Global Migration & Health voor de eerste lijn in Nederland

Interview met Prof. dr. Charles Agyemang, Hoogleraar Migration, Ethnicity and Health from a global perspective (Amsterdam UMC-UvA).

Professor Agyemang Charles is sinds 2018 hoogleraar Migration, Ethnicity and Health aan de faculteit geneeskunde, tevens is hij hoofdonderzoeker aan het Amsterdam UMC-UVA. Hij behaalde zijn doctoraat aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, en zijn master aan de Edinburgh University Medical School. Zijn onderzoek is vooral gericht op epidemiologie en preventie van hart- en vaatziekten en risicofactoren t.a.v. non-communicable diseases onder etnische minderheden en migrantenpopulaties in landen met een hoog inkomen en in populaties in lage- en middeninkomenslanden (LMIC).

De afgelopen jaren werkte hij als projectleider aan het RODAM-project (Research on Obesity and Diabetes among African Migrants) – een door de Europese Commissie gefinancierd project over gen-en omgevingsinteractie op obesitas en diabetes onder Afrikaanse migranten. Hierin wordt de gezondheid van Ghanezen in Nederland vergeleken met die van Ghanezen in Duitsland, Engeland en het thuisland Ghana om de oorzaken te achterhalen van overgewicht en diabetes onder Afrikaanse migranten.

In Afrika doet de professor onderzoek naar de gevolgen van de grote trek van het platteland naar de stad voor de gezondheid van de bevolking in West-Afrikaanse landen, met als doel de centrale en lokale overheid te adviseren over gezondheidsrisico’s en verbeterprogramma’s. In Afrika komen ‘westerse’ welvaartsziekten zoals diabetes en hypertensie steeds vaker voor, mede doordat het aanbod van fastfood snel toeneemt. 1

Toch blijkt uit zijn onderzoek in Nederland dat er in Europa meer overgewicht, diabetes en hypertensie is onder bijv. Ghanezen dan in het land van herkomst. Een mogelijkheid is dat mensen denken dat ze traditioneel eten maar dat de ingrediënten buiten het land van afkomst toch een andere samenstelling kunnen hebben, en dus een andere voedingswaarde. Marokkanen hebben van origine minder risico op hart- en vaatziekten en hypertensie. Prof. Agyemang vertelt dat ook dit nadelig aan het veranderen is met de aanpassingen aan het leven in Nederland.

Een andere factor is dat bepaalde ingrediënten in het thuisland soms relatief schaars zijn waardoor mensen er zuinig mee zijn. In Nederland is er geen schaarste en gebruiken mensen bijv. olie in ruimere mate met een hogere calorie intake tot gevolg en een hoger risico op o.a. overgewicht. Ook mobiliteit is anders in Nederland dan in de meeste landen in Afrika. Waar in veel landen in Afrika veel activiteiten te voet worden gedaan gaan mensen in Amsterdam over het algemeen met de metro of de auto. Dit draagt allemaal bij aan andere gezondheidsrisico’s op de lange termijn. 

Veel richtlijnen die in de spreekkamer gebruikt worden gaan over mensen met een Europese afkomst, vertelt Agyemang. De ervaringen in het project leren dat bijv. de boodschap over risico’s op hart- en vaatziekten veel beter aankomt als mensen weten dat de adviezen gebaseerd zijn op gegevens van mensen met dezelfde afkomst. “ Then the message hits home”, zegt hij. 

Een mooi voorbeeld hiervan is het HIPs-project waar Prof. Agyemang ook bij betrokken is. Hierbij werden de verschillende migrantengemeenschappen in Amsterdam gevraagd mensen voor te stellen die ze vertrouwen. Deze mensen werden getraind om Afrikaanse migrantenorganisaties te adviseren over een gezonde leefstijl en om zo’n breed mogelijk bereik te hebben. 2

Volgens hem komt hier ook een belangrijke component in de gezondheidszorg voor mensen met een andere culturele achtergrond naar voren: vertrouwen. Mensen die migreren, voelen zich vaak kwetsbaar in het nieuwe systeem. Ze willen graag een mogelijkheid om goed te communiceren met mensen. Daarnaast willen ze zich beschermd en gerespecteerd voelen. Hierbij hebben ze behoefte aan mensen die ze volledig kunnen vertrouwen, ook of misschien juist in de gezondheidszorg. 

De mensen hebben vaak bewondering voor de hoge kwaliteit van zorg die er in Nederland bestaat. In een groot deel van de wereld is de dokter een machtig mens en niet makkelijk benaderbaar. De relatieve toegankelijkheid en weinig hiërarchische verhoudingen in Nederland zijn ze niet gewend. Toch bevordert dit het vertrouwen in de dokter niet direct. Als ze in Nederland naar de huisarts gaan hebben ze het idee dat de dokter weinig tijd heeft. Bijv. in Ghana gaan mensen naar de dokter en als ze gaan zitten hebben ze het idee dat de dokter het gaat oplossen, ongeacht de tijd. In Nederland wordt er verwacht dat mensen meer voorbereid zijn als ze naar de huisarts gaan omdat ze weten dat ze maar 10 minuten hebben. De respectvolle Ghanese patiënt zal over het algemeen niet snel meer tijd vragen of met de dokter in discussie zal gaan. Het helpt om hier aandacht voor te hebben.

Ook het ondersteunend personeel speelt een belangrijke rol volgens de professor. Als het team van de huisarts een afspiegeling is van de gemeenschap waarin de praktijk zich bevindt, voelen mensen zich meer op hun gemak en helpt dat in het vertrouwen in de zorg. Een moeizame communicatie met de assistent/triagist helpt hierbij juist niet. Met het oog op een steeds multi-etnischer wordend Nederland, pleit Prof. Agyemang dan ook voor meer aandacht voor cultuursensitiviteit in de opleiding van niet alleen de huisartsen en specialisten maar ook van de doktersassistenten en ander ondersteunend personeel in de huisartsenpraktijk en in het ziekenhuis. Verder geeft hij aan dat het zinvol is migranten goed te informeren over hoe het Nederlandse zorgsysteem werkt en uitleg te geven over het belang van effectief communiceren gezien de beperkte tijd van de arts. Tenslotte benadrukt hij nogmaals het belang van goed communiceren en zo nodig een tolkentelefoon te gebruiken.

Als we het over de Corona pandemie hebben vertelt de professor dat mensen vaak gemengde informatie krijgen: uit het thuisland en uit Nederland. Dat is verwarrend. Als ze dan de huisarts bellen krijgen ze vaak te horen dat ze thuis moeten blijven bij klachten en wordt er niet altijd doorgevraagd of meer informatie gegeven. Het advies over thuis blijven is gebaseerd op de veronderstelling dat dit niet moeilijk is. De woonsituatie van veel migranten is echter vaak niet te vergelijken met de woonsituatie van een ´standaard´ Nederlands gezin . De mensen vragen zich dan nog al eens af waarom ze dan de huisarts bellen. 

Het heeft te maken met  vertrouwen, wat al eerder ter sprake kwam. Mensen willen vaak niet dat andere mensen weten dat ze Corona hebben. In  sommige migrantenpopulaties heerst een stigma op het hebben van een Covid-19 infectie. Nederlandse hulpverleners weten doorgaans niet dat een migrantenhuishouden vaak niet het ‘nucleaire gezin’ is met alleen ouders en kinderen zoals we het vaak in Nederland zien. Vaak wonen mensen uit meerdere families bij elkaar, of huurt er iemand een kamer. Deze mensen gebruiken allemaal dezelfde keuken en badkamer. Er is vaak weinig privacy. De problemen die Corona kunnen veroorzaken o.a. in de huisvesting m.b.t. zelf-isolatie en zelfzorg, zijn een drempel om zich te laten testen. De huisarts kan een veilige gesprekspartner zijn zodat mensen goed advies kunnen krijgen. Mensen moeten dus weten dat het goed is dat ze bellen, en ook de assistenten in de praktijk zijn belangrijk in de bevestiging dat de patiënten erop kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig met hun vragen omgegaan wordt.

Tenslotte vragen we de professor naar hoe hij kijkt naar de rol van de eerste lijn in de  toekomst van migrantenzorg en global health. Volgens hem is een voordeel van goede eerstelijnsgezondheidszorg dichtbij  dat ook minder ernstige aandoeningen eerder behandeld kunnen worden omdat mensen niet kilometers hoeven te reizen om hulp te krijgen zoals nu vaak het geval is in LMIC. Belangrijk hierbij is wel dat het land zelf ‘ownership’ voelt om de eerste lijn goed op poten te zetten.

In Nederland is het naar zijn  mening vooral belangrijk dat met de veranderende demografie van Nederland (Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond stijgt volgens de Kernprognose van het CBS naar 35 procent in 20603) er in de training van (alle) gezondheidswerkers meer aandacht is voor effectieve communicatie, voor kennis van culturele verschillen in gezondheid alsmede het bewust zijn van cultuurgerelateerde verschillen in gedrag. Niet alleen in het opleiden van nieuwe mensen is het belangrijk om deze onderwerpen op te nemen, ook de reeds getrainde mensen (artsen en ondersteuners) in de huisartsenpraktijk zouden ondersteund moeten worden in het kunnen blijven zorgen voor de multi-etnische populatie. “How do you bridge the gap?” De vraag die we ons volgens de professor kunnen stellen is “hoe helpen we elkaar de zorg te leveren die we willen leveren”. Iemand’s culturele identiteit is niet statisch maar verandert in de loop van de tijd. Hoe volg je de veranderingen zodat je kan zorgen dat de zorg aansluit bij wat iemand nodig heeft? Wat hem betreft is onderzoek in de eerste lijn hier ook een belangrijke pijler om de daarin vergaarde informatie te gebruiken om de zorg in de toekomst te voeden. 

We beëindigen dit inspirerende gesprek met het uitwisselen van ideeën over het thema van onze vorige nieuwsbrief ‘twin promotietrajecten voor aiotho’s uit Nederland en van o.a. het Afrikaans continent’  en de hoop dat dit in de toekomst vaker gerealiseerd kan worden. 

  1. AMC Actueel 19-12-2018 https://www.amc.nl/web/nieuws-en-verhalen/actueel/actueel/charles-agyemang-hoogleraar-migration-and-health-.htm
  2. ibid 1
  3. CBS Kernprognose 2019-2060: 19 miljoen inwoners in 2039