Auteursarchief: Tessa Versteegde

#SOSMoria: ‘De hoop op verbetering in vluchtelingenkampen is de kop ingedrukt’

Bron: Medisch Contact 29 april 2021

Een jaar geleden kregen gynaecoloog Sanne van der Kooij
en huisarts Steven van de Vijver veel bijval met hun oproep #SOSMoria over de inhumane situatie in het vluchtelingenkamp op Lesbos. Maar: ‘Tot nu toe zijn er welgeteld twee kinderen naar Nederland gehaald.’

Lees hier het volledige artikel

WHIG Webinar 19 mei “Hemoglobinopathieën bij de huisarts: bloedserieus?!”

met Associate Professoren Isa Houwink & Kees Harteveld (LUMC) en voorzitter van patiëntenvereniging Oscar, Elmas Citak

Beste collega,

Na een succesvolle eerste WHIG webinar op 10-3-2021 is het op 19-5-2021 tijd voor de volgende! Van 20.00u -21:30u zullen Isa Houwink en Kees Harteveld, beiden associate professor aan het LUMC, een interactief webinar geven met als onderwerp: 

Hemoglobinopathieen bij de huisarts: bloedserieus?!”

Door het stijgen van de migrantenpopulatie in Nederland en met name in de grote steden, komt de huisarts steeds vaker met hemoglobinopathieën in aanraking.
Bij patiënten met hemoglobinopathieën, die bijvoorbeeld lijden aan sikkelcelziekte, HbH-ziekte of alfa/bèta-thalassemie, is er door een afwijkend hemoglobine sprake van anemie, waarbij de klachten kunnen variëren van mild tot zeer ernstig. Hoewel dragers van hemoglobinopathieën zelf geen klachten hoeven te ervaren, lopen zij risico om een ernstig ziek kind te krijgen. Het is daarom belangrijk om ook dragers van hemoglobinopathieën tijdig op te sporen en hun de mogelijkheid tot preconceptionele diagnostiek te bieden.

Om patiënten/dragers te leren herkennen en door te verwijzen (voor diagnostiek), doen huisartsen in deze praktijkgerichte en interactieve nascholing kennis op over hemoglobinopathieën en oefenen zij met casuïstiek. Daarbij worden ook bijbehorende ethische dilemma’s en psychosociale aspecten besproken.

De sprekers:
Isa Houwink werkt momenteel als associate professor (Genetica in de eerste lijn) bij het Leids Universitair Medisch Centrum en als huisarts in Kerkrade. Ook is ze als hoofddocent (farmaco) genetica werkzaam bij Huisartsopleiding Nederland.
Kees Harteveld is werkzaam als associate professor (Laboratorium voor Diagnostische Genoom Analyse) bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij doet hier onderzoek en diagnostiek naar hemoglobinopathieën (thalassemie en sikkelcelanemie), hoofdverantwoordelijke voor het Hb-pathie referentie lab. Tevens geeft hij onderwijs aan studierichting geneeskunde en biomedische wetenschappen UL, onderzoek, innovatie en diagnostiek t.b.v. Hb-pathieën.
Elmas Citak is voorzitter van OSCAR, de patiëntenorganisatie voor dragers en patiënten met sikkelcelziekte en thalassemie.
Accreditatie is aangevraagd.

De kosten voor dit webinar bedragen 15 euro.

Om u in te schrijven klik hier!  

We hopen jullie online te zien op 19 mei!
Groeten namens de WHIG symposiumcommissie,

Maarten Borg, Sylvia Mennink, Eline Dekker

MANIFEST VOOR MEER MEDEMENSELIJKHEID

door Steven van de Vijver

Wij – artsen – hebben een eed afgelegd, waarin we beloven medische zorg te verlenen aan ieder individu. Mensen in medische nood kunnen rekenen op onze inzet; wat je ook gelooft, wie je ook liefhebt, waar je ook vandaan komt, welke kleur je huid ook heeft. Dat wij machteloos moeten toezien hoe mensen in vluchtelingenkampen in ons rijke Europa aan hun lot worden overgelaten, is in het licht van diezelfde eed onverteerbaar. We weten dat er elke dag mensen in extreme omstandigheden fysiek en mentaal beschadigd worden door onze bewuste verwaarlozing. 

Wij geloven dat veruit de meeste Nederlanders – net als wij – vinden dat dit onacceptabel is. Wij geloven dat ons land tot meer barmhartigheid en medemenselijkheid in staat is dan de Haagse debatten en besluitvorming doen vermoeden. Maar wij zien ook dat veel Nederlanders zelf grote zorgen hebben. Over woonruimte. Over schulden. Over inkomen. Hoe rijk ons land ook is, een grote groep mensen merkt er te weinig van. En zo lukt het kwaadwillenden om al die verschillende mensen tegen elkaar op te zetten. De ene mens in nood tegen de andere. Kwetsbaren pakken tijdens deze Corona-crisis ‘onze’ vrijheid af. Vluchtelingen pakken onze huizen af. Bijstandsgerechtigden ons geld. Wij geloven dat we beter zijn dan dat. Wij geloven dat de toeslagenaffaire, het groeiend aantal daklozen, het leed in de jeugdzorg en de GGZ en het wegkijken van de medemens op de vlucht allemaal uitwassen zijn van hetzelfde, kille beleid. En wij geloven dat we met die kilheid moeten afrekenen, niet met elkaar.

In maart vorig jaar deden wij een noodoproep: SOSMoria, maak een einde aan de humanitaire ramp op de Griiekse eilanden. Het kabinet gaf geen gehoor. We vroegen samen met heel veel andere Nederlanders dan tenminste vijfhonderd alleenreizende minderjarigen op te nemen. Het kabinet zei nee. Na een verwoestende brand in vluchtelingenkamp Moria mochten honderd kwetsbaren komen  – die werden overigens afgetrokken van een ander ‘vluchtelingenquotum’ – onder wie 50 kinderen. Slechts twee van die kinderen zijn vijf maanden later in Nederland.“Rot op naar je eigen land.” “Omvolking.” “Linkse hobby.” “Tuig.” “Normaal doen”. De taal die alle dagen resoneert, vervreemdt ons van elkaar. We denken misschien dat die woorden alleen ‘de ander’ treffen. Maar maken we onszelf niet minder mens, door ‘de ander’ minder mens te maken?

We staan aan de vooravond van de verkiezingen. Een moment waarop we de mogelijkheid hebben om een andere richting in te slaan. Een moment waarop wij onze politici – of je nu PvdA, D66, CDA of VVD stemt – kunnen herinneren aan wie wij als samenleving willen zijn. Een moment om luidruchtig reclame te maken voor medemenselijkheid. Zorgen voor elkaar… Dat is in ons land toch geen links-rechts-discussie? Laten we elkaar beloven dat compassie, medemenselijkheid en zorg dragen voor elkaar, onze gedeelde basiswaarden zijn. En laten we onze politici oproepen die belofte met ons te doen.

#IkBeloof #SaveOurSouls
#SOSMoria

Uit de praktijk

Door: Simone Jaarsma

Tijdens een presentatie over forensische geneeskunde voor huisartsen in opleiding in Maastricht werd een casus gepresenteerd over een negroïde man van 31 jaar oud uit Burkina Faso (op basis van een artikel uit J Forensic Leg Med, accepted August 2012: Dying in the arms of Dutch governmental authorities).

Voor aankomst in Nederland had een Franse oogarts bij de Burkinees een parasitaire infectie  aan het linkeroog gediagnosticeerd waarvoor verder geen therapie was ingesteld. Verder had hij een blanco voorgeschiedenis. De man verbleef in een asielzoekerscentrum en zijn asielaanvraag was recent afgewezen.  Hij vroeg medische hulp in verband met algemene malaise, apathie, verminderde eetlust, hoofdpijn en incontinentie sinds een paar dagen. Deze klachten werden door de medische dienst geduid als psychosomatisch om uitwijzing te voorkomen en een consult door een arts vond niet plaats.  

De klachten waren echter progressief en toen patiënt verwezen werd was hij al comateus en is hij snel daarna overleden. Uit de sectie bleek uit histologie van de organen geen afwijkingen en evenmin bij de infectieuze en toxicologische analyse.  Neuropathologisch werden er in het brein multiple necrose haarden  met holtevorming gevonden ten gevolge van een toxoplasmose infectie en was de doodsoorzaak een cerebrale toxoplasmose infectie. 

Dit levert stof op voor een interessante discussie: in hoeverre was er nalatigheid? Was er voldoende kennis en inzicht bij de dokters in het AZC in mogelijk minder voor de hand liggende (uitingen van) pathologie? Verschillende AIOS uit deze groep spraken in ieder geval hun behoefte uit, met het oog op toenemende globalisering en migratie, naar meer aandacht voor niet-westerse ziektebeelden in het curriculum van de huisartsenopleiding. We voegen eraan toe dat het stimuleren van alertheid op de mogelijkheid voor een andere presentatie bij mensen die recent in Nederland zijn aangekomen, of die van origine een niet-Nederlandse achtergrond hebben, hier zeker bij hoort.

Van de RIVM website: 

Toxoplasma  is een wereldwijd verspreide parasiet. Er zijn echter grote lokale verschillen in het voorkomen van de parasiet zowel bij mens als dier. In Nederland heeft ongeveer 40 procent van de bevolking antilichamen tegen Toxoplasma in het bloed. Dat wil zeggen dat iemand eens in zijn leven met de parasiet in aanraking is geweest. De meeste mensen hebben dat niet gemerkt.

Het is niet goed bekend welk deel van de mensen besmet is geraakt door het eten van besmet vlees en welk deel van de mensen besmet is geraakt met de oöcysten van de kat (dit kan gebeuren via besmette aarde, maar óók via de voeding). Het is zeker niet zo dat alle mensen met een kat in huis antilichamen in hun bloed hebben.

Wel bekend is de leeftijdsopbouw van de besmettingen, dus het moment waarop mensen voor de eerste keer geïnfecteerd raken. De meeste mensen lopen hun eerste besmetting op wanneer zij tussen de 25 en de 44 jaar oud zijn. Dit betekent dat vrouwen die zwanger worden vaak nog niet besmet zijn geweest en dus groot risico lopen op besmetting tijdens de zwangerschap met alle nadelige gevolgen voor het ongeboren kind.

South African Academy of Family Physicians: Family physicians strengthen district health services

Executive summary

South Africa has an urgent need to improve the quality of district health services. Following the creation of the new speciality of family medicine in 2007, the introduction of family physicians to the district health services was an important intervention. A body of research now exists on the initial impact of family physicians on the district health services.

Family physicians have had an
impact through their six roles: clinicians, consultants, capacity builders, leaders
of clinical governance, supporters of community-orientated primary care and clinical trainers. Their impact in these roles is seen as substantial, significantly greater than medical officers and similar in both district hospitals and primary care as well

as rural and metropolitan areas. They have improved access to and the comprehensiveness of care at the community level. They have also had an impact on clinical processes for chronic diseases, maternal and child health as well as emergency care. Their impact on district and national health indicators is not yet visible due to the small numbers currently available (0.03 per 10,000 population in public sector).

The health services need to employ family physicians at district hospitals and community health centres or sub-districts. The supply
of family physicians needs to be increased by doubling the number of registrar posts from an average of 5 per year per training programme to 10 per year per training programme.

Read more?

Health Service Research:

A human resources for health analysis ofregistered family medicine specialists in South Africa: 2002–19 Ritika Tiwaria, Robert Mashb,*, , Innocent Karangwac and Usuf Chiktea

Background: In South Africa, there is a need to clarify the human resources for health policy on family physicians (FPs) and to ensure that the educational and health systems are well aligned in terms of the production and employment of FPs.
Objective: To analyse the human resource situation with regard to family medicine in South Africa and evaluate the requirements for the future.

Methods: A retrospective review of the Health Professions Council of South Africa’s (HPCSA) database on registered family medicine practitioners from 2002 until 2019. Additional data were obtained from the South African Academy of Family Physicians and published research.
Results: A total of 1247 family medicine practitioners were registered with the HPCSA in 2019, including 969 specialist FPs and 278 medical practitioners on a discontinued register. Of the 969, 194 were new graduates and 775 from older programmes. The number of FPs increased from 0.04/10 000 population in 2009 to 0.16/10 000 in 2019, with only 29% in the public sector. On average, seven registrars entered each of nine training programmes per year and three graduated. New graduates and registrars reflect a growing diversity and more female FPs.The number of FPs differed significantly in terms of age, gender, provincial location and population groups. Conclusions: South Africa has an inadequate supply of FPs with substantial inequalities. Training programmes need to triple their output over the next 10 years. Human resources for health policy should substantially increase opportunities for training and employment of FPs.

Read more?

AIGT-Gespreksleiders gevraagd

Achtergrond

De NVTG (Nederlandse Vereniging voor Tropengeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg) is de wetenschappelijke vereniging, die de kwaliteit van de Arts International Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (AIGT) borgt. Zij zorgt voor de randvoorwaarden van de opleiding tot AIGT alsook de herregistratie elke 5 jaar. Onderdeel van de herregistratie is de evaluatie van het individueel functioneren (EIF) van de AIGT door ervaren gespreksleiders. Er zijn nu 3 gespreksleiders. Zie ook: https://nvtg.org/wat-we-doen/nascholing-herregistratie-aigt

Wie zoeken wij?

Artsen IGT die ervaring hebben met supervisie en/ of opleiden van aios en die tijd willen vrijmaken om een aantal maal per jaar een EIF herregistratie procedure te doen (± 5 uur incl. voorbereiding). U vindt het boeiend en interessant om deze gesprekken met een AIGT te voeren. Vereist is het volgen van de training tot gespreksleider, die gangbaar is voor huisartsen en specialisten.

Wat houdt de procedure in?

U bereidt het gesprek voor door de ontvangen evaluatieformulieren te scoren. U voert het gesprek met de aios en maakt hiervan een gespreksverslag. Uw tijdsbesteding is  circa 3-5 uur. Richtprijs van de kosten die bij de AIGT gedeclareerd worden: € 250,- . Meer uitgebreide informatie volgt als u geïnteresseerd bent in deze functie.

Reageren?

U kunt reageren door een mail te sturen naar de NVTG (info@nvtg.nl ) of naar de voorzitter van de Commissie: Pieter van den Hombergh (p.hombergh@gmail.com).

Medisch Contact: Keniaanse huisarts krijgt hulp bij gezondheidsvoorlichting

Diabetes, hiv, malaria, hoofdschimmel, en nu ook covid-19. Op het platteland van Kenia is de ziektelast hoog, maar is het peil van de eerstelijnszorg laag. Met hulp uit Nederland worden huisartsen opgeleid om de zorgtoegankelijkheid te verbeteren en een gezonde leefstijl te promoten.

Lees verder

De avonturen van Belia Klaassen in Tanzania en in de Congo

Toen ik twee weken geleden door de WHIG gevraagd werd iets voor de nieuwsbrief te schrijven, dacht ik: zouden ze daar nu echt op zitten tewachten in Nederland, van zo’n oude knar?

Na net genoten te hebben van de bijdragen van mijn jonge collega’s in Zuid Soedan en Bonaire in de WHIG nieuwsbrief van juni, besef je ookweer hoeveel levendiger en onverschrokken zij zo’n nieuwe situatie kunnen beschrijven, en beleef je ook die tijd weer van bijna 40 jaar terug. Er komen allerlei vragen bij me op. Wat is er veranderd in al die jaren dat je als tropenarts uitging … hoe doe je dat met je partner… wel of niet eersthuisartsopleiding ? En….is er echt wel wat veranderd behalve de naam AIGT…gaan er ook zaken beter of juist slechter?

Wat kan mijn bijdrage zijn na al die jaren ervaring als tropenarts en huisarts in Tanzania? Kan ik ze nog iets nieuws vertellen? En: Ik heb toch alles al meegemaakt? Nee dus, blijkt maar weer, want tijdens het schrijven van dit stukje in het vliegtuig van Amsterdam naar Dar es Salaam, ben ik al drie keer afgeleid. Een spoedgeval tijdens de vlucht, de tweede keer door mijn collega ex-Turiani ziekenhuis voorganger tropenarts Jos Dijkmans, die als net gepensioneerde huisarts nog steeds actief is en zijn oude plek aan het opzoeken is en een praatje kwam maken. En de derde keer door de purser die ons verhuisde naar de business class als dank voor de medische bijstand voor zijn collega. Nu zit ik samen met mijn dochter Josephine, die ook terugvliegt naar haar “thuisland”, waar ze een olifanten studie doet voor haar PhD, te genieten van een echt kopje koffie in een porseleinen kopje!

Samen met haar en mijn net genoemde collega bespraken we onze overwegingen: hoe lang ga je door als huisarts, is het nog verantwoord om te opereren als je handen beginnen te trillen, of als je beginnende artrose hebt in je vingers, wat is onze meerwaarde, zeker als je na een aantal jaren toch weer overweegt om terug te gaan en je nuttig te maken in een ruraal gebied op medisch terrein. Ik zal proberen een bijdrage te leveren door gewoon te proberen in grote lijnen mijn verhaal te vertellen van mijn levensloop sinds mijn eerste uitzending als Memisa arts naar Tanzania in 1988. Deze laatste vraag, hebben wij als oudjes met tropenervaring nog meerwaarde, hield mij al geruime tijd bezig. Eigenlijk was dit vooral aangewakkerd door de verschrikkingen in West Afrika door de grote ebola-uitbraak in 2014. In die tijd, en tot op de dag van vandaag, werkte ik samen met mijn echtgenoot Ype Smit in Dar es Salaam als huisarts in een kliniek verbonden aan de internationale school, waar we voornamelijk de rijkere Tanzanianen en ex-patriates en zogenaamde “residents” behandelen. Deze overgang naar de stad hadden we samen gemaakt nadat we er eerst 10 jaar als tropenarts in ruraal Tanzania (Morogoro Diocese, Turiani en Mikumi Hospital) op hadden zitten. Destijds besloten we na de tropenopleiding toch ook de huisartsen opleiding te volgen (de laatste eenjarige opleiding), wat het grote voordeel had dat we lang weg konden blijven uit Nederland en, voor mijn gevoel dan, echt iets op konden bouwen en veel lokale gezondheidswerkers hebben kunnen opleiden. 1997 werd een moeilijk jaar voor organisaties als Memisa, omdat de kraan voor medische uitzendingen in ontwikkelingslanden werd dichtgedraaid. Dat jaar viel “gelukkig” voor ons samen met onze beslissing om naar Dar es Salaam, de economische hoofdstad, te verhuizen, omdat onze dochters van toen 3 en 5 toe waren aan een meer internationale scholing en opvoeding. Tot dan toe vonden zij en wij als ouders het best dat hun leven bestond uit “altijd buiten spelen”, leren vegen op de missieschool en ugali (maispap) te eten met hun Tanzaniaanse vriendjes. Ook de vele trips naar het Mikumi wildpark om olifanten te verkennen en te benoemen (mijn hobby) staat hen nog bij en heeft onze oudste dochter geïnspireerd voor haar latere loopbaan.

Lees hier verder:

Als huisarts in opleiding werken in vluchtelingenkamp Moria

Door Lukas Nelissen

Ik heb het geluk gehad om het afgelopen jaar van de huisartsenopleiding door te mogen brengen in de praktijk van Steven van de Vijver. Naast vaste commentator van Nieuwsuur, een geëngageerde, innovatieve en avontuurlijke huisarts. Na drie maanden in de praktijk kwam tijdens een leergesprek de situatie op Lesbos ter sprake. Steven had in 2019 enkele weken doorgebracht op Lesbos als lid van het team van Stichting Bootvluchteling, dat medische zorg verleent in kamp Moria.  Hij was erg enthousiast over hun werkzaamheden en vertelde hoe ernstig de situatie was, maar ook hoe bijzonder en waardevol het was om daar te kunnen werken. Toen ik aangaf dit ook te ambiëren, was het plan geboren. Zo kwam het dat mijn opleider en ik niet veel later, in maart 2020, samen naar Lesbos vlogen om te werken in vluchtelingenkamp Moria.

Wellicht ten overvloede na alle media-aandacht van de laatste maanden, maar Moria werd in 2015, aan het begin van de vluchtelingencrisis, gebouwd door de Griekse regering. Het kamp werd ingericht om drieduizend mensen tijdelijk onderdak te bieden, voordat zij door zouden reizen naar andere Europese opvangcentra. Dit liep anders dan verwacht. De mensen die werden opgevangen in Moria moesten vaak maanden, zo niet jaren wachten voordat hun asielaanvragen verwerkt werden. Vanwege deze vertraging én de grotere toestroom dan voorheen ingeschat, bleef het inwoneraantal van Moria groeien. Rondom het kamp had zich zodoende in de loop der jaren een tweede ring gevormd van duizenden tenten, hutjes en geïmproviseerde slaapplekken. Deze toevoeging werd veelzeggend ‘The Jungle’ genoemd, vanwege de afwezigheid van beveiliging, elektriciteit of sanitaire voorzieningen. In maart 2020 werd het aantal vluchtelingen in het kamp geschat op 22.000. 

Stichting Bootvluchteling huurde twee grote huizen in Mytilini, de hoofdstad van Lesbos, waar alle vrijwilligers sliepen. Een gevarieerd gezelschap bestaande uit SEH-artsen, huisartsen, HAIO’s, neurologen en chirurgen. De werkdagen begonnen om 08:00 uur in de haven van Mytilini, waar wij werden opgehaald in een oude rode stadsbus die door de Griekse zon roze was gekleurd. De bus reed door het oude stadscentrum de omliggende olijfboomgaarden in over smalle bergwegen. Na ongeveer tien minuten met een prachtig uitzicht, kwam de bus aan bij het kamp. Een hek van 3 meter, met bovenop prikkeldraad en een toegangspoort die werd beveiligd door de lokale politie. Het was er druk en verrassend gemoedelijk. Mensen liepen het kamp in en uit, hingen wat rond, maakten een praatje of gingen naar de stad om boodschappen te doen. 

Niet ver van de hoofdingang bevond zich de medische post. De medische post bestond uit een kunststof keet met daarin een apotheek en 4 kleine spreekkamers. Buiten was de wachtkamer. Deze had een vloer van grind en werd verwarmd door elektrische heaters. Onder het afdak waren extra spreekkamers ingericht die bestonden uit twee houten bankjes die tegenover geplaatst waren. Deze spreekkamers waren van elkaar gescheiden met kamerschermen. De medische post werd gerund door twee mannen die zelf in het kamp verbleven. Zij werden bijgestaan door een grote groep tolken, die ook in het kamp woonden. Tijdens de ochtendoverdracht werd iedere arts gekoppeld aan een tolk die behalve Engels ook Afghaans, Farsi, Urdu of Arabisch sprak. Zo werd ik, eerstejaars HAIO met matige LHK-toets resultaten, gekoppeld aan een Syrische internist. Samen zagen wij patiënten met uiteenlopende klachten, variërend van onbehandelde scabiës tot slecht gereguleerde diabetes. De middelen die tot onze beschikking stonden waren beperkt. Er was een uitgebreide apotheek. Daarnaast bestond de mogelijkheid om bloed te laten prikken of een foto te laten maken in het lokale ziekenhuis. Voor noodgevallen kon een ambulance gebeld worden. Gelukkig was dit tijdens onze periode niet nodig. Hoewel je veel van onze patiënten een uitgebreid consult in het AMC gunde, konden wij met deze beperkte middelen onze patiënten beter helpen dan ik in eerste instantie had verwacht.

Het was indrukwekkend om de verhalen te horen van de patiënten die je zag. Het meest bijzonder was de samenwerking met de tolken. Gedurende de dag waren dit je directe collega’s. En met hen, zoals collega’s onderling doen, werden ook niet-medische zaken uitgebreid besproken. Zij vertelden over hun oude leven, de redenen om naar Europa te vluchten of het dagelijks leven in het kamp. Hun situatie was natuurlijk vaak schrijnend en de reis die zij hadden afgelegd vaak traumatisch, maar desondanks was er genoeg ruimte voor  minder beladen onderwerpen. We spraken uitgebreid over voetbal, films of de laatste roddels in Moria, waar zich geheel organisch een markt en een dorpsplein hadden gevormd waar jongeren elkaar konden ontmoeten. 

Enkele dagen nadat wij terug vlogen sloot Griekenland haar luchtruim en startte in Nederland de lockdown. Sindsdien is de situatie op Moria verder verslechterd. De Griekse inwoners van Lesbos hebben zich uitgesproken tegen de vluchtelingen; covid-19 heeft het kamp bereikt en enkele weken geleden is een groot deel van het kamp afgebrand. Het is pijnlijk om te bedenken dat onze collega’s van destijds zich daar waarschijnlijk nog steeds bevinden en hun kansen om weg te komen uit Moria, verder weg zijn dan ooit. Desondanks ben ik blij dat ik hier heb mogen werken. Wij hebben hun levens niet structureel kunnen verbeteren of hun (somatische) klachten kunnen genezen; maar hopelijk hebben we wel een signaal afgegeven dat er binnen Europa ook mensen zijn die zich om hun lot bekommeren.