Auteursarchief: Tessa Versteegde

AIGT-Gespreksleiders gevraagd

Achtergrond

De NVTG (Nederlandse Vereniging voor Tropengeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg) is de wetenschappelijke vereniging, die de kwaliteit van de Arts International Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (AIGT) borgt. Zij zorgt voor de randvoorwaarden van de opleiding tot AIGT alsook de herregistratie elke 5 jaar. Onderdeel van de herregistratie is de evaluatie van het individueel functioneren (EIF) van de AIGT door ervaren gespreksleiders. Er zijn nu 3 gespreksleiders. Zie ook: https://nvtg.org/wat-we-doen/nascholing-herregistratie-aigt

Wie zoeken wij?

Artsen IGT die ervaring hebben met supervisie en/ of opleiden van aios en die tijd willen vrijmaken om een aantal maal per jaar een EIF herregistratie procedure te doen (± 5 uur incl. voorbereiding). U vindt het boeiend en interessant om deze gesprekken met een AIGT te voeren. Vereist is het volgen van de training tot gespreksleider, die gangbaar is voor huisartsen en specialisten.

Wat houdt de procedure in?

U bereidt het gesprek voor door de ontvangen evaluatieformulieren te scoren. U voert het gesprek met de aios en maakt hiervan een gespreksverslag. Uw tijdsbesteding is  circa 3-5 uur. Richtprijs van de kosten die bij de AIGT gedeclareerd worden: € 250,- . Meer uitgebreide informatie volgt als u geïnteresseerd bent in deze functie.

Reageren?

U kunt reageren door een mail te sturen naar de NVTG (info@nvtg.nl ) of naar de voorzitter van de Commissie: Pieter van den Hombergh (p.hombergh@gmail.com).

Medisch Contact: Keniaanse huisarts krijgt hulp bij gezondheidsvoorlichting

Diabetes, hiv, malaria, hoofdschimmel, en nu ook covid-19. Op het platteland van Kenia is de ziektelast hoog, maar is het peil van de eerstelijnszorg laag. Met hulp uit Nederland worden huisartsen opgeleid om de zorgtoegankelijkheid te verbeteren en een gezonde leefstijl te promoten.

Lees verder

De avonturen van Belia Klaassen in Tanzania en in de Congo

Toen ik twee weken geleden door de WHIG gevraagd werd iets voor de nieuwsbrief te schrijven, dacht ik: zouden ze daar nu echt op zitten tewachten in Nederland, van zo’n oude knar?

Na net genoten te hebben van de bijdragen van mijn jonge collega’s in Zuid Soedan en Bonaire in de WHIG nieuwsbrief van juni, besef je ookweer hoeveel levendiger en onverschrokken zij zo’n nieuwe situatie kunnen beschrijven, en beleef je ook die tijd weer van bijna 40 jaar terug. Er komen allerlei vragen bij me op. Wat is er veranderd in al die jaren dat je als tropenarts uitging … hoe doe je dat met je partner… wel of niet eersthuisartsopleiding ? En….is er echt wel wat veranderd behalve de naam AIGT…gaan er ook zaken beter of juist slechter?

Wat kan mijn bijdrage zijn na al die jaren ervaring als tropenarts en huisarts in Tanzania? Kan ik ze nog iets nieuws vertellen? En: Ik heb toch alles al meegemaakt? Nee dus, blijkt maar weer, want tijdens het schrijven van dit stukje in het vliegtuig van Amsterdam naar Dar es Salaam, ben ik al drie keer afgeleid. Een spoedgeval tijdens de vlucht, de tweede keer door mijn collega ex-Turiani ziekenhuis voorganger tropenarts Jos Dijkmans, die als net gepensioneerde huisarts nog steeds actief is en zijn oude plek aan het opzoeken is en een praatje kwam maken. En de derde keer door de purser die ons verhuisde naar de business class als dank voor de medische bijstand voor zijn collega. Nu zit ik samen met mijn dochter Josephine, die ook terugvliegt naar haar “thuisland”, waar ze een olifanten studie doet voor haar PhD, te genieten van een echt kopje koffie in een porseleinen kopje!

Samen met haar en mijn net genoemde collega bespraken we onze overwegingen: hoe lang ga je door als huisarts, is het nog verantwoord om te opereren als je handen beginnen te trillen, of als je beginnende artrose hebt in je vingers, wat is onze meerwaarde, zeker als je na een aantal jaren toch weer overweegt om terug te gaan en je nuttig te maken in een ruraal gebied op medisch terrein. Ik zal proberen een bijdrage te leveren door gewoon te proberen in grote lijnen mijn verhaal te vertellen van mijn levensloop sinds mijn eerste uitzending als Memisa arts naar Tanzania in 1988. Deze laatste vraag, hebben wij als oudjes met tropenervaring nog meerwaarde, hield mij al geruime tijd bezig. Eigenlijk was dit vooral aangewakkerd door de verschrikkingen in West Afrika door de grote ebola-uitbraak in 2014. In die tijd, en tot op de dag van vandaag, werkte ik samen met mijn echtgenoot Ype Smit in Dar es Salaam als huisarts in een kliniek verbonden aan de internationale school, waar we voornamelijk de rijkere Tanzanianen en ex-patriates en zogenaamde “residents” behandelen. Deze overgang naar de stad hadden we samen gemaakt nadat we er eerst 10 jaar als tropenarts in ruraal Tanzania (Morogoro Diocese, Turiani en Mikumi Hospital) op hadden zitten. Destijds besloten we na de tropenopleiding toch ook de huisartsen opleiding te volgen (de laatste eenjarige opleiding), wat het grote voordeel had dat we lang weg konden blijven uit Nederland en, voor mijn gevoel dan, echt iets op konden bouwen en veel lokale gezondheidswerkers hebben kunnen opleiden. 1997 werd een moeilijk jaar voor organisaties als Memisa, omdat de kraan voor medische uitzendingen in ontwikkelingslanden werd dichtgedraaid. Dat jaar viel “gelukkig” voor ons samen met onze beslissing om naar Dar es Salaam, de economische hoofdstad, te verhuizen, omdat onze dochters van toen 3 en 5 toe waren aan een meer internationale scholing en opvoeding. Tot dan toe vonden zij en wij als ouders het best dat hun leven bestond uit “altijd buiten spelen”, leren vegen op de missieschool en ugali (maispap) te eten met hun Tanzaniaanse vriendjes. Ook de vele trips naar het Mikumi wildpark om olifanten te verkennen en te benoemen (mijn hobby) staat hen nog bij en heeft onze oudste dochter geïnspireerd voor haar latere loopbaan.

Lees hier verder:

Als huisarts in opleiding werken in vluchtelingenkamp Moria

Door Lukas Nelissen

Ik heb het geluk gehad om het afgelopen jaar van de huisartsenopleiding door te mogen brengen in de praktijk van Steven van de Vijver. Naast vaste commentator van Nieuwsuur, een geëngageerde, innovatieve en avontuurlijke huisarts. Na drie maanden in de praktijk kwam tijdens een leergesprek de situatie op Lesbos ter sprake. Steven had in 2019 enkele weken doorgebracht op Lesbos als lid van het team van Stichting Bootvluchteling, dat medische zorg verleent in kamp Moria.  Hij was erg enthousiast over hun werkzaamheden en vertelde hoe ernstig de situatie was, maar ook hoe bijzonder en waardevol het was om daar te kunnen werken. Toen ik aangaf dit ook te ambiëren, was het plan geboren. Zo kwam het dat mijn opleider en ik niet veel later, in maart 2020, samen naar Lesbos vlogen om te werken in vluchtelingenkamp Moria.

Wellicht ten overvloede na alle media-aandacht van de laatste maanden, maar Moria werd in 2015, aan het begin van de vluchtelingencrisis, gebouwd door de Griekse regering. Het kamp werd ingericht om drieduizend mensen tijdelijk onderdak te bieden, voordat zij door zouden reizen naar andere Europese opvangcentra. Dit liep anders dan verwacht. De mensen die werden opgevangen in Moria moesten vaak maanden, zo niet jaren wachten voordat hun asielaanvragen verwerkt werden. Vanwege deze vertraging én de grotere toestroom dan voorheen ingeschat, bleef het inwoneraantal van Moria groeien. Rondom het kamp had zich zodoende in de loop der jaren een tweede ring gevormd van duizenden tenten, hutjes en geïmproviseerde slaapplekken. Deze toevoeging werd veelzeggend ‘The Jungle’ genoemd, vanwege de afwezigheid van beveiliging, elektriciteit of sanitaire voorzieningen. In maart 2020 werd het aantal vluchtelingen in het kamp geschat op 22.000. 

Stichting Bootvluchteling huurde twee grote huizen in Mytilini, de hoofdstad van Lesbos, waar alle vrijwilligers sliepen. Een gevarieerd gezelschap bestaande uit SEH-artsen, huisartsen, HAIO’s, neurologen en chirurgen. De werkdagen begonnen om 08:00 uur in de haven van Mytilini, waar wij werden opgehaald in een oude rode stadsbus die door de Griekse zon roze was gekleurd. De bus reed door het oude stadscentrum de omliggende olijfboomgaarden in over smalle bergwegen. Na ongeveer tien minuten met een prachtig uitzicht, kwam de bus aan bij het kamp. Een hek van 3 meter, met bovenop prikkeldraad en een toegangspoort die werd beveiligd door de lokale politie. Het was er druk en verrassend gemoedelijk. Mensen liepen het kamp in en uit, hingen wat rond, maakten een praatje of gingen naar de stad om boodschappen te doen. 

Niet ver van de hoofdingang bevond zich de medische post. De medische post bestond uit een kunststof keet met daarin een apotheek en 4 kleine spreekkamers. Buiten was de wachtkamer. Deze had een vloer van grind en werd verwarmd door elektrische heaters. Onder het afdak waren extra spreekkamers ingericht die bestonden uit twee houten bankjes die tegenover geplaatst waren. Deze spreekkamers waren van elkaar gescheiden met kamerschermen. De medische post werd gerund door twee mannen die zelf in het kamp verbleven. Zij werden bijgestaan door een grote groep tolken, die ook in het kamp woonden. Tijdens de ochtendoverdracht werd iedere arts gekoppeld aan een tolk die behalve Engels ook Afghaans, Farsi, Urdu of Arabisch sprak. Zo werd ik, eerstejaars HAIO met matige LHK-toets resultaten, gekoppeld aan een Syrische internist. Samen zagen wij patiënten met uiteenlopende klachten, variërend van onbehandelde scabiës tot slecht gereguleerde diabetes. De middelen die tot onze beschikking stonden waren beperkt. Er was een uitgebreide apotheek. Daarnaast bestond de mogelijkheid om bloed te laten prikken of een foto te laten maken in het lokale ziekenhuis. Voor noodgevallen kon een ambulance gebeld worden. Gelukkig was dit tijdens onze periode niet nodig. Hoewel je veel van onze patiënten een uitgebreid consult in het AMC gunde, konden wij met deze beperkte middelen onze patiënten beter helpen dan ik in eerste instantie had verwacht.

Het was indrukwekkend om de verhalen te horen van de patiënten die je zag. Het meest bijzonder was de samenwerking met de tolken. Gedurende de dag waren dit je directe collega’s. En met hen, zoals collega’s onderling doen, werden ook niet-medische zaken uitgebreid besproken. Zij vertelden over hun oude leven, de redenen om naar Europa te vluchten of het dagelijks leven in het kamp. Hun situatie was natuurlijk vaak schrijnend en de reis die zij hadden afgelegd vaak traumatisch, maar desondanks was er genoeg ruimte voor  minder beladen onderwerpen. We spraken uitgebreid over voetbal, films of de laatste roddels in Moria, waar zich geheel organisch een markt en een dorpsplein hadden gevormd waar jongeren elkaar konden ontmoeten. 

Enkele dagen nadat wij terug vlogen sloot Griekenland haar luchtruim en startte in Nederland de lockdown. Sindsdien is de situatie op Moria verder verslechterd. De Griekse inwoners van Lesbos hebben zich uitgesproken tegen de vluchtelingen; covid-19 heeft het kamp bereikt en enkele weken geleden is een groot deel van het kamp afgebrand. Het is pijnlijk om te bedenken dat onze collega’s van destijds zich daar waarschijnlijk nog steeds bevinden en hun kansen om weg te komen uit Moria, verder weg zijn dan ooit. Desondanks ben ik blij dat ik hier heb mogen werken. Wij hebben hun levens niet structureel kunnen verbeteren of hun (somatische) klachten kunnen genezen; maar hopelijk hebben we wel een signaal afgegeven dat er binnen Europa ook mensen zijn die zich om hun lot bekommeren. 

Reizigersadvisering ‘voor uw praktijk’

Zoals hierboven genoemd zijn reis-gerelateerde vragen al lang niet meer zeldzaam. We zullen de komende nieuwsbrieven u dus ook informeren over mogelijke importziekten die ook u op uw spreekuur tegen kunt komen. We gebruiken hier o.a. de bronnen van het LCR en het wekelijkse bulletin van European Center for Disease Prevention & Control. 

Hierin lazen we afgelopen maand dat er tijdens de Covid epidemie wereldwijd een scherpe daling is gezien in het aantal kinderen dat geinfecteerd is geraakt met mazelen.  Een ander positief effect, mogelijk door social distancing, is het uitblijven van de jaarlijkse griep-epidemie op het zuidelijk halfrond.3

Verder is er een groot aantal gevallen gemeld van “Tick Borne Encefalitis” in Zuid-Duitsland. Het is bekend dat het TBE-virus in Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland, het zuiden van de Scandinavische landen, Noordoost Frankrijk en Zuid-Engeland vaker voorkomt. In Nederland zijn ook bepaalde gebieden waar teken geïnfecteerd zijn met deze ziekte (1 op 1500 tov Borrelia: 1 op 5). Symptomen kunnen 7-14 dagen na de tekenbeet ontstaan en in eerste instantie milde koorts, moeheid, hoofdpijn en pijn in spieren en gewrichten geven. Ook kan de patiënt misselijk worden en overgeven. Deze fase duurt 2 tot 7 dagen. Hierna heeft een patiënt ongeveer een week geen klachten. 
In de tweede fase kunnen de hersenen, hersenvliezen en ruggenmerg ontstoken raken. Dan kunnen  klachten ontstaan passend bij de hersen(vlies)ontsteking als zware hoofdpijn, fotofobie, misselijkheid, duizeligheid en verminderd bewustzijn. Verder ook slaperigheid, geheugenverlies en veranderd gedrag. (bron: RIVM) Met name bij een bifasisch beloop in het seizoen zou u alert moeten zijn dat er mogelijk een andere oorzaak kan zijn en is het wijs te vragen naar recente reisactiviteiten.

Tenslotte meldden de Nederlandse volksgezondheidsautoriteiten in sptember voor het eerst in Nederland een vogel positief te hebben getest op het West Nile Virus. Deze grasmus, een trekvogel, werd in de nazomer positief getest, hierdoor is de kans groot dat hij in Nederland WNV heeft opgelopen. Dezelfde vogel werd in het voorjaar ook gevangen en was negatief getest. De eerste detectie van een WNV-infectie bij een vogel in Nederland bevestigt de verdere uitbreiding van de WNV-circulatie in Europa, na de eerste detectie van WNV bij een vogel in Duitsland in 2018 en de daaropvolgende detectie van menselijke WNV-infecties. Gezondheidswerkers moeten daarom alert blijven op de mogelijkheid van het optreden van menselijke WNV-infecties.

Als huisarts weet u dat dengue regelmatig koorts en ziekte bij teruggekeerde reizigers veroorzaakt, en dat chikungunya zich verder heeft uitgebreid naar Noord en Midden-Amerika. Dengue-overdacht komt inmiddels ook soms voor binnen Europa (Franktijk, Noord-Italië).

Family Medicine research in Oost Afrika

Door: Geert-Jan Dinant en Mark Spigt, Universiteit Maastricht, september 2020

Na onze bijdrage aan het onderwijs van onderzoek aan Family Doctors (FD) in opleiding in Kenia, was Ethiopië een ‘op het oog’ logische volgende uitdaging. Maar onder andere in taal, cultuur, gedrag en motivatie (van cursisten) leken de twee landen in weinig tot niets op elkaar. Waar het in Kenia helaas niet lukte om ook maar één FD richting een promotie- onderzoek te coachen, leek dat in Ethiopië bijna als vanzelf te gaan. Overigens betrof het in Ethiopië geen FDs – Kenia was op dat front verder dan Ethiopië – maar een variëteit aan gerelateerde professies, zoals microbiologen, medical doctors en public health officers. In 2008 verzorgden we voor het eerst een één week durende cursus wetenschappelijk onderzoek in Addis Abeba, terwijl we anno 2020 trots mogen zijn op 6 succesvolle promoties van Ethiopische onderzoekers aan de Universiteit Maastricht, met nog zeker twee promoties te gaan. Tevens werden alle onderzoeksresultaten internationaal gepubliceerd, tot en met in de Lancet Public health. De onderzoekers kozen zelf hun onderwerp van onderzoek, variërend van infectieziekten (met name tbc), via moeder en kindzorg, tot digitale systemen voor het monitoren van ziekte en gezondheid. Hun onderwerpkeuzes waren altijd ingegeven door de noden van de bevolking van Ethiopië, en de kans op een succesvolle implementatie van de resultaten van het onderzoek. Financiering vond plaats door twee universiteiten in Ethiopië (Addis Abeba en Mekelle), Nuffic en de EU

1. Tuberculosis treatment outcome and predictors in northern Ethiopian prisons: a five-year retrospective analysis. Adane K, Spigt M, Dinant GJ.BMC Pulm Med. 2018 Feb 20;18(1):37. doi: 10.1186/s12890-018-0600-1.PMID: 29463234 Free PMC article.
2. Associations between intestinal parasitic infections, anaemia, and diarrhoea among school aged children, and the impact of hand-washing and nail clipping. Mahmud MA, Spigt M, Bezabih AM, Dinant GJ, Velasco RB.BMC Res Notes. 2020 Jan 2;13(1):1. doi: 10.1186/s13104-019-4871-2.PMID: 31898526 Free PMC article.
3. Designing mHealth for maternity services in primary health facilities in a low-income setting – lessons from a partially successful implementation. Shiferaw S, Workneh A, Yirgu R, Dinant GJ, Spigt M.BMC Med Inform Decis Mak. 2018 Nov 12;18(1):96. doi: 10.1186/s12911-018-0704-9.PMID: 30419891 Free PMC article.
4. Fathers’ Perception, Practice, and Challenges in Young Child Care and Feeding in Ethiopia. Bilal S, Spigt M, Czabanowska K, Mulugeta A, Blanco R, Dinant G.Food Nutr Bull. 2016 Sep;37(3):329-339. doi: 10.1177/0379572116654027. Epub 2016 Jul 7.PMID: 27352611
5. Tuberculosis case detection by trained inmate peer educators in a resource-limited prison setting in Ethiopia: a cluster-randomised trial. Adane K, Spigt M, Winkens B, Dinant GJ.Lancet Glob Health. 2019 Apr;7(4):e482-e491. doi: 10.1016/S2214-109X(18)30477-7. Epub 2019 Feb 26.PMID: 30824364 Clinical Trial.
6. Mobile health data collection at primary health care in Ethiopia: a feasible challenge. Medhanyie AA, Moser A, Spigt M, Yebyo H, Little A, Dinant G, Blanco R.J Clin Epidemiol. 2015 Jan;68(1):80-6. doi: 10.1016/j.jclinepi.2014.09.006. Epub 2014 Oct 22.PMID: 25441699
7. Utilization of Sexual and Reproductive Health Services in Ethiopia–does it affect sexual activity among high school students? Bilal SM, Spigt M, Dinant GJ, Blanco R.Sex Reprod Healthc. 2015 Mar;6(1):14-8. doi: 10.1016/j.srhc.2014.09.009. Epub 2014 Oct 6.PMID: 25637419
8. Tuberculosis knowledge, attitudes, and practices among northern Ethiopian prisoners: Implications for TB control efforts. Adane K, Spigt M, Johanna L, Noortje D, Abera SF, Dinant GJ.PLoS One. 2017 Mar 30;12(3):e0174692. doi: 10.1371/journal.pone.0174692. eCollection 2017.PMID: 28358877 Free PMC article.
9. Quality of routine health data collected by health workers using smartphone at primary health care in Ethiopia. Medhanyie AA, Spigt M, Yebyo H, Little A, Tadesse K, Dinant GJ, Blanco R.Int J Med Inform. 2017 May;101:9-14. doi: 10.1016/j.ijmedinf.2017.01.016. Epub 2017 Jan 24.PMID: 28347452
10. Practices and challenges of growth monitoring and promotion in ethiopia: a qualitative study. Bilal SM, Moser A, Blanco R, Spigt M, Dinant GJ.J Health Popul Nutr. 2014 Sep;32(3):441-51.PMID: 25395907 Free PMC article.
11. How much do the physician review and InterVA model agree in determining causes of death? A comparative analysis of deaths in rural Ethiopia. Weldearegawi B, Melaku YA, Dinant GJ, Spigt M.BMC Public Health. 2015 Jul 15;15:669. doi: 10.1186/s12889-015-2032-7.PMID: 26173990 Free PMC article.
12. Health workers’ experiences, barriers, preferences and motivating factors in using mHealth forms in Ethiopia. Medhanyie AA, Little A, Yebyo H, Spigt M, Tadesse K, Blanco R, Dinant GJ.Hum Resour Health. 2015 Jan 15;13(1):2. doi: 10.1186/1478-4491-13-2.PMID: 25588973 Free PMC article.
13. The influence of father’s child feeding knowledge and practices on children’s dietary diversity: a study in urban and rural districts of Northern Ethiopia, 2013. Bilal SM, Dinant G, Blanco R, Crutzen R, Mulugeta A, Spigt M.Matern Child Nutr. 2016 Jul;12(3):473-83. doi: 10.1111/mcn.12157. Epub 2014 Dec 17.PMID: 25522228 Free PMC article.
14. Efficacy of Handwashing with Soap and Nail Clipping on Intestinal Parasitic Infections in School-Aged Children: A Factorial Cluster Randomized Controlled Trial. Mahmud MA, Spigt M, Bezabih AM, Pavon IL, Dinant GJ, Velasco RB.PLoS Med. 2015 Jun 9;12(6):e1001837; discussion e1001837. doi: 10.1371/journal.pmed.1001837. eCollection 2015 Jun.PMID: 26057703 Free PMC article. Clinical Trial.
15. Quality of diagnosis and monitoring of tuberculosis in Northern Ethiopia: medical records-based retrospective study. Mala G, Spigt MG, Gidding LG, Blanco R, Dinant GJ.Trop Doct. 2015 Oct;45(4):214-20. doi: 10.1177/0049475515581126. Epub 2015 Apr 15.PMID: 25883064
16. Mortality level and predictors in a rural Ethiopian population: community based longitudinal study. Weldearegawi B, Spigt M, Berhane Y, Dinant G.PLoS One. 2014 Mar 27;9(3):e93099. doi: 10.1371/journal.pone.0093099. eCollection 2014.PMID: 24675840 Free PMC article.
17. Knowledge and performance of the Ethiopian health extension workers on antenatal and delivery care: a cross-sectional study. Medhanyie A, Spigt M, Dinant G, Blanco R.Hum Resour Health. 2012 Nov 21;10:44. doi: 10.1186/1478-4491-10-44.PMID: 23171076 Free PMC article.
18. The Effects of a Locally Developed mHealth Intervention on Delivery and Postnatal Care Utilization; A Prospective Controlled Evaluation among Health Centres in Ethiopia. Shiferaw S, Spigt M, Tekie M, Abdullah M, Fantahun M, Dinant GJ.PLoS One. 2016 Jul 6;11(7):e0158600. doi: 10.1371/journal.pone.0158600. eCollection 2016.PMID: 27383186 Free PMC article. Clinical Trial.
19. Risk factors for intestinal parasitosis, anaemia, and malnutrition among school children in Ethiopia. Mahmud MA, Spigt M, Mulugeta Bezabih A, López Pavon I, Dinant GJ, Blanco Velasco R.Pathog Glob Health. 2013 Mar;107(2):58-65. doi: 10.1179/2047773213Y.0000000074.PMID: 23683331 Free PMC article.
20. Meeting community health worker needs for maternal health care service delivery using appropriate mobile technologies in Ethiopia. Little A, Medhanyie A, Yebyo H, Spigt M, Dinant GJ, Blanco R.PLoS One. 2013 Oct 29;8(10):e77563. doi: 10.1371/journal.pone.0077563. eCollection 2013.PMID: 24204872 Free PMC article.
21. Half of Pulmonary Tuberculosis Cases Were Left Undiagnosed in Prisons of the Tigray Region of Ethiopia: Implications for Tuberculosis Control. Adane K, Spigt M, Ferede S, Asmelash T, Abebe M, Dinant GJ.PLoS One. 2016 Feb 25;11(2):e0149453. doi: 10.1371/journal.pone.0149453. eCollection 2016.PMID: 26914770 Free PMC article.
22. Applying the InterVA-4 model to determine causes of death in rural Ethiopia. Weldearegawi B, Melaku YA, Spigt M, Dinant GJ.Glob Health Action. 2014 Oct 29;7:25550. doi: 10.3402/gha.v7.25550. eCollection 2014.PMID: 25377338 Free PMC article.
23. Why tuberculosis service providers do not follow treatment guideline in Ethiopia: a qualitative study. Mala G, Moser A, Dinant GJ, Spigt M.J Eval Clin Pract. 2014 Feb;20(1):88-93. doi: 10.1111/jep.12090. Epub 2013 Oct 7.PMID: 24118575

Twee decennia ondersteuning opleiding huisartsengeneeskunde in Kenya

Een persoonlijke reflectie, door Geraldine Beaujean

‘Voordat je vertrekt’, zei de toenmalige decaan van de faculteit geneeskunde in Moi University, Eldoret, Kenya met zijn indringende blik en zachte basstem, ‘wil ik je vragen ons te blijven helpen op het gebied van huisartsengeneeskunde. Jullie hebben in Nederland een goed systeem en jullie weten wat student centred, Problem Based learning is. Dat hebben we nodig ter aanvulling op het model van primary care dat de Amerikanen (o.a. AMPATH, Mercer, 2018) ons brengen. Een combinatie van beiden zal ‘the Kenyan model’ worden’. Was getekend november 2002.
Een maand later werkte ik weer vanuit Nederland voor de Universiteit Maastricht, officieel met bevallingsverlof maar dat mag je denk ik ook werken noemen. 2 Jaar had ik, met mijn gezin in Eldoret gewoond en gewerkt om de basis artsenopleiding verder te ontwikkelen, met name gericht op de onderwijskundige aanpak die, geënt op het curriculum in Maastricht, probleem gestuurd is.
Bijna 20 jaar later, Augustus 2020, zijn er 5 universiteiten die de Family Medicine specialisatie aanbieden. In Moi university, de eerste opleiding in het land, is uit de eerste groep family physicians het hoofd van de opleiding en vakgroep voortgekomen. Het Ministerie van Volksgezondheid heeft gezorgd voor een duidelijker rolbeschrijving en waardering van het vak. Er is een beroepsgroep vereniging opgericht en een actieve Whatsapp groep. Er wordt gewerkt aan afstemming tussen de opleidingen en standaarden. Alhoewel in de rolomschrijving de Kenyaanse Family Physician in de eerste lijn werkt zijn de meesten in dienst van district ziekenhuizen waar ze de rol als poortarts of directeur krijgen, of specialisten vervangen die ontbreken (door bijv. vakantie, ziekte, vanwege budgetbeperkingen of oningevulde vacatures). Kortom: A clinically skilled all-rounder based at the district hospital (Moosa, 2013).
 
Wat is de bescheiden bijdrage vanuit Nederland geweest?
Aandacht en afwachten:
In de loop der jaren is er steeds contact geweest om de opleiding voor deze nieuwe gezondheidszorgwerker te verbeteren. Alles wat aandacht krijgt groeit. Dit is een weg van veel geduld en liefde. Om het beter te begrijpen keer ik het om: stel een aantal Keniaanse professoren komen naar de Universiteit Maastricht om uit te leggen hoe we onze opleiding kunnen en eigenlijk ook moeten verbeteren. Dan zouden we misschien wel blij zijn met de ideeën en inspiratie, de lessons learnt uit hun geschiedenis. En dat horen we allemaal terwijl ze hun eigen reis hebben bekostigd! We zouden beleefd luisteren en ze uitnodigen voor een diner met de decaan, maar we zouden echt niet alles overnemen. Sommige adviezen zouden we compleet negeren omdat het in de Maastrichtse context niet van toepassing is, terwijl het een haast onmogelijkheid is om in de korte tijd dat onze wegen kruisen alle politieke, economische, sociologische en culturele aspecten uit te leggen aan die bevlogen Kenianen.
 
Betrokken leiders (aan Keniaanse en Nederlandse zijde):
Zonder betrokken leiders komt er niet veel van de grond. In Kenia was de visionair Prof. Kwa-Otsyula, destijds decaan van de geneeskunde opleiding, zelf thoracaal chirurg, in Kenia en Engeland opgeleid. Hij had charisma, politieke contacten, was diplomatiek en had veel geduld. Mensen luisterden naar hem, hij was chief in zijn eigen gemeenschap.
In Nederland zijn met name wijlen Harry Crebolder en Pieter van den Hombergh mensen van het eerste uur die veel anderen erbij wisten te betrekken. Zonder hen was er in Nederland niet zoveel enthousiasme en betrokkenheid gecreëerd, die nodig is om kleine zetjes en duwtjes aan de opleiding te geven, in de vorm van docentschap, opleiden van opleiders en onderzoekers, strategisch advies, of het genereren van financiële middelen voor al deze input.
 
Financiële middelen:
In veel hoeken en gaten is er in de afgelopen jaren geld gevonden. Privéfondsen, universitaire fondsen, stichtingsgelden, maar alles bij elkaar ging het niet om grote bedragen. Het was vooral de continuïteit en actieve betrokkenheid waardoor een zinvolle bijdrage aan de ontwikkeling van Family Medicine kon worden gegeven..
 
Input afstemmen op ontwikkelingen in Kenya:
Hoezeer we ook met alle goede bedoelingen denken dat we het beter weten, het is niet zo. We kunnen onmogelijk vanuit Nederland de situatie in Kenia beter begrijpen en volgen dan de Keniaanse Family Physicians. Bescheidenheid en toch verschil willen maken komt neer op vertrouwen en afstemmen op de Keniaanse ontwikkelingskoers. En inzetten op het beantwoorden van vragen, met alle energie die we hebben.
 
Ondersteuning die we als Nederlandse huisartsen zouden kunnen bieden:
 
Een verzoek ligt al jaren te wachten zonder dat we daaraan hebben kunnen voldoen: de Keniaanse family physicians willen heel graag in onze Nederlandse praktijken meelopen, om zelf te ervaren wat de rol van de Nederlandse huisarts is in de context van Nederland. Om inspiratie op te doen, om aspecten beter te leren begrijpen in onze context in de hoop dat er een vertaling kan worden gevonden naar de Keniaanse. Mijn overtuiging, na 3 decennia werkzaam in internationale onderwijsprojecten, is dat alleen native speakerskunnen vertalen naar de lokale context.
En wij kunnen materiaal aandragen door onze ervaring te delen, onze successen, maar vooral onze fouten.
 
Hieronder, voor wie meer wilt lezen referenties naar artikelen over Family Medicine in Kenia en Sub Sahara Afrika. En mijn correspondentieadres als je contact met mij wil opnemen, want wie weet kunnen we met jullie hulp toch een studiereis organiseren:
g.beaujean@maastrichtuniversity.nl

Bibliografie

Chiel van der Voort, G. v.-J. (April 2012). What challenges hamper Kenyan family physicians in pursuing their family medicine mandate? A qualitative study among family physicians and their colleagues. BMC Family Practice , https://www.researchgate.net/publication/224853274.

Maeseneer, J. D. (2009). Primary Health Care in Afgrica: Now more than ever! African Journal of Primary Health Care and Family Medicine , 132-134.

Mash R, e. a. (2008). Exploring the key principles of Family Medicine in Sub-Saharan Africa: international Delphi consensus process. Family Practice , 50(3):60-65.

Ronald Pust, M., Bruce Dahlman, M., & Barasa Khwa-Otsyula, M. (Oct. 2006). Partnerships Creating Postgraduate Family Medicine in Kenya. International Family Medicine Vol. 38 Nr. 9 , 661-666.

Shabir Moosa, R. D. (2013). Understanding of family medicine in Africa. British Journal of General Practice , e209-e215.

Tim Mercer, e. a. (2018). Leveraging the power of partnerships: spreading the vision for a population health care delivery model in western Kenya. Globalization and Health , https://doi.org/10.1186/s12992-018-0366-5.

Reizigersadvisering, een waardevolle verdieping van het huisartsenvak.

Naar aanleiding van het themanummer “Over de grens” van H&W heeft de WHIG het NHG een brief geschreven met de vraag om reizigersadvisering op te nemen in het basiscurriculum van de huisarts. 

Reizigersadvisering, een waardevolle verdieping van het huisartsenvak

Cees Sluimer, Maarten Dekker, Rick van Uum en Wim Heres

Geachte redactie,

In het recente H&W themanummer ‘Over de grens’ werd eens temeer duidelijk dat de (huisarts)geneeskunde niet stopt bij onze landsgrenzen. Als Werkgroep Huisartsgeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (WHIG)* waren wij blij verrast met het mooie overzichtsartikel over reizigersadvies door Elfrink cs[1]. Doordat de nadruk ligt op de beperkingen van reizigersadvisering in de huisartspraktijk vrezen wij echter dat het artikel collega huisartsen afschrikt om zich hier verder in te bekwamen.

Op dit moment zijn er in Nederland rond de 900 huisartsen gekwalificeerd als reizigersgeneeskundige en geregistreerd bij het LCR (Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering) en/of het CHBB (College voor Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden)[2][3]

Nog altijd gaat 35% van de intercontinentale reizigers zonder enige vorm van reizigersadvisering op pad[4]. Huisartsen hebben een belangrijke rol om dit percentage te verminderen. Omdat de huisarts laagdrempelig is en continu en persoonsgericht werkt, is hij daar buitengewoon geschikt voor. De huisarts kent als geen ander de medische voorgeschiedenis van de reizigers, onder wie steeds vaker chronisch zieken. Hij/zij kan door de opgebouwde vertrouwensband het gezondheidsgedrag goed inschatten en beïnvloeden. En mocht de reiziger onverhoopt met klachten na de reis terugkeren, dan is er continuïteit van zorg door diezelfde huisarts. Uiteraard kan de huisarts bij ingewikkelde casuïstiek overleggen met of doorverwijzen naar GGD of Travel Clinic.

Reizigersadvisering is een waardevolle verdieping van ons vak. Geïnteresseerde collega’s kunnen zich als reizigersgeneeskundige kwalificeren door de basiscursus te volgen**. De kennis kan worden onderhouden en verdiept tijdens de halfjaarlijkse RATO’s (Reizigers Advies Toets Overleg), een interactieve vorm van nascholing die door de WHIG is opgezet.

Tot slot wil de WHIG pleiten voor opname van reizigersgeneeskunde in het basiscurriculum huisartsgeneeskunde. Door de toenemende reislustigheid van de Nederlander zijn reis-gerelateerde vragen en problemen niet meer zeldzaam of bijzonder te noemen. Graag leveren wij binnen het NHG hieraan onze bijdrage.

*De WHIG is de huisartsen werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG) en bestaat grotendeels uit ex-tropenartsen.

**De Basiscursus Reizigersgeneeskunde wordt georganiseerd door PAO-H UMC Utrecht, Health Education, TravelAlert (2 dagen) en NSPOH (6 dagen).


[1] Elfrink F, Baaten GG, Belderok SM. Over de grenzen van het reizigersadvies. Huisarts Wet 2020;63(7): 23-5.

[2] Jaarverslag 2018, bureau LCR

[3] Jaarverslag 2017-2018, CHBB

[4] Trends in Knowledge, Attitudes, and Practices of Travel Risk Groups Toward Prevention of Hepatitis A: Results From the Dutch Schiphol Airport Survey 2002 to 2009. Journal of Travel Medicine 2012; 19: 35-43.

NVTG: Brandbrief zorgprofessionals: Zorg voor Moria!

Brandbrief zorgprofessionals: ‘Oproep tot onmiddellijke evacuatie van ontheemden kamp Moria op Lesbos’.

Vanmorgen is er een tweede brandbrief gestuurd naar minister De Jonge en staatssecretaris Broekers-Knol met een oproep aan het kabinet: ‘Oproep tot onmiddellijke evacuatie van ontheemden kamp Moria op Lesbos’.

De eerste brandbrief was een oproep van kinder- en jeugdartsen om de veiligheid en gezondheid van kinderen in Griekse vluchtelingenkampen te verbeteren.

Deze brandbrief is breder geformuleerd en betreft een oproep van zorgprofessionals om te stoppen met het schenden van de mensenrechten in de vluchtelingenkampen.

Lees hier de brandbrief

Lees hier het persbericht

Artsen: ‘Moria is tragedie die niet had mogen gebeuren’

Lees hier het artikel in Medisch Contact

Brandbrief kinderartsen en jeugdartsen: “Veiligheid en gezondheid van kinderen in Griekse vluchtelingenkampen moet worden verbeterd.”

Lees hier de brandbrief 

Lees hier het persbericht

AIGT-er Steven van de Vijver Radio 1 – De Nieuws BV

Waar hulpverleners en artsen al lang voor vreesden werd deze week werkelijkheid: de eerste coronabesmetting in het overvolle vluchtelingenkamp Moria op Lesbos. Wat hier de gevolgen van zijn en hoe we hiermee omgaan bespreekt Patrick Lodiers in De Nieuws BV met Steven van de Vijver, als arts werkzaam geweest in kamp Moria en met Ingeborg Beugel, correspondent vanuit Griekenland. Luister hier het gehele fragment.

Bekijk ook #SOSMoria

Lezing Jamilah Sherally – How to prevent a medical disaster?

Europe should act now if it wants to prevent a potential medical disaster in overcrowded Greek refugee camps, argues MD Global Health and Tropical Medicine Jamilah Sherally.

The Moria refugee camp on the Greeks island of Lesbos is notoriously overpopulated. It’s not a matter ‘if’ but ‘when’ the coronavirus will strike. In order to draw attention to a possible outbreak of COVID-19 in the camp and the consequent humanitarian crisis which would follow, Sherally has joined the SOSMoria campaign, an emergency appeal signed by more than 40.000 doctors and civilians. Calling on the EU to bring the refugees in Moria to safety to prevent a medical disaster on European territory.

Bekijk hier haar lezing.

Moria, 20,000 refugees waiting for a disaster to happen

Lees hier het volledige interview met Steven van de Vijver.

In kamp Moria ontloopt Europa zijn verplichtingen

Lees hier het Artikel in het NRC van16 maart 2020 

Noodoproep! Zorg voor de vluchtelingen van Moria!

Bron: NVTG

Oproep kinderartsen en jeugdartsen aan kabinet:
Verbeter de veiligheid en gezondheid van kinderen in Griekse vluchtelingenkampen

UTRECHT, 11 september 2020 – De omstandigheden van alle minderjarigen in de Griekse vluchtelingenkampen moeten zo snel mogelijk worden verbeterd. Die oproep doen kinderartsen en jeugdartsen in een brandbrief aan minister Hugo de Jonge van VWS en staatssecretaris Broekers-Knol van J&V. De artsen waarschuwen voor de langdurige schadelijke gevolgen die deze kinderen ondervinden door te lang te moeten leven in erbarmelijke omstandigheden en onveiligheid.

De kinder- en jeugdartsen stuurden in april al een brandbrief aan het kabinet. ‘Recente gebeurtenissen waaronder de COVID-19 besmettingen, de daaropvolgende maatregelen in de kampen en de grootschalige brand in kamp Moria maken duidelijk dat de omstandigheden sindsdien alleen maar zijn verslechterd,’ zegt kinderarts Wilma van Veen- Rolink. Reden waarom de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), de vereniging van jeugdartsen (AJN), de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG) en de Expertisegroep Global Child Health hun oproep opnieuw kracht bij zetten.

De artsen stellen dat het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind (IVRK) niet wordt nageleefd in de Egeïsche vluchtelingenkampen. Van Veen: ‘Ondanks de jarenlange noodkreten van lokale hulpverleners wordt de veiligheid van kinderen in deze vluchtelingenkampen onvoldoende gewaarborgd. Vooral de geschonden rechten op het gebied van gezondheid, een niet-toereikende levensstandaard en het ontbreken van bescherming tegen geweld, hebben dramatische en blijvende gevolgen voor deze kinderen.’

Minimale voorwaarden

Als medische hulpverleners en inwoners van een EU-lidstaat voelen kinder- en jeugdartsen zich medeverantwoordelijk voor het gevoerde beleid in Griekenland. Ze roepen minister De Jonge en staatssecretaris Broekers-Knol daarom op in te grijpen en de kinderen zo snel mogelijk in een situatie te brengen waar minimaal kan worden voldaan aan:

  • –  Een toereikende levensstandaard: voor de mentale en fysieke gezondheid: sufficiënt onderdak en geschikte kleding in alle weersomstandigheden, voldoende adequate voeding, adequate hygiënemaatregelen, schoon drinkwater, toegang tot onderwijs en speelmogelijkheden.
  • –  Altijd toegang tot gezondheidszorg: benodigde basiszorg voor kinderen en passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor hun moeders. Waaronder somatische zorg, psychiatrische zorg en ook preventieve gezondheidszorg.
  • –  Begeleiding van minderjarige kinderen: ter voorkoming van blootstelling aan alle vormen van lichamelijk en geestelijk geweld of verwaarlozing.Voor de pers:Brandbrief
    In de bijlage bij dit persbericht vindt u de volledige brandbrief van de NVK en de AJN, NVTG en de Expertisegroep Global Child Health.ContactVoor meer informatie kunt u contact opnemen met Wilma van Veen- Rolink, 06 -26 96 91 54.