanse huisarts krijgt hulp bij gezondheidsvoorlichting

Diabetes, hiv, malaria, hoofdschimmel, en nu ook covid-19. Op het platteland van Kenia is de ziektelast hoog, maar is het peil van de eerstelijnszorg laag. Met hulp uit Nederland worden huisartsen opgeleid om de zorgtoegankelijkheid te verbeteren en een gezonde leefstijl te promoten.

Lees verder

De avonturen van Belia Klaassen in Tanzania en in de Congo

Toen ik twee weken geleden door de WHIG gevraagd werd iets voor de nieuwsbrief te schrijven, dacht ik: zouden ze daar nu echt op zitten tewachten in Nederland, van zo’n oude knar?

Na net genoten te hebben van de bijdragen van mijn jonge collega’s in Zuid Soedan en Bonaire in de WHIG nieuwsbrief van juni, besef je ookweer hoeveel levendiger en onverschrokken zij zo’n nieuwe situatie kunnen beschrijven, en beleef je ook die tijd weer van bijna 40 jaar terug. Er komen allerlei vragen bij me op. Wat is er veranderd in al die jaren dat je als tropenarts uitging … hoe doe je dat met je partner… wel of niet eersthuisartsopleiding ? En….is er echt wel wat veranderd behalve de naam AIGT…gaan er ook zaken beter of juist slechter?

Wat kan mijn bijdrage zijn na al die jaren ervaring als tropenarts en huisarts in Tanzania? Kan ik ze nog iets nieuws vertellen? En: Ik heb toch alles al meegemaakt? Nee dus, blijkt maar weer, want tijdens het schrijven van dit stukje in het vliegtuig van Amsterdam naar Dar es Salaam, ben ik al drie keer afgeleid. Een spoedgeval tijdens de vlucht, de tweede keer door mijn collega ex-Turiani ziekenhuis voorganger tropenarts Jos Dijkmans, die als net gepensioneerde huisarts nog steeds actief is en zijn oude plek aan het opzoeken is en een praatje kwam maken. En de derde keer door de purser die ons verhuisde naar de business class als dank voor de medische bijstand voor zijn collega. Nu zit ik samen met mijn dochter Josephine, die ook terugvliegt naar haar “thuisland”, waar ze een olifanten studie doet voor haar PhD, te genieten van een echt kopje koffie in een porseleinen kopje!

Samen met haar en mijn net genoemde collega bespraken we onze overwegingen: hoe lang ga je door als huisarts, is het nog verantwoord om te opereren als je handen beginnen te trillen, of als je beginnende artrose hebt in je vingers, wat is onze meerwaarde, zeker als je na een aantal jaren toch weer overweegt om terug te gaan en je nuttig te maken in een ruraal gebied op medisch terrein. Ik zal proberen een bijdrage te leveren door gewoon te proberen in grote lijnen mijn verhaal te vertellen van mijn levensloop sinds mijn eerste uitzending als Memisa arts naar Tanzania in 1988. Deze laatste vraag, hebben wij als oudjes met tropenervaring nog meerwaarde, hield mij al geruime tijd bezig. Eigenlijk was dit vooral aangewakkerd door de verschrikkingen in West Afrika door de grote ebola-uitbraak in 2014. In die tijd, en tot op de dag van vandaag, werkte ik samen met mijn echtgenoot Ype Smit in Dar es Salaam als huisarts in een kliniek verbonden aan de internationale school, waar we voornamelijk de rijkere Tanzanianen en ex-patriates en zogenaamde “residents” behandelen. Deze overgang naar de stad hadden we samen gemaakt nadat we er eerst 10 jaar als tropenarts in ruraal Tanzania (Morogoro Diocese, Turiani en Mikumi Hospital) op hadden zitten. Destijds besloten we na de tropenopleiding toch ook de huisartsen opleiding te volgen (de laatste eenjarige opleiding), wat het grote voordeel had dat we lang weg konden blijven uit Nederland en, voor mijn gevoel dan, echt iets op konden bouwen en veel lokale gezondheidswerkers hebben kunnen opleiden. 1997 werd een moeilijk jaar voor organisaties als Memisa, omdat de kraan voor medische uitzendingen in ontwikkelingslanden werd dichtgedraaid. Dat jaar viel “gelukkig” voor ons samen met onze beslissing om naar Dar es Salaam, de economische hoofdstad, te verhuizen, omdat onze dochters van toen 3 en 5 toe waren aan een meer internationale scholing en opvoeding. Tot dan toe vonden zij en wij als ouders het best dat hun leven bestond uit “altijd buiten spelen”, leren vegen op de missieschool en ugali (maispap) te eten met hun Tanzaniaanse vriendjes. Ook de vele trips naar het Mikumi wildpark om olifanten te verkennen en te benoemen (mijn hobby) staat hen nog bij en heeft onze oudste dochter geïnspireerd voor haar latere loopbaan.

Lees hier verder:

Als huisarts in opleiding werken in vluchtelingenkamp Moria

Door Lukas Nelissen

Ik heb het geluk gehad om het afgelopen jaar van de huisartsenopleiding door te mogen brengen in de praktijk van Steven van de Vijver. Naast vaste commentator van Nieuwsuur, een geëngageerde, innovatieve en avontuurlijke huisarts. Na drie maanden in de praktijk kwam tijdens een leergesprek de situatie op Lesbos ter sprake. Steven had in 2019 enkele weken doorgebracht op Lesbos als lid van het team van Stichting Bootvluchteling, dat medische zorg verleent in kamp Moria.  Hij was erg enthousiast over hun werkzaamheden en vertelde hoe ernstig de situatie was, maar ook hoe bijzonder en waardevol het was om daar te kunnen werken. Toen ik aangaf dit ook te ambiëren, was het plan geboren. Zo kwam het dat mijn opleider en ik niet veel later, in maart 2020, samen naar Lesbos vlogen om te werken in vluchtelingenkamp Moria.

Wellicht ten overvloede na alle media-aandacht van de laatste maanden, maar Moria werd in 2015, aan het begin van de vluchtelingencrisis, gebouwd door de Griekse regering. Het kamp werd ingericht om drieduizend mensen tijdelijk onderdak te bieden, voordat zij door zouden reizen naar andere Europese opvangcentra. Dit liep anders dan verwacht. De mensen die werden opgevangen in Moria moesten vaak maanden, zo niet jaren wachten voordat hun asielaanvragen verwerkt werden. Vanwege deze vertraging én de grotere toestroom dan voorheen ingeschat, bleef het inwoneraantal van Moria groeien. Rondom het kamp had zich zodoende in de loop der jaren een tweede ring gevormd van duizenden tenten, hutjes en geïmproviseerde slaapplekken. Deze toevoeging werd veelzeggend ‘The Jungle’ genoemd, vanwege de afwezigheid van beveiliging, elektriciteit of sanitaire voorzieningen. In maart 2020 werd het aantal vluchtelingen in het kamp geschat op 22.000. 

Stichting Bootvluchteling huurde twee grote huizen in Mytilini, de hoofdstad van Lesbos, waar alle vrijwilligers sliepen. Een gevarieerd gezelschap bestaande uit SEH-artsen, huisartsen, HAIO’s, neurologen en chirurgen. De werkdagen begonnen om 08:00 uur in de haven van Mytilini, waar wij werden opgehaald in een oude rode stadsbus die door de Griekse zon roze was gekleurd. De bus reed door het oude stadscentrum de omliggende olijfboomgaarden in over smalle bergwegen. Na ongeveer tien minuten met een prachtig uitzicht, kwam de bus aan bij het kamp. Een hek van 3 meter, met bovenop prikkeldraad en een toegangspoort die werd beveiligd door de lokale politie. Het was er druk en verrassend gemoedelijk. Mensen liepen het kamp in en uit, hingen wat rond, maakten een praatje of gingen naar de stad om boodschappen te doen. 

Niet ver van de hoofdingang bevond zich de medische post. De medische post bestond uit een kunststof keet met daarin een apotheek en 4 kleine spreekkamers. Buiten was de wachtkamer. Deze had een vloer van grind en werd verwarmd door elektrische heaters. Onder het afdak waren extra spreekkamers ingericht die bestonden uit twee houten bankjes die tegenover geplaatst waren. Deze spreekkamers waren van elkaar gescheiden met kamerschermen. De medische post werd gerund door twee mannen die zelf in het kamp verbleven. Zij werden bijgestaan door een grote groep tolken, die ook in het kamp woonden. Tijdens de ochtendoverdracht werd iedere arts gekoppeld aan een tolk die behalve Engels ook Afghaans, Farsi, Urdu of Arabisch sprak. Zo werd ik, eerstejaars HAIO met matige LHK-toets resultaten, gekoppeld aan een Syrische internist. Samen zagen wij patiënten met uiteenlopende klachten, variërend van onbehandelde scabiës tot slecht gereguleerde diabetes. De middelen die tot onze beschikking stonden waren beperkt. Er was een uitgebreide apotheek. Daarnaast bestond de mogelijkheid om bloed te laten prikken of een foto te laten maken in het lokale ziekenhuis. Voor noodgevallen kon een ambulance gebeld worden. Gelukkig was dit tijdens onze periode niet nodig. Hoewel je veel van onze patiënten een uitgebreid consult in het AMC gunde, konden wij met deze beperkte middelen onze patiënten beter helpen dan ik in eerste instantie had verwacht.

Het was indrukwekkend om de verhalen te horen van de patiënten die je zag. Het meest bijzonder was de samenwerking met de tolken. Gedurende de dag waren dit je directe collega’s. En met hen, zoals collega’s onderling doen, werden ook niet-medische zaken uitgebreid besproken. Zij vertelden over hun oude leven, de redenen om naar Europa te vluchten of het dagelijks leven in het kamp. Hun situatie was natuurlijk vaak schrijnend en de reis die zij hadden afgelegd vaak traumatisch, maar desondanks was er genoeg ruimte voor  minder beladen onderwerpen. We spraken uitgebreid over voetbal, films of de laatste roddels in Moria, waar zich geheel organisch een markt en een dorpsplein hadden gevormd waar jongeren elkaar konden ontmoeten. 

Enkele dagen nadat wij terug vlogen sloot Griekenland haar luchtruim en startte in Nederland de lockdown. Sindsdien is de situatie op Moria verder verslechterd. De Griekse inwoners van Lesbos hebben zich uitgesproken tegen de vluchtelingen; covid-19 heeft het kamp bereikt en enkele weken geleden is een groot deel van het kamp afgebrand. Het is pijnlijk om te bedenken dat onze collega’s van destijds zich daar waarschijnlijk nog steeds bevinden en hun kansen om weg te komen uit Moria, verder weg zijn dan ooit. Desondanks ben ik blij dat ik hier heb mogen werken. Wij hebben hun levens niet structureel kunnen verbeteren of hun (somatische) klachten kunnen genezen; maar hopelijk hebben we wel een signaal afgegeven dat er binnen Europa ook mensen zijn die zich om hun lot bekommeren. 

Reizigersadvisering ‘voor uw praktijk’

Zoals hierboven genoemd zijn reis-gerelateerde vragen al lang niet meer zeldzaam. We zullen de komende nieuwsbrieven u dus ook informeren over mogelijke importziekten die ook u op uw spreekuur tegen kunt komen. We gebruiken hier o.a. de bronnen van het LCR en het wekelijkse bulletin van European Center for Disease Prevention & Control. 

Hierin lazen we afgelopen maand dat er tijdens de Covid epidemie wereldwijd een scherpe daling is gezien in het aantal kinderen dat geinfecteerd is geraakt met mazelen.  Een ander positief effect, mogelijk door social distancing, is het uitblijven van de jaarlijkse griep-epidemie op het zuidelijk halfrond.3

Verder is er een groot aantal gevallen gemeld van “Tick Borne Encefalitis” in Zuid-Duitsland. Het is bekend dat het TBE-virus in Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland, het zuiden van de Scandinavische landen, Noordoost Frankrijk en Zuid-Engeland vaker voorkomt. In Nederland zijn ook bepaalde gebieden waar teken geïnfecteerd zijn met deze ziekte (1 op 1500 tov Borrelia: 1 op 5). Symptomen kunnen 7-14 dagen na de tekenbeet ontstaan en in eerste instantie milde koorts, moeheid, hoofdpijn en pijn in spieren en gewrichten geven. Ook kan de patiënt misselijk worden en overgeven. Deze fase duurt 2 tot 7 dagen. Hierna heeft een patiënt ongeveer een week geen klachten. 
In de tweede fase kunnen de hersenen, hersenvliezen en ruggenmerg ontstoken raken. Dan kunnen  klachten ontstaan passend bij de hersen(vlies)ontsteking als zware hoofdpijn, fotofobie, misselijkheid, duizeligheid en verminderd bewustzijn. Verder ook slaperigheid, geheugenverlies en veranderd gedrag. (bron: RIVM) Met name bij een bifasisch beloop in het seizoen zou u alert moeten zijn dat er mogelijk een andere oorzaak kan zijn en is het wijs te vragen naar recente reisactiviteiten.

Tenslotte meldden de Nederlandse volksgezondheidsautoriteiten in sptember voor het eerst in Nederland een vogel positief te hebben getest op het West Nile Virus. Deze grasmus, een trekvogel, werd in de nazomer positief getest, hierdoor is de kans groot dat hij in Nederland WNV heeft opgelopen. Dezelfde vogel werd in het voorjaar ook gevangen en was negatief getest. De eerste detectie van een WNV-infectie bij een vogel in Nederland bevestigt de verdere uitbreiding van de WNV-circulatie in Europa, na de eerste detectie van WNV bij een vogel in Duitsland in 2018 en de daaropvolgende detectie van menselijke WNV-infecties. Gezondheidswerkers moeten daarom alert blijven op de mogelijkheid van het optreden van menselijke WNV-infecties.

Als huisarts weet u dat dengue regelmatig koorts en ziekte bij teruggekeerde reizigers veroorzaakt, en dat chikungunya zich verder heeft uitgebreid naar Noord en Midden-Amerika. Dengue-overdacht komt inmiddels ook soms voor binnen Europa (Franktijk, Noord-Italië).

Family Medicine research in Oost Afrika

Door: Geert-Jan Dinant en Mark Spigt, Universiteit Maastricht, september 2020

Na onze bijdrage aan het onderwijs van onderzoek aan Family Doctors (FD) in opleiding in Kenia, was Ethiopië een ‘op het oog’ logische volgende uitdaging. Maar onder andere in taal, cultuur, gedrag en motivatie (van cursisten) leken de twee landen in weinig tot niets op elkaar. Waar het in Kenia helaas niet lukte om ook maar één FD richting een promotie- onderzoek te coachen, leek dat in Ethiopië bijna als vanzelf te gaan. Overigens betrof het in Ethiopië geen FDs – Kenia was op dat front verder dan Ethiopië – maar een variëteit aan gerelateerde professies, zoals microbiologen, medical doctors en public health officers. In 2008 verzorgden we voor het eerst een één week durende cursus wetenschappelijk onderzoek in Addis Abeba, terwijl we anno 2020 trots mogen zijn op 6 succesvolle promoties van Ethiopische onderzoekers aan de Universiteit Maastricht, met nog zeker twee promoties te gaan. Tevens werden alle onderzoeksresultaten internationaal gepubliceerd, tot en met in de Lancet Public health. De onderzoekers kozen zelf hun onderwerp van onderzoek, variërend van infectieziekten (met name tbc), via moeder en kindzorg, tot digitale systemen voor het monitoren van ziekte en gezondheid. Hun onderwerpkeuzes waren altijd ingegeven door de noden van de bevolking van Ethiopië, en de kans op een succesvolle implementatie van de resultaten van het onderzoek. Financiering vond plaats door twee universiteiten in Ethiopië (Addis Abeba en Mekelle), Nuffic en de EU

1. Tuberculosis treatment outcome and predictors in northern Ethiopian prisons: a five-year retrospective analysis. Adane K, Spigt M, Dinant GJ.BMC Pulm Med. 2018 Feb 20;18(1):37. doi: 10.1186/s12890-018-0600-1.PMID: 29463234 Free PMC article.
2. Associations between intestinal parasitic infections, anaemia, and diarrhoea among school aged children, and the impact of hand-washing and nail clipping. Mahmud MA, Spigt M, Bezabih AM, Dinant GJ, Velasco RB.BMC Res Notes. 2020 Jan 2;13(1):1. doi: 10.1186/s13104-019-4871-2.PMID: 31898526 Free PMC article.
3. Designing mHealth for maternity services in primary health facilities in a low-income setting – lessons from a partially successful implementation. Shiferaw S, Workneh A, Yirgu R, Dinant GJ, Spigt M.BMC Med Inform Decis Mak. 2018 Nov 12;18(1):96. doi: 10.1186/s12911-018-0704-9.PMID: 30419891 Free PMC article.
4. Fathers’ Perception, Practice, and Challenges in Young Child Care and Feeding in Ethiopia. Bilal S, Spigt M, Czabanowska K, Mulugeta A, Blanco R, Dinant G.Food Nutr Bull. 2016 Sep;37(3):329-339. doi: 10.1177/0379572116654027. Epub 2016 Jul 7.PMID: 27352611
5. Tuberculosis case detection by trained inmate peer educators in a resource-limited prison setting in Ethiopia: a cluster-randomised trial. Adane K, Spigt M, Winkens B, Dinant GJ.Lancet Glob Health. 2019 Apr;7(4):e482-e491. doi: 10.1016/S2214-109X(18)30477-7. Epub 2019 Feb 26.PMID: 30824364 Clinical Trial.
6. Mobile health data collection at primary health care in Ethiopia: a feasible challenge. Medhanyie AA, Moser A, Spigt M, Yebyo H, Little A, Dinant G, Blanco R.J Clin Epidemiol. 2015 Jan;68(1):80-6. doi: 10.1016/j.jclinepi.2014.09.006. Epub 2014 Oct 22.PMID: 25441699
7. Utilization of Sexual and Reproductive Health Services in Ethiopia–does it affect sexual activity among high school students? Bilal SM, Spigt M, Dinant GJ, Blanco R.Sex Reprod Healthc. 2015 Mar;6(1):14-8. doi: 10.1016/j.srhc.2014.09.009. Epub 2014 Oct 6.PMID: 25637419
8. Tuberculosis knowledge, attitudes, and practices among northern Ethiopian prisoners: Implications for TB control efforts. Adane K, Spigt M, Johanna L, Noortje D, Abera SF, Dinant GJ.PLoS One. 2017 Mar 30;12(3):e0174692. doi: 10.1371/journal.pone.0174692. eCollection 2017.PMID: 28358877 Free PMC article.
9. Quality of routine health data collected by health workers using smartphone at primary health care in Ethiopia. Medhanyie AA, Spigt M, Yebyo H, Little A, Tadesse K, Dinant GJ, Blanco R.Int J Med Inform. 2017 May;101:9-14. doi: 10.1016/j.ijmedinf.2017.01.016. Epub 2017 Jan 24.PMID: 28347452
10. Practices and challenges of growth monitoring and promotion in ethiopia: a qualitative study. Bilal SM, Moser A, Blanco R, Spigt M, Dinant GJ.J Health Popul Nutr. 2014 Sep;32(3):441-51.PMID: 25395907 Free PMC article.
11. How much do the physician review and InterVA model agree in determining causes of death? A comparative analysis of deaths in rural Ethiopia. Weldearegawi B, Melaku YA, Dinant GJ, Spigt M.BMC Public Health. 2015 Jul 15;15:669. doi: 10.1186/s12889-015-2032-7.PMID: 26173990 Free PMC article.
12. Health workers’ experiences, barriers, preferences and motivating factors in using mHealth forms in Ethiopia. Medhanyie AA, Little A, Yebyo H, Spigt M, Tadesse K, Blanco R, Dinant GJ.Hum Resour Health. 2015 Jan 15;13(1):2. doi: 10.1186/1478-4491-13-2.PMID: 25588973 Free PMC article.
13. The influence of father’s child feeding knowledge and practices on children’s dietary diversity: a study in urban and rural districts of Northern Ethiopia, 2013. Bilal SM, Dinant G, Blanco R, Crutzen R, Mulugeta A, Spigt M.Matern Child Nutr. 2016 Jul;12(3):473-83. doi: 10.1111/mcn.12157. Epub 2014 Dec 17.PMID: 25522228 Free PMC article.
14. Efficacy of Handwashing with Soap and Nail Clipping on Intestinal Parasitic Infections in School-Aged Children: A Factorial Cluster Randomized Controlled Trial. Mahmud MA, Spigt M, Bezabih AM, Pavon IL, Dinant GJ, Velasco RB.PLoS Med. 2015 Jun 9;12(6):e1001837; discussion e1001837. doi: 10.1371/journal.pmed.1001837. eCollection 2015 Jun.PMID: 26057703 Free PMC article. Clinical Trial.
15. Quality of diagnosis and monitoring of tuberculosis in Northern Ethiopia: medical records-based retrospective study. Mala G, Spigt MG, Gidding LG, Blanco R, Dinant GJ.Trop Doct. 2015 Oct;45(4):214-20. doi: 10.1177/0049475515581126. Epub 2015 Apr 15.PMID: 25883064
16. Mortality level and predictors in a rural Ethiopian population: community based longitudinal study. Weldearegawi B, Spigt M, Berhane Y, Dinant G.PLoS One. 2014 Mar 27;9(3):e93099. doi: 10.1371/journal.pone.0093099. eCollection 2014.PMID: 24675840 Free PMC article.
17. Knowledge and performance of the Ethiopian health extension workers on antenatal and delivery care: a cross-sectional study. Medhanyie A, Spigt M, Dinant G, Blanco R.Hum Resour Health. 2012 Nov 21;10:44. doi: 10.1186/1478-4491-10-44.PMID: 23171076 Free PMC article.
18. The Effects of a Locally Developed mHealth Intervention on Delivery and Postnatal Care Utilization; A Prospective Controlled Evaluation among Health Centres in Ethiopia. Shiferaw S, Spigt M, Tekie M, Abdullah M, Fantahun M, Dinant GJ.PLoS One. 2016 Jul 6;11(7):e0158600. doi: 10.1371/journal.pone.0158600. eCollection 2016.PMID: 27383186 Free PMC article. Clinical Trial.
19. Risk factors for intestinal parasitosis, anaemia, and malnutrition among school children in Ethiopia. Mahmud MA, Spigt M, Mulugeta Bezabih A, López Pavon I, Dinant GJ, Blanco Velasco R.Pathog Glob Health. 2013 Mar;107(2):58-65. doi: 10.1179/2047773213Y.0000000074.PMID: 23683331 Free PMC article.
20. Meeting community health worker needs for maternal health care service delivery using appropriate mobile technologies in Ethiopia. Little A, Medhanyie A, Yebyo H, Spigt M, Dinant GJ, Blanco R.PLoS One. 2013 Oct 29;8(10):e77563. doi: 10.1371/journal.pone.0077563. eCollection 2013.PMID: 24204872 Free PMC article.
21. Half of Pulmonary Tuberculosis Cases Were Left Undiagnosed in Prisons of the Tigray Region of Ethiopia: Implications for Tuberculosis Control. Adane K, Spigt M, Ferede S, Asmelash T, Abebe M, Dinant GJ.PLoS One. 2016 Feb 25;11(2):e0149453. doi: 10.1371/journal.pone.0149453. eCollection 2016.PMID: 26914770 Free PMC article.
22. Applying the InterVA-4 model to determine causes of death in rural Ethiopia. Weldearegawi B, Melaku YA, Spigt M, Dinant GJ.Glob Health Action. 2014 Oct 29;7:25550. doi: 10.3402/gha.v7.25550. eCollection 2014.PMID: 25377338 Free PMC article.
23. Why tuberculosis service providers do not follow treatment guideline in Ethiopia: a qualitative study. Mala G, Moser A, Dinant GJ, Spigt M.J Eval Clin Pract. 2014 Feb;20(1):88-93. doi: 10.1111/jep.12090. Epub 2013 Oct 7.PMID: 24118575