WHIG Webinar 10 maart “TB or not TB?” – met Prof. dr. Martin Boeree

Beste collega,

Wat hadden we graag een live symposium georganiseerd dit voorjaar maar net als vorig jaar gooit de corona-pandemie nog roet in het eten. Maar we hebben een alternatief bedacht.
Op woensdag 10 maart 2021 willen we jullie een leerzame en interactieve avond bezorgen middels het eerste WHIG webinar: “TB or not TB – that is the question”
Tussen 20:00-21:30 zal Martin Boeree, longarts uit het Radboud UMC jullie langs allerlei interessante aspecten van tuberculose leiden. In het filmpje hierboven stelt hij zich kort voor.

Na het opfrissen van de basiskennis en epidemiologie van TB gaan we het hebben over ‘oude ziekten, nieuwe pillen’ want waar moet je op letten bij de patiënt die bijv. biologicals gebruikt en in het verleden TB heeft doorgemaakt?

En voor degenen die reisadvies geven gaan we ook in op de BCG vaccinatie. We sluiten af met een casuïstiek quiz over de verschillende manifestaties van TB in Nederland.
Accreditatie is aangevraagd. Deelname is gratis.
Om je in te schrijven voor deze avond klik hier

We hopen jullie online te zien op 10 maart!
Groeten namens de WHIG symposiumcommissie,

Maarten Borg, Sylvia Mennink, Eline Dekker

Moderator van deze avond is WHIG-lid & Huisarts Leon van Groenendael 

Programma:

20:00-20:05 Opening 
20:05-20:20 Introductie TB voor huisartsen 
20:20-20:25 Vragen/discussie
20:25-20:40 “Oude ziekten, nieuwe pillen”
20:40-20:45 Vragen/discussie
20:45-20:50 pauze
20:50-21:05 BCG vaccinatie & preventie voor reizende patiënt
21:05-21:10 Vragen/discussie
21:10-21:30 Casuïstiek verschillende manifestaties TB 

Global Migration & Health voor de eerste lijn in Nederland

Interview met Prof. dr. Charles Agyemang, Hoogleraar Migration, Ethnicity and Health from a global perspective (Amsterdam UMC-UvA).

Professor Agyemang Charles is sinds 2018 hoogleraar Migration, Ethnicity and Health aan de faculteit geneeskunde, tevens is hij hoofdonderzoeker aan het Amsterdam UMC-UVA. Hij behaalde zijn doctoraat aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, en zijn master aan de Edinburgh University Medical School. Zijn onderzoek is vooral gericht op epidemiologie en preventie van hart- en vaatziekten en risicofactoren t.a.v. non-communicable diseases onder etnische minderheden en migrantenpopulaties in landen met een hoog inkomen en in populaties in lage- en middeninkomenslanden (LMIC).

De afgelopen jaren werkte hij als projectleider aan het RODAM-project (Research on Obesity and Diabetes among African Migrants) – een door de Europese Commissie gefinancierd project over gen-en omgevingsinteractie op obesitas en diabetes onder Afrikaanse migranten. Hierin wordt de gezondheid van Ghanezen in Nederland vergeleken met die van Ghanezen in Duitsland, Engeland en het thuisland Ghana om de oorzaken te achterhalen van overgewicht en diabetes onder Afrikaanse migranten.

In Afrika doet de professor onderzoek naar de gevolgen van de grote trek van het platteland naar de stad voor de gezondheid van de bevolking in West-Afrikaanse landen, met als doel de centrale en lokale overheid te adviseren over gezondheidsrisico’s en verbeterprogramma’s. In Afrika komen ‘westerse’ welvaartsziekten zoals diabetes en hypertensie steeds vaker voor, mede doordat het aanbod van fastfood snel toeneemt. 1

Toch blijkt uit zijn onderzoek in Nederland dat er in Europa meer overgewicht, diabetes en hypertensie is onder bijv. Ghanezen dan in het land van herkomst. Een mogelijkheid is dat mensen denken dat ze traditioneel eten maar dat de ingrediënten buiten het land van afkomst toch een andere samenstelling kunnen hebben, en dus een andere voedingswaarde. Marokkanen hebben van origine minder risico op hart- en vaatziekten en hypertensie. Prof. Agyemang vertelt dat ook dit nadelig aan het veranderen is met de aanpassingen aan het leven in Nederland.

Een andere factor is dat bepaalde ingrediënten in het thuisland soms relatief schaars zijn waardoor mensen er zuinig mee zijn. In Nederland is er geen schaarste en gebruiken mensen bijv. olie in ruimere mate met een hogere calorie intake tot gevolg en een hoger risico op o.a. overgewicht. Ook mobiliteit is anders in Nederland dan in de meeste landen in Afrika. Waar in veel landen in Afrika veel activiteiten te voet worden gedaan gaan mensen in Amsterdam over het algemeen met de metro of de auto. Dit draagt allemaal bij aan andere gezondheidsrisico’s op de lange termijn. 

Veel richtlijnen die in de spreekkamer gebruikt worden gaan over mensen met een Europese afkomst, vertelt Agyemang. De ervaringen in het project leren dat bijv. de boodschap over risico’s op hart- en vaatziekten veel beter aankomt als mensen weten dat de adviezen gebaseerd zijn op gegevens van mensen met dezelfde afkomst. “ Then the message hits home”, zegt hij. 

Een mooi voorbeeld hiervan is het HIPs-project waar Prof. Agyemang ook bij betrokken is. Hierbij werden de verschillende migrantengemeenschappen in Amsterdam gevraagd mensen voor te stellen die ze vertrouwen. Deze mensen werden getraind om Afrikaanse migrantenorganisaties te adviseren over een gezonde leefstijl en om zo’n breed mogelijk bereik te hebben. 2

Volgens hem komt hier ook een belangrijke component in de gezondheidszorg voor mensen met een andere culturele achtergrond naar voren: vertrouwen. Mensen die migreren, voelen zich vaak kwetsbaar in het nieuwe systeem. Ze willen graag een mogelijkheid om goed te communiceren met mensen. Daarnaast willen ze zich beschermd en gerespecteerd voelen. Hierbij hebben ze behoefte aan mensen die ze volledig kunnen vertrouwen, ook of misschien juist in de gezondheidszorg. 

De mensen hebben vaak bewondering voor de hoge kwaliteit van zorg die er in Nederland bestaat. In een groot deel van de wereld is de dokter een machtig mens en niet makkelijk benaderbaar. De relatieve toegankelijkheid en weinig hiërarchische verhoudingen in Nederland zijn ze niet gewend. Toch bevordert dit het vertrouwen in de dokter niet direct. Als ze in Nederland naar de huisarts gaan hebben ze het idee dat de dokter weinig tijd heeft. Bijv. in Ghana gaan mensen naar de dokter en als ze gaan zitten hebben ze het idee dat de dokter het gaat oplossen, ongeacht de tijd. In Nederland wordt er verwacht dat mensen meer voorbereid zijn als ze naar de huisarts gaan omdat ze weten dat ze maar 10 minuten hebben. De respectvolle Ghanese patiënt zal over het algemeen niet snel meer tijd vragen of met de dokter in discussie zal gaan. Het helpt om hier aandacht voor te hebben.

Ook het ondersteunend personeel speelt een belangrijke rol volgens de professor. Als het team van de huisarts een afspiegeling is van de gemeenschap waarin de praktijk zich bevindt, voelen mensen zich meer op hun gemak en helpt dat in het vertrouwen in de zorg. Een moeizame communicatie met de assistent/triagist helpt hierbij juist niet. Met het oog op een steeds multi-etnischer wordend Nederland, pleit Prof. Agyemang dan ook voor meer aandacht voor cultuursensitiviteit in de opleiding van niet alleen de huisartsen en specialisten maar ook van de doktersassistenten en ander ondersteunend personeel in de huisartsenpraktijk en in het ziekenhuis. Verder geeft hij aan dat het zinvol is migranten goed te informeren over hoe het Nederlandse zorgsysteem werkt en uitleg te geven over het belang van effectief communiceren gezien de beperkte tijd van de arts. Tenslotte benadrukt hij nogmaals het belang van goed communiceren en zo nodig een tolkentelefoon te gebruiken.

Als we het over de Corona pandemie hebben vertelt de professor dat mensen vaak gemengde informatie krijgen: uit het thuisland en uit Nederland. Dat is verwarrend. Als ze dan de huisarts bellen krijgen ze vaak te horen dat ze thuis moeten blijven bij klachten en wordt er niet altijd doorgevraagd of meer informatie gegeven. Het advies over thuis blijven is gebaseerd op de veronderstelling dat dit niet moeilijk is. De woonsituatie van veel migranten is echter vaak niet te vergelijken met de woonsituatie van een ´standaard´ Nederlands gezin . De mensen vragen zich dan nog al eens af waarom ze dan de huisarts bellen. 

Het heeft te maken met  vertrouwen, wat al eerder ter sprake kwam. Mensen willen vaak niet dat andere mensen weten dat ze Corona hebben. In  sommige migrantenpopulaties heerst een stigma op het hebben van een Covid-19 infectie. Nederlandse hulpverleners weten doorgaans niet dat een migrantenhuishouden vaak niet het ‘nucleaire gezin’ is met alleen ouders en kinderen zoals we het vaak in Nederland zien. Vaak wonen mensen uit meerdere families bij elkaar, of huurt er iemand een kamer. Deze mensen gebruiken allemaal dezelfde keuken en badkamer. Er is vaak weinig privacy. De problemen die Corona kunnen veroorzaken o.a. in de huisvesting m.b.t. zelf-isolatie en zelfzorg, zijn een drempel om zich te laten testen. De huisarts kan een veilige gesprekspartner zijn zodat mensen goed advies kunnen krijgen. Mensen moeten dus weten dat het goed is dat ze bellen, en ook de assistenten in de praktijk zijn belangrijk in de bevestiging dat de patiënten erop kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig met hun vragen omgegaan wordt.

Tenslotte vragen we de professor naar hoe hij kijkt naar de rol van de eerste lijn in de  toekomst van migrantenzorg en global health. Volgens hem is een voordeel van goede eerstelijnsgezondheidszorg dichtbij  dat ook minder ernstige aandoeningen eerder behandeld kunnen worden omdat mensen niet kilometers hoeven te reizen om hulp te krijgen zoals nu vaak het geval is in LMIC. Belangrijk hierbij is wel dat het land zelf ‘ownership’ voelt om de eerste lijn goed op poten te zetten.

In Nederland is het naar zijn  mening vooral belangrijk dat met de veranderende demografie van Nederland (Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond stijgt volgens de Kernprognose van het CBS naar 35 procent in 20603) er in de training van (alle) gezondheidswerkers meer aandacht is voor effectieve communicatie, voor kennis van culturele verschillen in gezondheid alsmede het bewust zijn van cultuurgerelateerde verschillen in gedrag. Niet alleen in het opleiden van nieuwe mensen is het belangrijk om deze onderwerpen op te nemen, ook de reeds getrainde mensen (artsen en ondersteuners) in de huisartsenpraktijk zouden ondersteund moeten worden in het kunnen blijven zorgen voor de multi-etnische populatie. “How do you bridge the gap?” De vraag die we ons volgens de professor kunnen stellen is “hoe helpen we elkaar de zorg te leveren die we willen leveren”. Iemand’s culturele identiteit is niet statisch maar verandert in de loop van de tijd. Hoe volg je de veranderingen zodat je kan zorgen dat de zorg aansluit bij wat iemand nodig heeft? Wat hem betreft is onderzoek in de eerste lijn hier ook een belangrijke pijler om de daarin vergaarde informatie te gebruiken om de zorg in de toekomst te voeden. 

We beëindigen dit inspirerende gesprek met het uitwisselen van ideeën over het thema van onze vorige nieuwsbrief ‘twin promotietrajecten voor aiotho’s uit Nederland en van o.a. het Afrikaans continent’  en de hoop dat dit in de toekomst vaker gerealiseerd kan worden. 

  1. AMC Actueel 19-12-2018 https://www.amc.nl/web/nieuws-en-verhalen/actueel/actueel/charles-agyemang-hoogleraar-migration-and-health-.htm
  2. ibid 1
  3. CBS Kernprognose 2019-2060: 19 miljoen inwoners in 2039

South African Academy of Family Physicians: Family physicians strengthen district health services

Executive summary

South Africa has an urgent need to improve the quality of district health services. Following the creation of the new speciality of family medicine in 2007, the introduction of family physicians to the district health services was an important intervention. A body of research now exists on the initial impact of family physicians on the district health services.

Family physicians have had an
impact through their six roles: clinicians, consultants, capacity builders, leaders
of clinical governance, supporters of community-orientated primary care and clinical trainers. Their impact in these roles is seen as substantial, significantly greater than medical officers and similar in both district hospitals and primary care as well

as rural and metropolitan areas. They have improved access to and the comprehensiveness of care at the community level. They have also had an impact on clinical processes for chronic diseases, maternal and child health as well as emergency care. Their impact on district and national health indicators is not yet visible due to the small numbers currently available (0.03 per 10,000 population in public sector).

The health services need to employ family physicians at district hospitals and community health centres or sub-districts. The supply
of family physicians needs to be increased by doubling the number of registrar posts from an average of 5 per year per training programme to 10 per year per training programme.

Read more?

Health Service Research:

A human resources for health analysis ofregistered family medicine specialists in South Africa: 2002–19 Ritika Tiwaria, Robert Mashb,*, , Innocent Karangwac and Usuf Chiktea

Background: In South Africa, there is a need to clarify the human resources for health policy on family physicians (FPs) and to ensure that the educational and health systems are well aligned in terms of the production and employment of FPs.
Objective: To analyse the human resource situation with regard to family medicine in South Africa and evaluate the requirements for the future.

Methods: A retrospective review of the Health Professions Council of South Africa’s (HPCSA) database on registered family medicine practitioners from 2002 until 2019. Additional data were obtained from the South African Academy of Family Physicians and published research.
Results: A total of 1247 family medicine practitioners were registered with the HPCSA in 2019, including 969 specialist FPs and 278 medical practitioners on a discontinued register. Of the 969, 194 were new graduates and 775 from older programmes. The number of FPs increased from 0.04/10 000 population in 2009 to 0.16/10 000 in 2019, with only 29% in the public sector. On average, seven registrars entered each of nine training programmes per year and three graduated. New graduates and registrars reflect a growing diversity and more female FPs.The number of FPs differed significantly in terms of age, gender, provincial location and population groups. Conclusions: South Africa has an inadequate supply of FPs with substantial inequalities. Training programmes need to triple their output over the next 10 years. Human resources for health policy should substantially increase opportunities for training and employment of FPs.

Read more?

Current status of FM in Kenya

This is a recent paper on FM in Kenya. It also shows the impact of what has been achieved. 3 WHIG-members are coauthors.

Family physicians have different ideas of how FM should look like ideally, but all agree that family physicians should be team leaders of a primary healthcare team, taking care of a defined population.
64% of the participants work in rural areas and 77% perceive their current work as FM. Read the paper

Petitie “Strengthening PC for UHC” A whig-member would sign.

The achievement of Universal Health Coverage requires strengthening Primary Health Care: the “30by2030”-campaign!

The phrase: ‘Primary healthcare (PHC) is a cornerstone of universal health coverage (UHC)’ (1) has become a ‘mantra’ in WHO documents. PHC has been conceptualized in the Alma-Ata Declaration, described in the World Health Report of 2008 as ‘Primary health care: now more than ever!’ and repeated in the 2018 Declaration ‘From Alma-Ata towards universal health coverage and the Sustainable Development Goals’. This paves the way for all governments to develop quality primary health care.

SIGN THE PETITION NOW !

We call for major international donors to assign a part of their vertical (disease-oriented) categorical budgets, increasing to 30% by 2030, to strengthening horizontal Primary Health Care systems so that all diseases can be prevented and people treated in a comprehensive way. This puts into practice the WHA Resolution 62.12, urging member states “to encourage that vertical programs, including disease-specific programs, are developed, integrated and implemented in the context of integrated Primary Health Care”

For background information the article in the WHO BULLETIN:  https://www.who.int/bulletin/volumes/98/11/19-245670.pdf

AIGT-Gespreksleiders gevraagd

Achtergrond

De NVTG (Nederlandse Vereniging voor Tropengeneeskunde en Internationale Gezondheidszorg) is de wetenschappelijke vereniging, die de kwaliteit van de Arts International Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde (AIGT) borgt. Zij zorgt voor de randvoorwaarden van de opleiding tot AIGT alsook de herregistratie elke 5 jaar. Onderdeel van de herregistratie is de evaluatie van het individueel functioneren (EIF) van de AIGT door ervaren gespreksleiders. Er zijn nu 3 gespreksleiders. Zie ook: https://nvtg.org/wat-we-doen/nascholing-herregistratie-aigt

Wie zoeken wij?

Artsen IGT die ervaring hebben met supervisie en/ of opleiden van aios en die tijd willen vrijmaken om een aantal maal per jaar een EIF herregistratie procedure te doen (± 5 uur incl. voorbereiding). U vindt het boeiend en interessant om deze gesprekken met een AIGT te voeren. Vereist is het volgen van de training tot gespreksleider, die gangbaar is voor huisartsen en specialisten.

Wat houdt de procedure in?

U bereidt het gesprek voor door de ontvangen evaluatieformulieren te scoren. U voert het gesprek met de aios en maakt hiervan een gespreksverslag. Uw tijdsbesteding is  circa 3-5 uur. Richtprijs van de kosten die bij de AIGT gedeclareerd worden: € 250,- . Meer uitgebreide informatie volgt als u geïnteresseerd bent in deze functie.

Reageren?

U kunt reageren door een mail te sturen naar de NVTG (info@nvtg.nl ) of naar de voorzitter van de Commissie: Pieter van den Hombergh (p.hombergh@gmail.com).