Uit de praktijk

Door: Simone Jaarsma

Tijdens een presentatie over forensische geneeskunde voor huisartsen in opleiding in Maastricht werd een casus gepresenteerd over een negroïde man van 31 jaar oud uit Burkina Faso (op basis van een artikel uit J Forensic Leg Med, accepted August 2012: Dying in the arms of Dutch governmental authorities).

Voor aankomst in Nederland had een Franse oogarts bij de Burkinees een parasitaire infectie  aan het linkeroog gediagnosticeerd waarvoor verder geen therapie was ingesteld. Verder had hij een blanco voorgeschiedenis. De man verbleef in een asielzoekerscentrum en zijn asielaanvraag was recent afgewezen.  Hij vroeg medische hulp in verband met algemene malaise, apathie, verminderde eetlust, hoofdpijn en incontinentie sinds een paar dagen. Deze klachten werden door de medische dienst geduid als psychosomatisch om uitwijzing te voorkomen en een consult door een arts vond niet plaats.  

De klachten waren echter progressief en toen patiënt verwezen werd was hij al comateus en is hij snel daarna overleden. Uit de sectie bleek uit histologie van de organen geen afwijkingen en evenmin bij de infectieuze en toxicologische analyse.  Neuropathologisch werden er in het brein multiple necrose haarden  met holtevorming gevonden ten gevolge van een toxoplasmose infectie en was de doodsoorzaak een cerebrale toxoplasmose infectie. 

Dit levert stof op voor een interessante discussie: in hoeverre was er nalatigheid? Was er voldoende kennis en inzicht bij de dokters in het AZC in mogelijk minder voor de hand liggende (uitingen van) pathologie? Verschillende AIOS uit deze groep spraken in ieder geval hun behoefte uit, met het oog op toenemende globalisering en migratie, naar meer aandacht voor niet-westerse ziektebeelden in het curriculum van de huisartsenopleiding. We voegen eraan toe dat het stimuleren van alertheid op de mogelijkheid voor een andere presentatie bij mensen die recent in Nederland zijn aangekomen, of die van origine een niet-Nederlandse achtergrond hebben, hier zeker bij hoort.

Van de RIVM website: 

Toxoplasma  is een wereldwijd verspreide parasiet. Er zijn echter grote lokale verschillen in het voorkomen van de parasiet zowel bij mens als dier. In Nederland heeft ongeveer 40 procent van de bevolking antilichamen tegen Toxoplasma in het bloed. Dat wil zeggen dat iemand eens in zijn leven met de parasiet in aanraking is geweest. De meeste mensen hebben dat niet gemerkt.

Het is niet goed bekend welk deel van de mensen besmet is geraakt door het eten van besmet vlees en welk deel van de mensen besmet is geraakt met de oöcysten van de kat (dit kan gebeuren via besmette aarde, maar óók via de voeding). Het is zeker niet zo dat alle mensen met een kat in huis antilichamen in hun bloed hebben.

Wel bekend is de leeftijdsopbouw van de besmettingen, dus het moment waarop mensen voor de eerste keer geïnfecteerd raken. De meeste mensen lopen hun eerste besmetting op wanneer zij tussen de 25 en de 44 jaar oud zijn. Dit betekent dat vrouwen die zwanger worden vaak nog niet besmet zijn geweest en dus groot risico lopen op besmetting tijdens de zwangerschap met alle nadelige gevolgen voor het ongeboren kind.