Categoriearchief: Nieuws

#SOSMoria: ‘De hoop op verbetering in vluchtelingenkampen is de kop ingedrukt’

Bron: Medisch Contact 29 april 2021

Een jaar geleden kregen gynaecoloog Sanne van der Kooij
en huisarts Steven van de Vijver veel bijval met hun oproep #SOSMoria over de inhumane situatie in het vluchtelingenkamp op Lesbos. Maar: ‘Tot nu toe zijn er welgeteld twee kinderen naar Nederland gehaald.’

Lees hier het volledige artikel

WHIG Webinar 19 mei “Hemoglobinopathieën bij de huisarts: bloedserieus?!”

met Associate Professoren Isa Houwink & Kees Harteveld (LUMC) en voorzitter van patiëntenvereniging Oscar, Elmas Citak

Beste collega,

Na een succesvolle eerste WHIG webinar op 10-3-2021 is het op 19-5-2021 tijd voor de volgende! Van 20.00u -21:30u zullen Isa Houwink en Kees Harteveld, beiden associate professor aan het LUMC, een interactief webinar geven met als onderwerp: 

Hemoglobinopathieen bij de huisarts: bloedserieus?!”

Door het stijgen van de migrantenpopulatie in Nederland en met name in de grote steden, komt de huisarts steeds vaker met hemoglobinopathieën in aanraking.
Bij patiënten met hemoglobinopathieën, die bijvoorbeeld lijden aan sikkelcelziekte, HbH-ziekte of alfa/bèta-thalassemie, is er door een afwijkend hemoglobine sprake van anemie, waarbij de klachten kunnen variëren van mild tot zeer ernstig. Hoewel dragers van hemoglobinopathieën zelf geen klachten hoeven te ervaren, lopen zij risico om een ernstig ziek kind te krijgen. Het is daarom belangrijk om ook dragers van hemoglobinopathieën tijdig op te sporen en hun de mogelijkheid tot preconceptionele diagnostiek te bieden.

Om patiënten/dragers te leren herkennen en door te verwijzen (voor diagnostiek), doen huisartsen in deze praktijkgerichte en interactieve nascholing kennis op over hemoglobinopathieën en oefenen zij met casuïstiek. Daarbij worden ook bijbehorende ethische dilemma’s en psychosociale aspecten besproken.

De sprekers:
Isa Houwink werkt momenteel als associate professor (Genetica in de eerste lijn) bij het Leids Universitair Medisch Centrum en als huisarts in Kerkrade. Ook is ze als hoofddocent (farmaco) genetica werkzaam bij Huisartsopleiding Nederland.
Kees Harteveld is werkzaam als associate professor (Laboratorium voor Diagnostische Genoom Analyse) bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij doet hier onderzoek en diagnostiek naar hemoglobinopathieën (thalassemie en sikkelcelanemie), hoofdverantwoordelijke voor het Hb-pathie referentie lab. Tevens geeft hij onderwijs aan studierichting geneeskunde en biomedische wetenschappen UL, onderzoek, innovatie en diagnostiek t.b.v. Hb-pathieën.
Elmas Citak is voorzitter van OSCAR, de patiëntenorganisatie voor dragers en patiënten met sikkelcelziekte en thalassemie.
Accreditatie is aangevraagd.

De kosten voor dit webinar bedragen 15 euro.

Om u in te schrijven klik hier!  

We hopen jullie online te zien op 19 mei!
Groeten namens de WHIG symposiumcommissie,

Maarten Borg, Sylvia Mennink, Eline Dekker

MANIFEST VOOR MEER MEDEMENSELIJKHEID

door Steven van de Vijver

Wij – artsen – hebben een eed afgelegd, waarin we beloven medische zorg te verlenen aan ieder individu. Mensen in medische nood kunnen rekenen op onze inzet; wat je ook gelooft, wie je ook liefhebt, waar je ook vandaan komt, welke kleur je huid ook heeft. Dat wij machteloos moeten toezien hoe mensen in vluchtelingenkampen in ons rijke Europa aan hun lot worden overgelaten, is in het licht van diezelfde eed onverteerbaar. We weten dat er elke dag mensen in extreme omstandigheden fysiek en mentaal beschadigd worden door onze bewuste verwaarlozing. 

Wij geloven dat veruit de meeste Nederlanders – net als wij – vinden dat dit onacceptabel is. Wij geloven dat ons land tot meer barmhartigheid en medemenselijkheid in staat is dan de Haagse debatten en besluitvorming doen vermoeden. Maar wij zien ook dat veel Nederlanders zelf grote zorgen hebben. Over woonruimte. Over schulden. Over inkomen. Hoe rijk ons land ook is, een grote groep mensen merkt er te weinig van. En zo lukt het kwaadwillenden om al die verschillende mensen tegen elkaar op te zetten. De ene mens in nood tegen de andere. Kwetsbaren pakken tijdens deze Corona-crisis ‘onze’ vrijheid af. Vluchtelingen pakken onze huizen af. Bijstandsgerechtigden ons geld. Wij geloven dat we beter zijn dan dat. Wij geloven dat de toeslagenaffaire, het groeiend aantal daklozen, het leed in de jeugdzorg en de GGZ en het wegkijken van de medemens op de vlucht allemaal uitwassen zijn van hetzelfde, kille beleid. En wij geloven dat we met die kilheid moeten afrekenen, niet met elkaar.

In maart vorig jaar deden wij een noodoproep: SOSMoria, maak een einde aan de humanitaire ramp op de Griiekse eilanden. Het kabinet gaf geen gehoor. We vroegen samen met heel veel andere Nederlanders dan tenminste vijfhonderd alleenreizende minderjarigen op te nemen. Het kabinet zei nee. Na een verwoestende brand in vluchtelingenkamp Moria mochten honderd kwetsbaren komen  – die werden overigens afgetrokken van een ander ‘vluchtelingenquotum’ – onder wie 50 kinderen. Slechts twee van die kinderen zijn vijf maanden later in Nederland.“Rot op naar je eigen land.” “Omvolking.” “Linkse hobby.” “Tuig.” “Normaal doen”. De taal die alle dagen resoneert, vervreemdt ons van elkaar. We denken misschien dat die woorden alleen ‘de ander’ treffen. Maar maken we onszelf niet minder mens, door ‘de ander’ minder mens te maken?

We staan aan de vooravond van de verkiezingen. Een moment waarop we de mogelijkheid hebben om een andere richting in te slaan. Een moment waarop wij onze politici – of je nu PvdA, D66, CDA of VVD stemt – kunnen herinneren aan wie wij als samenleving willen zijn. Een moment om luidruchtig reclame te maken voor medemenselijkheid. Zorgen voor elkaar… Dat is in ons land toch geen links-rechts-discussie? Laten we elkaar beloven dat compassie, medemenselijkheid en zorg dragen voor elkaar, onze gedeelde basiswaarden zijn. En laten we onze politici oproepen die belofte met ons te doen.

#IkBeloof #SaveOurSouls
#SOSMoria

Uit de praktijk

Door: Simone Jaarsma

Tijdens een presentatie over forensische geneeskunde voor huisartsen in opleiding in Maastricht werd een casus gepresenteerd over een negroïde man van 31 jaar oud uit Burkina Faso (op basis van een artikel uit J Forensic Leg Med, accepted August 2012: Dying in the arms of Dutch governmental authorities).

Voor aankomst in Nederland had een Franse oogarts bij de Burkinees een parasitaire infectie  aan het linkeroog gediagnosticeerd waarvoor verder geen therapie was ingesteld. Verder had hij een blanco voorgeschiedenis. De man verbleef in een asielzoekerscentrum en zijn asielaanvraag was recent afgewezen.  Hij vroeg medische hulp in verband met algemene malaise, apathie, verminderde eetlust, hoofdpijn en incontinentie sinds een paar dagen. Deze klachten werden door de medische dienst geduid als psychosomatisch om uitwijzing te voorkomen en een consult door een arts vond niet plaats.  

De klachten waren echter progressief en toen patiënt verwezen werd was hij al comateus en is hij snel daarna overleden. Uit de sectie bleek uit histologie van de organen geen afwijkingen en evenmin bij de infectieuze en toxicologische analyse.  Neuropathologisch werden er in het brein multiple necrose haarden  met holtevorming gevonden ten gevolge van een toxoplasmose infectie en was de doodsoorzaak een cerebrale toxoplasmose infectie. 

Dit levert stof op voor een interessante discussie: in hoeverre was er nalatigheid? Was er voldoende kennis en inzicht bij de dokters in het AZC in mogelijk minder voor de hand liggende (uitingen van) pathologie? Verschillende AIOS uit deze groep spraken in ieder geval hun behoefte uit, met het oog op toenemende globalisering en migratie, naar meer aandacht voor niet-westerse ziektebeelden in het curriculum van de huisartsenopleiding. We voegen eraan toe dat het stimuleren van alertheid op de mogelijkheid voor een andere presentatie bij mensen die recent in Nederland zijn aangekomen, of die van origine een niet-Nederlandse achtergrond hebben, hier zeker bij hoort.

Van de RIVM website: 

Toxoplasma  is een wereldwijd verspreide parasiet. Er zijn echter grote lokale verschillen in het voorkomen van de parasiet zowel bij mens als dier. In Nederland heeft ongeveer 40 procent van de bevolking antilichamen tegen Toxoplasma in het bloed. Dat wil zeggen dat iemand eens in zijn leven met de parasiet in aanraking is geweest. De meeste mensen hebben dat niet gemerkt.

Het is niet goed bekend welk deel van de mensen besmet is geraakt door het eten van besmet vlees en welk deel van de mensen besmet is geraakt met de oöcysten van de kat (dit kan gebeuren via besmette aarde, maar óók via de voeding). Het is zeker niet zo dat alle mensen met een kat in huis antilichamen in hun bloed hebben.

Wel bekend is de leeftijdsopbouw van de besmettingen, dus het moment waarop mensen voor de eerste keer geïnfecteerd raken. De meeste mensen lopen hun eerste besmetting op wanneer zij tussen de 25 en de 44 jaar oud zijn. Dit betekent dat vrouwen die zwanger worden vaak nog niet besmet zijn geweest en dus groot risico lopen op besmetting tijdens de zwangerschap met alle nadelige gevolgen voor het ongeboren kind.

South African Academy of Family Physicians: Family physicians strengthen district health services

Executive summary

South Africa has an urgent need to improve the quality of district health services. Following the creation of the new speciality of family medicine in 2007, the introduction of family physicians to the district health services was an important intervention. A body of research now exists on the initial impact of family physicians on the district health services.

Family physicians have had an
impact through their six roles: clinicians, consultants, capacity builders, leaders
of clinical governance, supporters of community-orientated primary care and clinical trainers. Their impact in these roles is seen as substantial, significantly greater than medical officers and similar in both district hospitals and primary care as well

as rural and metropolitan areas. They have improved access to and the comprehensiveness of care at the community level. They have also had an impact on clinical processes for chronic diseases, maternal and child health as well as emergency care. Their impact on district and national health indicators is not yet visible due to the small numbers currently available (0.03 per 10,000 population in public sector).

The health services need to employ family physicians at district hospitals and community health centres or sub-districts. The supply
of family physicians needs to be increased by doubling the number of registrar posts from an average of 5 per year per training programme to 10 per year per training programme.

Read more?

Health Service Research:

A human resources for health analysis ofregistered family medicine specialists in South Africa: 2002–19 Ritika Tiwaria, Robert Mashb,*, , Innocent Karangwac and Usuf Chiktea

Background: In South Africa, there is a need to clarify the human resources for health policy on family physicians (FPs) and to ensure that the educational and health systems are well aligned in terms of the production and employment of FPs.
Objective: To analyse the human resource situation with regard to family medicine in South Africa and evaluate the requirements for the future.

Methods: A retrospective review of the Health Professions Council of South Africa’s (HPCSA) database on registered family medicine practitioners from 2002 until 2019. Additional data were obtained from the South African Academy of Family Physicians and published research.
Results: A total of 1247 family medicine practitioners were registered with the HPCSA in 2019, including 969 specialist FPs and 278 medical practitioners on a discontinued register. Of the 969, 194 were new graduates and 775 from older programmes. The number of FPs increased from 0.04/10 000 population in 2009 to 0.16/10 000 in 2019, with only 29% in the public sector. On average, seven registrars entered each of nine training programmes per year and three graduated. New graduates and registrars reflect a growing diversity and more female FPs.The number of FPs differed significantly in terms of age, gender, provincial location and population groups. Conclusions: South Africa has an inadequate supply of FPs with substantial inequalities. Training programmes need to triple their output over the next 10 years. Human resources for health policy should substantially increase opportunities for training and employment of FPs.

Read more?

Current status of FM in Kenya

This is a recent paper on FM in Kenya. It also shows the impact of what has been achieved. 3 WHIG-members are coauthors.

Family physicians have different ideas of how FM should look like ideally, but all agree that family physicians should be team leaders of a primary healthcare team, taking care of a defined population.
64% of the participants work in rural areas and 77% perceive their current work as FM. Read the paper